The Pussywarmers :: My Pussy Belongs To Daddy

Kruisbestuivingen tussen oude, maar felle genres: het is al even een specialiteit ten huize van Voodoo Rhythm. Waar de tentakels van Reverend Beat-Man nog tot in het vaarwater van de industriële elektro en zelfs gospel reikten, en waar Mama Rosin punk met rock-’n-roll en feestelijke folk mengde, daar rijdt The Pussywarmers het reeds geëffende pad verder plat met een bonte mengeling van bijna al het voornoemde.

Dat The Pussywarmers op de chronologische tijdslijn na zijn labelgenoten komt, hoeft echter nog niet te betekenen dat het combo per definitie minder interessant is. Het feit dat The Pussywarmers minder pionierswerk verricht, kan namelijk net zo goed betekenen dat het combo meer ruimte heeft om zich op andere disciplines te concentreren. Het genre een beetje popfähiger maken, bijvoorbeeld.

Dat is het geval met My Pussy Belongs To Daddy. In het begin is het echter wel even op de tanden bijten: het zeurderige "Dead" is beslist geen fantastisch nummer om het plaatje mee te openen, maar wie het kliekje van Voodoo Rhythm kent, begrijpt de keuze wel. Het nummer is met zijn foute teksten en zeurderige vocalen namelijk een eerbetoon aan de typische stijl van labelbaas Beat-Man. "I Saw The Devil" loont meer: u hoort het combo zijn registers opentrekken om u een fuifnummer te brengen, dat tegelijkertijd even feestelijk klinkt als Mano Negra en even antiek als thirtiesicoon Joséphine Baker. Het nummer bevat weliswaar punky teksten, maar de manier waarop de dansbaarheidsfactor met niets meer dan een banjo tot stand wordt gebracht, is een pluim waard.

Met "Summertime" krijgt u hiervan nog meer op uw bord, hoewel het liedje minder dan "I Saw The Devil" met het materiaal van labelgenoot Mama Rosin te vergelijken valt. De reden hiervoor is dat "Summertime" een veel trager nummer is. Het liedje bewijst dat The Pussywarmers meer is dan een afkooksel van zijn labelgenoten en er bij momenten in slaagt om een vinnige en eigenzinnige indruk te maken.

Hiermee houdt the Pussywarmers het echter nog niet voor bekeken. Met "I Wanna Have" tapt het combo uit een vaatje stokoude blues uit de jaren dertig, om vervolgens met een trekzak in de aanslag helemaal Europees te gaan in Duits-, Frans- en Italiaanstalige nummers als "Dounats", "Bateau" en "C’Era Una Volta". Dergelijke nummers drijven het feestgehalte ten top en wekken nieuwsgierigheid naar hoe The Pussywarmers het er op multiculturele festivalweiden vanaf kan brengen.

Dat minstens elf van de veertien tracks op My Pussy Belongs To Daddy échte liedjes zijn, is echter het beste argument om The Pussywarmers in de gaten te houden. Hoewel het plaatje met korte instrumentale intermezzo’s als "Bonjour Madame", "The Devil’s Carillion" en "Au Revoir Madame" meer liedjes lijkt te bevatten dan in feite het geval is, is een met fiftieskoortjes verrijkt nummer als "Love You/Introduction To An Ending" het ultieme bewijs dat The Pussywarmers er weinig of geen moeilijkheden mee heeft om op het gepaste moment nog net een versnelling hoger te gaan. Dat maakt dat The Pussywarmers’ My Pussy Belongs To Daddy niet alleen van kwalitatief songwriterschap, maar eveneens van goed inzicht getuigt. En kijk: een debuut heeft ons al met minder weten te bekoren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × twee =