Sons of Philadelphia

Er was eens een tijd, nog niet zo heel lang geleden, dat elke film van Matthias Schoenaerts op gejuich werd onthaald. Eindelijk was er een talent opgestaan die het stokje van Jean-Claude Van Damme overnam in Hollywood en aan de rest van de wereld bewees dat een Belgische acteur ook echt kan acteren en niet alleen menig filmvijand naar de eeuwige jachtvelden kan sturen. Nu het rumoer rond de Antwerpenaar een beetje is gaan liggen, is het tijd om zijn films eens kritisch onder de loep te nemen. Wie dat doet, zal opmerken dat er een rode draad loopt in veel van zijn films: een ruwe bolster met blanke pit probeert te ontsnappen aan zijn milieu, maar moet telkens opnieuw de confrontatie aangaan met dat milieu. Dat is niet anders in zijn nieuwste film Sons of Philadelphia.

Onze Belgische trots speelt de rol van Peter, een getroebleerde ingetogen jongeman, die samen met zijn neef Michael probeert om zich op te werken in het criminele milieu van Philadelphia. Als hun partner O’ Meara wordt vermoord, belanden de twee in een spiraal van intriges die ook hun onderlinge verhouding op scherp zet. Als er door de spanningen ook nog eens een oud familiegeheim aan de oppervlakte komt, zijn de gevolgen niet te overzien. Sons of Philadelphia is letterlijk en figuurlijk een duistere film. De personages bewegen zich in een morele schemerzone waarin allianties snel kunnen wisselen als er profijt uit te halen is. Hun wereld is als een schaakbord waarop je met een beperkt aantal zetten je slag moet proberen te slaan. Lukt dat niet, dan heb je je wellicht in een hoekje laten drummen en is je ondergang verzekerd. Peter beheerst dit spel beter dan Michael. Hij wacht af, schat zijn kansen in en overlegt zelfs met ‘de vijand’ om een heldere blik op de situatie te krijgen. Michael daarentegen is narcistisch en impulsief. Hij is uiteindelijk niet meer dan een straatboefje dat zijn hand overspeelt omdat hij denkt dat hij mee kan doen met ‘de grote jongens’. DOP Menno Mans vat deze morele duisternis in zijn beelden. Strategische besprekingen gaan vaak door in weinig verlichte bruine kroegen, donkere kamertjes of zelfs paardenstallen. Het is het soort milieu dat we eerder al zagen in het werk van Michael Roskam en waar deze film zeer duidelijk bij wil aanleunen.

Het spreekt in het voordeel van Roskam dat zijn stijl over de grote plas navolging vindt, maar in dit geval wil Sons of Philadelphia het succes van de Belg wel iets te gemakzuchtig herhalen. Je hebt als kijker vrij snel het gevoel dat je het allemaal al eens eerder en beter hebt gezien. Bovendien kruipt de film, ondanks een speeltijd van negentig minuten, tergend traag voorbij. We begrijpen ook niet goed waarom Matthias Schoenaerts eindeloos wil variëren op het ‘ruwe bolster met blanke pit’ thema (The Mustang, Frères ennemis, De Rouille et d’Os ). Als het zijn bedoeling is om zich te profileren als ‘character actor’ in het misdaadgenre zoals Hugh Grant er jarenlang een was voor de romantische komedie, dan is hij goed bezig. Is dat niet het geval, dan moet hij dringend het geweer van schouder veranderen. Je kan je immers afvragen hoeveel marge er nog is voor personages die, gekleed in een stereotiepe hoodie, gepijnigd in de camera kijken.

Sons of Philadelphia laat zich bekijken als een run of the mill misdaadfilmpje dat eerder thuishoort op een streamingdienst dan op het grote bioscoopscherm. Het feit dat de film ook al niet kan beslissen met welke titel hij door het leven wil gaan – Brothers of Blood, Sons of Philadelphia en zelfs het bizarre The Sound of Philadelphia passeerden al de revue – helpt ook niet echt. Laat de Django televisiereeks, waarvoor Schoenaerts in februari van dit jaar werd getipt, maar snel komen zodat we dit onding even snel kunnen vergeten!

                  

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien − 5 =