Mumford & Sons :: Sigh No More

Schommelend in de krakende stoel zit vader Mumford, met de strohoed
weggezakt over de oren en de tweeloop losjes in de hand, tevreden
op zijn porch. De wind waait zachtjes en verspreidt de
geur van verse hooibalen, terwijl in het huis het album weerklinkt
dat Mumford net met zijn zonen heeft opgenomen, “Sigh No More”. Het
zou perfect zijn, een uitgeschreven scenario dat past bij de
soundtrack die Mumford and Sons maakten. Maar niets is minder
waar.

Het zou dan ook een mirakel heten mocht Marcus Mumford, net in zijn
beginnende twintigerjaren gearriveerd, drie zonen hebben die
ongeveer zijn leeftijd hebben. Bovendien zou het nog frappanter
zijn dat die drie zonen allemaal een andere achternaam geërfd
hadden: Marshall, Dwane en Lovett. En hoewel Mumford niet vies is
van een ruitjeshemd hier en daar, is zijn zwarte, doorgaans in een
bles gekamde haar nog niet tuk op die strohoed. Verhuis dan ook nog
eens de setting van het immer zonnige en uitgestrekte Amerikaanse
platteland naar de regenachtige straten van de grootstad Londen, en
van het scenario blijft er bitter weinig over.

Maar wanneer de muziek van ‘Sigh No More’ weerklinkt, kan geen
enkele werkelijkheid op tegen de verbeelding… De opgejaagde
banjo’s en dolgedraaide mandolines toveren in een klap weidse
weilanden en een immens kleurenpallet van met onweer zwangere
wolken tevoorschijn. Zwemmen in een regen van country en bluegrass
wordt gegarandeerd.

Marcus Mumford begon als een van de bandleden van Laura Marling, maar
maakte na een tijdje ook indruk als haar eenmansvoorprogramma. De
man wiens stem ooit eens tussen de tandjes van een rasp terecht is
gekomen, heeft zich drie zonen gezocht om uit te stallen achter een
raam van een of andere Londense muziekstraat. Wanneer ze verkocht
worden, zullen ze met de openings- en titeltrack ‘Sigh No More’
meteen bewijzen dat leeftijd niet in de geboortedatum zit maar in
het hoofd. Niet alleen de muziek maar ook de teksten klinken immers
alsof de heren, en vooral Marcus dan, een rijk gevulde kast met
levenswijsheden en de nodige kommer en kwel in de gang hebben
staan. Wat er dan weer voor zorgt dat ze meteen het beste
openingsnummer van een plaat in jaren gemaakt hebben. ‘Oh man
is a giddy thing
‘. En of!

Wanneer men eindelijk de moed heeft om terug recht te krabbelen na
de gekmakende instrumentenstorm van ‘Sigh No More’ (dat overigens
niet rustiger kon beginnen) staat ‘The Cave’ al klaar om u in op te
sluiten. ‘It’s empty in the valley of the heart‘… Deze
hele plaat ademt het antiheldendom van Mumford op het gebied van de
liefde uit. Maar we zullen gewoon dankbaar zijn voor ‘s mans
sukkelende liefdesleven, want anders zou hij ons misschien niet
voorzien hebben van een wereldnummer als ‘Little Lion Man’. Dat
duikelde niet alleen geheel onverwacht de hitlijsten binnen, maar
zal ook ooit nog eens verantwoordelijk geacht worden voor menig
auto-ongeluk: het is onmogelijk om niet met de voeten te stampen
(geen goede combinatie met het gaspedaal) en theatraal op het stuur
te roffelen.

Hoewel Mumford and Sons gevoel hebben voor uitgesmeerde
arrangementen en als een onweer losbarstende nummers, worden ze
nooit theatraal of bombastisch. Wat dan weer met zich meebrengt dat
er weinig plaats is voor echt ingehouden nummers, al wist het
heerlijke ‘Timshel’ toch nog een plaatsje veilig te stellen ergens
aan het staartje van het album. En toepasselijker kan het niet, een
gitaarballad met een diep raspende Mumford sluit het album af:
‘After the Storm’.

Want verder worden zelfs voor een ingetogen nummer als ‘Thistle
& Weeds’ alle registers voor een filmisch einde opengetrokken.
Het is een beproefd Mumford-recept: rustig opbouwen en dan volledig
loos gaan in een storm van contrabas, akoestische gitaar en banjo
en vooral een stevige basdrum die telkens weer opduikt.
Hoewel nummers als ‘Roll Away Your Stone’ en ‘Little Lion Man’ dan
weer meteen weggeven dat ze gemaakt zijn om in elkaar arm op een
houten vloertje rond te trappelen.

Toch zijn we verplicht toe te geven dat ‘Sigh No More’ een plaat is
die moet groeien, want men kan er niet onderuit dat het bij de
eerste luisterbeurt toch klinkt als een ietsepietsie te veel in de
banjotonen gesopte nummers. Maar even ‘Little Lion Man’ proeven en
‘Sigh No More’ twee keer na elkaar beluisteren en de wereld van
Mumford and Sons geeft plots een pandoering van jewelste. Die
blauwe plek op onze muzikale tronie zal er nog heel lang blijven
staan.

Dus doe uzelf dus een plezier, schaf u als de wiedeweerga deze
plaat aan en neem ze in uw hoofdtelefoon mee naar die ene plek weer
geen ander mens ooit komt… en geniet.

Mumford & Sons spelen op 21 november op het Crossing Border
Festival in Antwerpen.

www.mumfordandsons.com
www.myspace.com/mumfordandsons

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier − een =