Macbeth





Met : Jon Finch, Francesca Annis, Martin Shaw, Nicholas Selby,
Terence Bayler e.a.

‘t Is vreemd hoe Shakespearekenners en -fanaten de neiging
hebben om een rangschikking te maken onder zijn toneelstukken.
‘Hamlet’ wordt vaak beschouwd als zijn beste werk, ‘Romeo and
Juliet’ als zijn meest toegankelijke en romantische, ‘Titus
Andronicus’ als zijn slechtste (hoewel de film die Julie Taymor er
van maakte weinig minder dan briljant was) en ‘Macbeth’… Tja,
‘Macbeth’ wordt vaak gezien als een vervloekt stuk. In de
theaterwereld is het zelfs taboe om de titel uit te spreken en
wordt er steevast verwezen naar the Scottish play, wat me
nog knap lastig lijkt als je er een productie van op poten probeert
te zetten. Het geweld, de negatieve wereldvisie en vooral het feit
dat het hoofdpersonage en zijn vrouw de slechteriken zijn – wat ons
automatisch in het standpunt van de boosdoeners dwingt – hebben er
in de loop van de eeuwen voor gezorgd dat ‘Macbeth’ zowel z’n
fascinatie als een lichtjes groezelige reputatie heeft behouden.
Verfilmingen konden natuurlijk niet uitblijven. De allerbeste
blijft wellicht Akira Kurosawa’s ‘Throne of Blood’ – wat tout
court
één van de beste films ooit gemaakt is – maar niet ver
achterop komt Roman Polanski met zijn adaptatie uit 1971.

Het verhaal, voor wie dat niet mocht kennen, draait rond Lord
Macbeth (Jon Finch), die aan het begin van het verhaal een
belangrijke veldslag tegen de Denen wint voor de Schotse koning,
Duncan (Nicholas Selby). Kort na het gevecht ontmoet hij drie
heksen, die hem voorspellen dat hij eerst Landvoogd van Cawdor zal
worden, en daarna zelfs koning. Aanvankelijk hecht Macbeth niet te
veel geloof aan het geneuzel van de drie weird women, tot
hij ontdekt dat Duncan hem, uit dankbaarheid voor zijn moed op het
slagveld, inderdaad Landvoogd van Cawdor heeft benoemd. De rest van
de voorspelling wakkert dan ook meteen zijn ambitie (en vooral ook
die van zijn vrouw) aan: hij moet en zal koning worden. Aangespoord
door Lady Macbeth (Francesca Annis) vermoordt hij Duncan en eist
hij de troon voor zichzelf op.

Zoals vrijwel alle koningsdrama’s van Shakespeare, is ook
‘Macbeth’ tot op zekere hoogte een bespiegeling over de aard van
macht. Wat je moet doen om het te krijgen, en vooral ook wat je
moet doen om het te behouden. Een enkele moord is voldoende voor
Macbeth om koning te worden, maar meteen daarna begint de situatie
nog verder te escaleren: de zonen van Duncan vluchten naar Engeland
omdat ze goed genoeg weten wie er verantwoordelijk was voor de dood
van hun vader. Ook Banquo (Martin Shaw), een vriend van Macbeth,
heeft zo z’n vermoedens en dat kan natuurlijk niet getolereerd
worden – wat weer leidt tot nieuw geweld. ‘Macbeth’ is een verhaal
over bloed dat bloed oproept, over geweld als een soort van
sneeuwbaleffect.

Los daarvan is er ook de kwestie van vrije wil: zijn mensen vrij
om hun lot zelf te beslissen, of ligt alles al op voorhand vast en
zijn we enkel willoze marionetten die maar te doen hebben wat er op
hun pad ligt? Vanaf het moment dat Macbeth de voorspelling van de
heksen hoort, gaat hij zich er naar gedragen: vermoordt hij Duncan
omdat hij de voorspelling gehoord heeft, of hebben de
heksen het zo voorspeld omdat hij het sowieso ging doen? Da’s een
interessante vraag. Je zou kunnen zeggen dat de bovennatuurlijke
scènes in ‘Macbeth’ die vraag beantwoorden: Macbeth heeft geen
vrije wil, want we krijgen spoken, heksen en ga zo maar door, die
hem allemaal, of hij nu wilt of niet, een bepaalde richting uit
duwen. Maar die theorie, dat Macbeth door een wereld van heksen en
geesten wordt aangespoord tot zijn misdaden, valt te doorprikken.
Voor hij de moord op Duncan pleegt, ziet Macbeth een dolk voor zich
uit zweven, die hem de weg wijst naar de kamer waar de koning
slaapt. Een bovennatuurlijk element, of gewoon de verbeelding van
Macbeth? Achteraf ziet hij de spoken van zijn slachtoffers voor
zich: echte spoken of Macbeths schuldgevoel dat hem langzaam maar
zeker waanzinnig maakt? Vrijwel het hele toneelstuk – en dus ook de
hele film – wordt gezien vanuit het standpunt van Macbeth zelf, en
naarmate zijn schuldgevoel en waanzin toenemen, wordt hij
natuurlijk ook minder betrouwbaar als vertellend personage.

Het woord “ambitie” heeft altijd een grote rol gespeeld in
interpretaties van Macbeth: hij wil koning worden, hij wilt machtig
zijn en laat zich door niets tegenhouden om die macht te bereiken
en te behouden. Aanvankelijk heeft hij zijn twijfels om Duncan te
vermoorden, en is het Lady Macbeth die hem moet overhalen – haar
personage ging dan ook de geschiedenis in als de ultieme
intrigante, hét cliché van de venijnige, achterbakse
manipuleerster. Gedeeltelijk is dat ook wel zo, maar hou er wel
rekening mee dat dat enkel geldt voor de eerste moord – daarna is
Macbeth blijkbaar over zijn gêne heen en heeft hij er geen enkele
moeite mee om op eigen houtje nog veel ergere wandaden te begaan.
Je zou er bijna referenties naar het Adam en Eva-verhaal in kunnen
zien: de vrouw verleidt de man tot zijn eerste oerzonde, maar
daarna zondigt die man vrolijk op z’n eentje verder.

Polanski regisseerde ‘Macbeth’ een jaar na de beruchte moord op
zijn hoogzwangere vriendin Sharon Tate door Charles Manson, wat
algemeen wordt beschouwd als de reden voor het expliciete geweld in
de film. En inderdaad, wie die geschiedenis kent, moet er haast wel
parallellen mee trekken wanneer hij de moord op Duncan ziet, de
beelden van een baby die via een soort primitieve keizersnede uit
de baarmoeder wordt geplukt, of de scène waarin de vrouw en
kinderen van Macduff, een vijand van Macbeth, worden vermoord. Je
moet voorzichtig zijn met het inschatten van biografische
invloeden, maar als er ooit een filmmaker met demonen in z’n kop
zat, dan zal het wel Polanski zijn geweest, zeker in die tijd. Hij
gaf trouwens zelf toe dat de plundering van het kasteel van Macduff
gebaseerd was op zijn herinneringen als een kind in Polen tijdens
WO II, toen de SS binnenviel in zijn huis.

Een sombere sfeer hoort bij het toneelstuk, maar het nihilisme
van Polanski lijkt nog dieper te zitten dan dat. Zelfs het einde,
waarin Macbeth sterft en rechtvaardigheid in principe zou moeten
triomferen, voelt hol aan. Polanski voegt zelfs een bittere epiloog
toe – die niet uit het toneelstuk komt – waarin de nieuwe koning
van Schotland op bezoek gaat bij dezelfde heksen die Macbeth op
zijn pad naar de verdoemenis hebben gezet. De geschiedenis staat
blijkbaar op het punt zich te herhalen.

Dat alles zorgt voor een fascinerende, sfeervolle film, die tot
het beste hoort dat Polanski ooit gemaakt heeft. De fotografie
helpt: Schotland wordt – niet geheel onrealistisch – voorgesteld
als een land waar het altijd regent en het nooit helemaal licht
lijkt te worden. Je zou je bijna gaan afvragen hoe het komt dat al
die personages niet voortdurend longontstekingen oplopen van de
koude en vochtigheid. Die beeldvoering helpt om de mistroostige
inhoud van de film kracht bij te zetten. En dan zijn er ook de
acteurs, die hun Shakespeariaanse teksten opvallend realistisch uit
hun mond krijgen: ze behandelen de verzen met een naturalisme alsof
het gewone dialogen waren, wat de begrijpelijkheid ervan erg helpt.
Vooral Francesca Annis is fenomenaal als Lady Macbeth.

Met een krachtige, angstloze regisseur, ijzersterk en
veelgelaagd bronmateriaal, een knappe visuele stijl en een stevige
cast kan ‘Macbeth’ gerust één van de beste Shakespeareverfilmingen
uit het canon genoemd worden. A tale told by a master, full of
sound and fury, signifying a hell of a lot.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − 10 =