Micmacs à Tire-Larigot




Na zijn iets te ambitieuze sprong met het visueel
aantrekkelijke, maar narratief pruttelende ‘Un long dimanche de
fiancailles’, neemt Jean-Pierre Jeunet een paar bescheiden stapjes
terug met het jommekesgetitelde ‘Micmacs à Tire-Larigot’ (vrij
vertaald: gesjoemel en fratsen bij de vleet). De fantasierijke
mooifilmer die ervoor zorgde dat iedereen boenk pataat
verliefd werd op het guitige elfenkopje van Audrey Tautou, keert
met het ondeugende ‘Micmacs’ terug naar zijn ‘Delicatessen’-roots
en draaide een pretentieloze avonturenkomedie die zelden minder dan
amusant durft worden, maar jammer genoeg ook nooit meer.

Franse superster Dany Boon (die van Les Chti’s) speelt
videotheekbediende Bazil, een brave loebas die tijdens een
avonddienst een verdwaalde kogel van een schietpartij in zijn hoofd
krijgt. Uit vrees voor zijn leven laten de dokters de boon in zijn
hersenen zitten. Beteuterd en verweesd slentert Bazil langs de
Parijse straten vooraleer hij door een bedelaar wordt opgevangen.
Die neemt hem mee naar de micmacs, een kliek buitenbeentjes die
zich schuilhouden in een ondergrondse gemeenschap. Samen met zijn
nieuwe vrienden (onder ander Jeunet-smoel Dominque Pinon en Yolande
‘Séraphine’ Moreau) smeedt hij een plan om wraak te nemen op de
wapenfabrikanten verantwoordelijk voor de kogel in zijn kop én de
dood van zijn vader bij een ontmijning in Marokko zoveel jaar
geleden.

Iedereen die ‘Delicatessen’ heeft gezien, zal bij het
aanschouwen van ‘Micmacs’ meer dan eens een bezoekje krijgen van de
déjà-vu-elfjes op de schouders. Tijdens één kort, knipoogmomentje
roepen zelfs in je oren. Jeunet keert terug naar een komedie op
iets kleinere schaal, die bevolkt wordt door excentrieke
personages, mild anarchistische humor en tal van eigenzinnige
visuele vondsten. Vertrouwd terrein en je merkt dat Jeunet – die
zowel de verfilming van ‘The Life of Pi’ als een nieuwe ‘Harry
Potter’ liet schieten – zich zichtbaar amuseert met zijn speelse
schavuitenkomedie. Vooral tijdens het eerste half uur lijkt
‘Micmacs’ goed op weg om de harten en lachspieren te veroveren.
Bazils introductie is geweldig, de cinefiele spielereien tintelen
magisch (die Max Steiner-muziek!) en visueel bevestigt Jeunet eens
te meer waar zijn forte ligt. Met zijn typische warm kleurenpalet
(nog steeds gedomineerd door melancholische sepia- en okertinten)
heeft hij namelijk alweer een verrukkelijk oogstrelend filmpje in
elkaar gebokst dat het allermooiste haalt uit zowel de fantasierijk
gebricoleerde sets als de herkenbare Parijse locaties. Maar dat
Jeunet mooie plaatjes kan maken wisten we ondertussen al (ook
misbaksel ‘Alien: Resurrection’ was visueel dik in orde) en
langzaam maar zeker wordt duidelijk dat ‘Micmacs’ weinig meer
ambitie heeft dan te dienen als luchtig tussendoortje dat nooit
verder raakt dan de veelbelovende ‘Delicatessen’ ontmoet ‘Amélie
Poulain’-premisse.

En zo raakt ‘Micmacs’ net iets te snel de magisch-realistische
sprankel kwijt en beginnen de typische Jeunet-trekjes (enkel de
ratelende, alle details overlopende voice-over ontbreekt) eerder
vermoeiend dan betoverend te werken. De kliek excentriekelingen
slagen er nooit in om uit hun typetjes-koekedoos te kruipen, de
originele, maar omslachtige stings set-ups
beginnen na een uur te vervelen en de wisselwerking tussen
ouderwetse caper comedy en postmoderne zelfbewustheid (er
hangen ‘Micmacs’-filmposters in de stad) loopt nogal stroef.
Daarbovenop deponeert Jeunet ook nog eens een weinig subtiele
aanklacht tegen de wapenhandelaars- en fabrikanten op de schoot van
de kijker. Een boodschapje dat op geen enkel moment al te ernstig
of relevant kan genomen worden gezien de onnozele toon van de film,
ook al doet Jeunet zo hard zijn best tijdens de laatste
minuten.

Maar ook al heeft Jeunet soms moeite om zijn inhoud richting te
geven en verdwijnen de beste visuele vondsten naar de achtergrond
(check dat ronddansende kleedje van de uitvinder, mooiste detail
van de film, waar natuurlijk helemaal niks mee wordt gedaan), toch
kijkt ‘Micmacs’ gemakkelijk weg. De taalspelletjes en
woordspelingen (die beeldspraak spuiende Remington is geweldig)
zijn geinig, sommige scènes (de menselijke kanonskogel!) worden met
veel schwung, stijl en creativiteit verkocht en ook Dany Boon
verrast met een opvallend ingetogen vertolking. Waar hij in
‘Bienvenue chez les Chti’s’ duidelijk in het spoor van Louis de
Funés zat, doet hij hier meer denken aan de komieken uit de
jaren stillekes, genre Chaplin en Buster Keaton. Alleen
jammer dat het scenario uiteindelijk niet zoveel interessants
aanvangt met het personage. De romantische subplot is even
geforceerd als de ledematen van de elastische meid waar Bazil een
screwball-relatie mee aanknoopt en ook uit de fatalistische kogel
in zijn kop wordt weinig tragikomisch potentieel gehaald. Gelukkig
is er nog de immer geweldige Dominique Pinon die – zoals in alle
Jeunet-films – met de meeste scènes gaat lopen. De man moet maar
zijn onderkaak laten klakken en hij heeft al gewonnen. Love
that guy
!

Neen, lichtgewicht ‘Micmacs à Tire-Larigot’ is geen slechte film
en uiteindelijk valt er genoeg te gniffelen met Jeunets
tempogedreven bric-à-brac-versie van een caper movie. Het
is alleen jammer dat we het allemaal al eerder en zoveel beter
uitgewerkt hebben gezien in het vroegere werk van de regisseur.
Hoog tijd om eens te herbronnen, want als Jeunet nu al zo wanhopig
moet recycleren uit zijn okergekleurde kronkels, dan is dat even
alarmerend als triest.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − vier =