My Queen Karo




Regie en scenario : Dorothée Van Den Berghe

Zeven jaar geleden wist cineaste Dorothée Van Den Berghe ons te
fascineren met het weliswaar onvolmaakte, maar boeiende ‘Meisje’.
De film was een intiem vrouwenportret, waarin de regisseur zich een
knap verteller toonde en met haar camera de psyche van haar
personages mooi wist bloot te leggen. Jammer dan ook dat het zo
lang heeft geduurd voordat Van Den Berghe haar opvolger klaar had.
Nu die er dan toch is, blijkt ‘My Queen Karo’ gedeeltelijk in te
spelen op dezelfde krachten: opnieuw krijgen we een intieme film,
die helemaal gezien wordt door de ogen van een jong meisje en
opnieuw focust het verhaal zich op de ervaring van enkele vrouwen
en hoe zij tegenover hun omgeving staan – in ‘Meisje’ was dat een
kil en onpersoonlijk Brussel, hier Amsterdam ten tijde van de
provo’s. Het grote verschil tussen de films: ‘My Queen Karo’ is
luchtiger en meer toegankelijk, een veel meer ontspannen film die
minder te lijden heeft aan Sturm und Drang. En dat doet de
prent absoluut geen kwaad.

1974. De tienjarige Karo gaat samen met haar ouders, Raven
(Matthias Schoenaerts) en Dalia (Déborah François) in een
Amsterdamse commune wonen. Vanaf het begin is het duidelijk dat
haar vader de echte hippie van het koppel is. Hij heeft voortdurend
de mond vol over “herverdeling van het bezit”, hij valt nog liever
dood dan huur te betalen in het kraakpand waar ze wonen en wanneer
iemand kritiek durft te geven op zijn levensstijl, reageert hij
gepikeerd: “Heb jij ooit Marx gelezen?” Ook de vrije liefde laat
hem niet onberoerd. Ondertussen droomt Dalia stilletjes van een
carrière in de opera (de conventionele kunstvorm van het
establishment bij uitstek) en betaalt ze de huisbaas achter Ravens
rug om. De vrijheid, blijheid van het leven in de commune komt
steeds meer in het gedrang wanneer Raven een openlijke affaire
begint met Alice (Maria Kraakman), blijkbaar omdat hij het motto
“alles is hier van iedereen” ook op zichzelf toepast. De relatie
tussen hem en Dalia wordt langzaam maar zeker onhoudbaar, en Karo
zit natuurlijk pal tussen de twee in.

Voor Dorothée Van Den Berghe is dit alles op z’n minst
gedeeltelijk autobiografisch – naar verluidt heeft ze effectief een
tijdlang met haar ouders in een Amsterdams kraakpand gewoond – wat
ook haar keuze verklaart om de hele film resoluut vanuit het
standpunt van Karo te structureren. We zien en weten alleen maar de
dingen waar het meisje rechtstreeks getuige van is, en een gevolg
daarvan is dat ‘My Queen Karo’ automatisch gedepolitiseerd wordt –
een tienjarig kind kan geen oordelen vellen over hippies of de love
generation, over politiek links of rechts, en bijgevolg doet de
film dat ook niet. Van Den Berghe weerstaat aan de verleiding om
grootse uitspraken te doen over de generatie van haar ouders. Ze
ridiculiseert de provo’s en hun levensstijl niet, maar toont er ook
geen naïeve nostalgie voor. Ze laat het aan de kijker over om die
wereld mee te ontdekken door de ogen van Karo, die – zo tien als ze
is – de dingen simpelweg accepteert zoals haar ouders haar die
aanbieden. Het is een wereld van antiautoritaire scholen, waar
alles mag behalve discrimineren. Een wereld waarin muren en privacy
foute bourgeois-concepten zijn en zaken zoals regels en
punten archaïsch en irrelevant gevonden worden. Van Den Berghe
dringt je nooit een oordeel op over die wereld of de personages die
er in rondlopen (in principe bedoelen ze ‘t allemaal wel goed),
waardoor je reactie grotendeels afhangt van je eigen mentaliteit
tegenover die levensstijl.

Een tekenend moment voor die aanpak komt er tijdens een scène
waarin de commune een feestje houdt in het kraakpand. Karo zit op
een schommel, en telkens wanneer ze in de richting van de
volwassenen zwiert, vangt ze delen van hun conversaties op. Waarna
ze weer de andere kant uit gaat en alleen is met haar gedachten en
het plezierige gevoel te kunnen vliegen. Voor haar is die schommel
op dat moment belangrijker dan het politieke gepalaver tussen de
grote mensen, en dat is dan ook hoe Van Den Berghe die scène
draait. Kinderen kunnen zich soms extreem fixeren op het moment
zelf, op een detail waar volwassenen geen aandacht aan zouden
besteden. Zo ook Karo, en de film volgt haar daar in. Het gevolg
daarvan is bijvoorbeeld dat we van de rellen tussen de provo’s en
de politie enkel een paar zeer korte momentopnames te zien krijgen,
terwijl de relatie tussen Karo en haar troetelegel Iglo,
ruimschoots aan bod komt. Voor een tienjarige is dat nu eenmaal van
meer belang.

‘My Queen Karo’ ontwikkelt zich dan ook tot een milde
milieuschets, waarin de seventies overtuigend tot leven
worden gebracht. De sets en kostuums zijn volstrekt geloofwaardig,
terwijl ze ook niet vervallen in clichés. In recente films als
‘Taking Woodstock’ had je dat gevoel soms wél: dat de ontwerpers
iconische posters en foto’s uit dat tijdperk hadden geïmiteerd,
waardoor zowat elk personage er uitzag als een archetype en elke
locatie als een symbool voor die generatie. ‘tuurlijk droegen ze in
de sixties en seventies wel olifantenpijpen en
psychedelische t-shirts, maar niet allemaal en niet altijd. Van Den
Berghe en haar crew weten daar een goed evenwicht in te vinden,
zodat we onder de uiterlijkheden van die tijd toch steeds de
personages weten terug te vinden.

De acteurs helpen ook, met de jonge Anna Franziska Jäger op kop
in de titelrol – het meisje geeft een erg frisse prestatie, die op
geen enkel moment ingestudeerd lijkt. Matthias Schoenaerts is
overtuigend als Raven, een man die van zijn idealen steeds meer
dogma’s maakt en de indruk geeft zelf een groot kind te zijn, dat
geen zin heeft in verantwoordelijkheden. De mooie Déborah François
maakt het centrale trio af met een meer ingehouden vertolking, die
door z’n ingetogenheid automatisch een beetje in de schaduw van de
anderen blijft staan – wat dan wel weer bij haar personage
past.

Uiteindelijk miste ik een beetje een krachtige clou aan het
verhaal. Door niet te willen oordelen, ontdoet Van Den Berghe haar
eigen film ook van een deel van zijn spankracht. Je krijgt niet
echt het idee dat er naar een welbepaalde pointe wordt toegewerkt,
waardoor het geheel een kabbelende indruk maakt. De regisseur
presenteert je een bepaald milieu, waar je vervolgens je eigen
conclusies over mag trekken – dat is mooi, maar doordat ze zelf
weigert om er een expliciet statement over te maken, krijg je na
een uur ook de indruk dat die milieuschets duely noted
is.

Niettemin is en blijft dit een frisse prent, duidelijk met veel
liefde gemaakt, die ons doet hopen dat ze voor haar volgende weer
geen zeven jaar wacht. Fijn filmpje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + vier =