Knife in the Water

Op 20 september 1963 stond op de cover van Time Magazine een
zwart-wit foto van een man en een vrouw die elkaar net gekust
hadden, of anders op het punt stonden om dat te doen. De tekst
titelde simpelweg: “lovers in Polish film”, zonder de naam van de
prent in kwestie te vermelden. Dat was het eerste beeld van Roman
Polanski dat de wereld bereikte. Een dikke maand later ging zijn
debuut ‘Knife in the Water’ in roulatie in de VS en de rest was,
zoals men dat dan zegt, geschiedenis: Polanski zou zo’n 15 jaar
lang één van de golden boys van Hollywood blijven. Zijn
eersteling, overigens de enige langspeelfilm die hij in zijn
thuisland maakte tot hij er in 2001 naartoe ging om delen van ‘The
Pianist’ te draaien, werd in 1964 genomineerd voor de Oscar voor
beste buitenlandse film (die hij verloor aan Fellini’s ‘8 ½’) en
heeft een huizenhoge reputatie. En hoewel het, achteraf bekeken,
zeker niet zijn beste film is, is ‘Knife in the Water’ op zijn
zachtst gezegd een intrigerend visitekaartje.

Het verhaal draait rond Andrzej (Leon Niemczyk) en Krystyna
(Jolanta Umecka), een welgesteld echtpaar (dat bestond in het
Oostblok van die tijd blijkbaar ook al), dat besluit om een dagje
te gaan zeilen. Onderweg worden ze bruusk tegengehouden door een
jonge lifter (Zygmunt Malanowicz), die de hele film lang nooit bij
naam genoemd zal worden. Andrzej en de lifter koesteren een instant
afkeer van elkaar, maar toch besluit Andrzej om de jongere man mee
uit te nodigen op hun zeiltochtje. Niet omdat hij diens gezelschap
zo op prijs stelt, maar vooral omdat hij aan Krystyna wilt bewijzen
dat hij, ook al is hij dan een stuk ouder, in niets voor de lifter
moet onderdoen. En zo begint er een psychologisch steekspel op het
water.

Dat klinkt als de aanzet voor een psychologische thriller, maar
het is pas tijdens de laatste 20 minuten dat Polanski de richting
van de suspense uitgaat: na een gevecht met Andrzej belandt de
lifter in het water. Leeft hij nog of is hij verdronken? En wat
gaat hij doen als hij nog leeft? Met de rest van de film had de
regisseur echter andere intenties: voor het overgrote deel is
‘Knife in the Water’ een subtiele studie van haantjesgedrag. Zoals
Andrzej op een bepaald moment zegt: “Als er twee mannen op een boot
zitten, kan er maar één de kapitein zijn.” Polanski toont ons twee
mannen met compleet tegenovergestelde karakters, die de hele
boottrip lang aan elkaar proberen te bewijzen dat ze, zoals ze dat
in Vlaanderen zeggen, echt wel de langste hebben.

Andrzej vertegenwoordigt in die strijd de burgerij: een
intellectueel die duidelijk welgesteld is. Niet alleen heeft hij
een eigen auto, maar zelfs een zeilboot, wat in het communistisch
Polen van 1962 van een ongehoorde, bijna onfatsoenlijke rijkdom
getuigt. Controle is voor hem daarbij van wereldbelang. Aan het
begin van de film is Krystyna met de wagen aan het rijden, maar
Andrzej wordt zo bang van haar rijstijl dat hij het stuur
overneemt. De lifter, daarentegen, is exact het tegenovergestelde:
een jonge, fysiek krachtige en straatarme kerel, is hij geen groot
intellectueel licht, maar dat gebrek maakt hij goed met zijn lef en
roekeloosheid. Hij gooit zichzelf dan ook praktisch voor de auto
van Andrzej en Krystyna om hen te doen stoppen. Het contrast tussen
de twee mannen is daarmee meteen duidelijk.

De hele zeiltrip ontwikkelt zich tot een strijd om mannelijke
dominantie, die zich soms op het meest kinderachtige niveau
afspeelt. ‘Knife in the Water’ zit vol spelletjes waarin de twee
kerels elkaar proberen te overtroeven – Andrzej gebruikt daarvoor
zijn superieure intellect, de lifter zijn fysiek en lef. Neem nu
een scène waarin Andrzej de jongere man een uitbrander geeft omdat
hij een liedje heeft gefloten aan boord, wat volgens
zeemansbijgeloof ongeluk brengt. “Vroeger hingen ze daar mensen
voor in de mast,” zegt hij smalend. Waarop de lifter zonder een
woord te zeggen tot boven in de mast klimt. Later in de film
gebruikt Andrzej een soort tang om een hete kookpot zonder
handvaten vast te nemen. De lifter lacht hem uit. “Probeer jij die
pot dan maar eens met je blote handen te pakken,’ snauwt Andrzej.
Wat de jongen natuurlijk meteen doet. Hij verbrandt nog liever zijn
handen dan toe te geven. Zelfs wanneer de mannen later op de avond
elk een luchtmatras opblazen, maken ze daar een wedstrijdje van: de
lifter kan het sneller met zijn mond dan Andrzej met een pomp. Elke
gelegenheid is goed genoeg om te proberen elkaar de loef af te
steken.

Waarom doen ze dat? De voor de hand liggende reden is natuurlijk
Krystyna, en er is inderdaad wel enige seksuele spanning te merken
tussen haar en de lifter. Maar voor het grootste deel van de film
lijkt ze de spelletjes van de mannen veeleer kinderachtig te vinden
en laat ze hen begaan. De strijd tussen de venten speelt zich af op
een seksueel, intellectueel, maar ook sociaal vlak. De lifter
minacht Andrzej omdat die tot de bourgeoisie behoort, maar zoals
Krystyna hem aan het einde van de film uitlegt: “Vroeger woonde hij
ook met zes studenten in één kamertje.” Ziet Andrzej in de lifter
dan ook zichzelf, zoals hij vroeger was? Goed mogelijk. Wat zegt
het dan over Andrzej dat hij de lifter nu zo hartsgrondig haat?

Dat zijn boeiende ideeën, in een film die knap in beeld werd
gebracht – met weinig middelen draaien op het water, dat is niet
evident, maar Polanski’s kadreringen zijn altijd prima in orde, met
een paar memorabele top shots, die recht naar beneden op het dek
van de boot filmen. Ook de acteerprestaties zijn wat ze moeten
zijn, met een intenste Leon Niemczyk als Andrzej en een ietwat
onwereldse vertolking van Zygmunt Malanowicz, die de lifter speelt
als iemand die zich intens oncomfortabel voelt bij het koppel, en
zich alleen maar thuis lijkt te voelen in zijn eigen lichaam – dat
hij dan ook volop tentoon stelt. Jolanta Umecka is niet slecht als
Krystyna, maar haar personage wordt te weinig ontwikkeld. Ze kan
perfect een bikini vullen, maar krijgt niet veel eigenheid mee.

Waar ‘Knife in the Water’ ook een steek laat vallen, is in het
tempo. Polanski is altijd een man gebleven die hield van een
rustige set-up, maar hier krijgen we tussen de
mannelijkheidsrituelen door te veel dode momenten, met shots van de
zon die in het water glinstert, Krystyna die ligt te zonnebaden en
Andrzej die achterdochtig naar de lifter kijkt. Zo krijgt de film
het moeilijk om op stoomkracht te blijven. De ritmes van de
westerse cinema zouden de regisseur later beter liggen.

Niettemin is dit wat je noemt “een beloftevol debuut” –
inhoudelijk interessant, visueel indrukwekkend en goed geacteerd.
De volgende boottrip die Polanski ondernam, was al meteen richting
Hollywood.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − drie =