City Island




Sinds ‘American Beauty’ uitkwam in 1999 is het blijkbaar de
regel geworden dat er elk jaar minstens één tragikomedie moet
uitkomen rond een disfunctioneel gezin. De lijst is onderhand quasi
eindeloos geworden, met ‘The Royal Tenenbaums’, ‘Little Miss
Sunshine’, ‘The Squid and the Whale’, ‘The Savages’, ‘Running With
Scissors’… En zo kun je nog wel even bezig blijven. De redenen
voor het succes van dit subgenre liggen voor de hand: ten eerste
gaan er veel mensen naar kijken en ten tweede is de formule ervan
relatief simpel te imiteren. Je vertrekt met een doorsnee gezin:
vader, moeder, twee à drie kinderen en als je daar zin in hebt,
gooi je er nog een gesjeesde bompa tegenaan ook. En daarna geef je
al die personages een bizarre karaktertrek, waarvan er minstens
twee iets met seks te maken moeten hebben (dat verkoopt namelijk
goed). Het feit dat al die personages op hun eigen manier zo
weird zijn, garandeert haast dat ze tegen elkaar moeten
opbotsen. Je laat de hele boel naar een groot climactisch
verzoeningsmoment toe leiden et voilà: we hebben een film.
Het probleem – of misschien is het juist wel geen probleem – is
echter dat veel van die films, ondanks hun voorspelbaarheid, toch
aangenaam wegkijken. ‘City Island’, van regisseur Raymond De
Felitta, is daar een perfect voorbeeld van. De film volgt de regels
van het genre tot op de letter. Verrassingen of originaliteit zijn
dan ook ver te zoeken, maar toch is het een grappig, fris filmpje
geworden met sympathieke acteerprestaties. Tja, wat kun je dan
zeggen? Ik heb er plezier aan beleefd, ook al besefte ik dat dit
strikt genomen geen goeie cinema was.

We volgen de familie Rizzo, een working class-gezin dat
woont op City Island, een rustig visserseilandje in de Bronx. Vader
Vincent (Andy “is Cuba nu al bevrijd of moet ik het zelf komen
doen” Garcia) is een cipier die heimelijk acteerambities koestert.
Terwijl hij zijn vrouw wijsmaakt dat hij gaat pokeren, volgt hij
dan ook stiekem toneellessen van cynische leraar Alan Arkin. Zijn
dochter Vivian (Dominik Garcia-Lorido, de echte dochter van Andy
Garcia), verloor haar studiebeurs nadat ze betrapt werd met een
joint en klust nu bij als stripper om opnieuw te kunnen gaan
studeren. Zoon Vinnie (Ezra Miller) heeft een fetisj voor dikke
vrouwen. En moeder Joyce (Juliana Margulies, bekend van ‘ER’ uit de
tijd toen dat nog goed was)… tja, met haar is er niet specifiek
iets mis, buiten dan het feit dat ze quasi elke dag een slaande
ruzie heeft met de rest van de familie. De spanningen in het gezin
komen tot een kritiek punt wanneer Vincent op een dag gevangene
Tony (Steven Strait) mee naar huis neemt, een jonge autodief
waarvan Vincent vermoedt dat het wel eens zijn liefdeskind uit een
vorige relatie zou kunnen zijn.

En zo gaat dat dan. De structuur van dit soort films is bijna
een invuloefening geworden: vader mankeert dit, moeder mankeert dat
enzovoort. En laat het dan maar clashen. De boodschap van dat soort
films is meestal dat we onze familie toch wel graag zien, of we dat
nu graag toegeven of niet. Dus kunnen we er net zo goed niet
moeilijk over doen en dat af en toe ook laten blijken. De clou van
‘City Island’ ligt in het verlengde daarvan: communiceren is toch
zó belangrijk, zeker als je in hetzelfde huis woont. Iedereen in de
film heeft van alles te verbergen voor zijn familieleden: ze roken
allemaal stiekem, Vincent durft zijn gezin niets te vertellen van
zijn acteerplannen, Vivian stript in het geniep en reken maar dat
Vinnie nog niet uit de kast is gekomen als “feeder”. Het punt is
dan dat je dat allemaal niet tot in het oneindige geheim kunt
houden en op dat moment barst er dan een bom.

Origineel? Nou nee. Maar ‘City Island’ heeft wel een opgewekte
sfeer – de humor is veel nadrukkelijker aanwezig dan het drama – en
genoeg geslaagde grappen om 100 minuten lang moeiteloos te
amuseren. Veel verder reiken de ambities van Raymond De Felitta en
co ook niet – ze willen de wereld niet veranderen, maar gewoon hun
publiek vermaken zolang het duurt. Ik veronderstel dat daar ook
iets voor te zeggen valt. Een auditiescène waarin Garcia zijn beste
Marlon Brando-imitatie geeft, is bijzonder geinig, net zoals een
ruzie tussen de familieleden waarin een onschuldige opmerking
verkeerd wordt opgevat en een sneeuwbaleffect heeft: “You call
your own father stupid at the dinner table?!”
De familie
Rizzo maakt vaak ruzie – altijd luidkeels, en altijd omdat ze zich
aangevallen voelen wanneer het niet nodig is. Ik kan me best
voorstellen dat zo’n families echt bestaan, en de manier waarop De
Felitta de Rizzo’s in beeld brengt, verraadt veel affectie voor
zijn personages. Ze zijn allemaal zo gek als een deur, maar je
merkt dat ze ‘t goed bedoelen.

De acteurs zijn niet echt A-listers, maar ze zijn goed op elkaar
ingespeeld: Garcia speelt Vincent als iemand die niet bijster
intelligent is, die dat van zichzelf weet en dan ook met een soort
van minderwaardigheidscomplex rondloopt – hij is bang dat zijn
dochter, die studeert, slimmer zal worden dan hij en dus neemt hij
elke gelegenheid te baat om haar op z’n plaats te zetten: denk maar
niet dat je hier in mijn huis met je moeilijke woorden je ouweheer
gaat overklassen. Daarom ook voelt hij zich zo gegeneerd om zijn
acteerambities: hij vindt zichzelf niet de man om iets artistieks
te willen doen, en dus gaat hij er van uit dat zijn vrouw hem
belachelijk zou vinden mocht hij het haar vertellen. Garcia legt
die laagjes er mooi in, door zijn manier van spreken en zijn
lichaamstaal daar perfect op af te stemmen. Juliana Margulies
krijgt minder nuances te spelen, maar amuseert zich duidelijk in de
rol van luidruchtige madam, die al lang geleden heeft geleerd dat
ze in dit gezin moét roepen om gehoord te worden. In de bijrollen
is Steven Strait een degelijke straight man die de gekte
van de Rizzo’s samen met ons ondergaat, en is Alan Arkin geestig
als altijd.

De cinematografie helpt ook: we krijgen een film met een
relatief eenvoudige cameravoering, maar met warme herfstkleuren die
ons prima in de sfeer van de prent weten te brengen. City Island
zelf speelt een hoofdrol in het verhaal, en de locaties komen erg
authentiek over: je voelt dat dit op locatie gedraaid werd, en dat
helpt om de film textuur mee te geven.

‘City Island’ is geen grootse film: de regels van het genre
worden gerespecteerd en uiteindelijk gebeurt er niets dat je niet
zag aankomen. Maar de prent heeft een warm hart, hij is grappig en
er wordt goed in geacteerd. Meer moet dat toch niet zijn?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien + achttien =