The Perks of Being a Wallflower

Er zijn veel redenen waarom The Perks of Being a Wallflower niet zou mogen werken: alweer een drama over de pijn van het puber zijn, écht? Daar hadden we eigenlijk al genoeg van toen wijlen John Hughes die chronisch uitspuwde in de jaren tachtig (laat staan toen Larry Clark de sensationele toer opging met hetzelfde gegeven in de nineties). En ook alweer een film die inspeelt op onze nostalgie naar de eighties, met mixed tapes, punks en de lelijkste auto’s die ooit van een lopende band zijn gerold? Ja, The Perks of Being a Wallfower moet behoorlijk wat handicaps overwinnen, maar kijk eens aan: regisseur Stephen Chbosky overstijgt de beperkingen van zijn genre en setting, om een warme, genereuze, maar ook pijnlijk eerlijke coming-of-agefilm te maken.

Het verhaal levert nochtans nog meer reden tot achterdocht: Logan Lerman speelt Charlie, een jongen die aan zijn eerste jaar high school begint onder een slecht gesternte. Zijn beste vriend heeft zelfmoord gepleegd en ook zijn tante Helen (cameo van Melanie Lynskey) is om het leven gekomen onder omstandigheden die niet zo mysterieus zijn als Chbosky zelf waarschijnlijk denkt. Charlie is nog niet zo lang geleden ontslagen uit een psychiatrische kliniek, en de middelbare school kondigt zich dan ook aan als een disaster waiting to happen. Zijn vooruitzichten veranderen echter wanneer hij Patrick (Ezra Miller) en diens stiefzus Sam (Emma Watson) ontmoet, een uitbundig duo dat deel uitmaakt van een hechte kliek aan artsy fartsy vrienden. Voor het eerst voelt Charlie zich aanvaardt en op zijn eigen, introverte manier, begint hij open te bloeien. Maar natuurlijk wordt hij verliefd op Sam, natuurlijk is het niet wederzijds en natuurlijk hebben ook Patrick en Sam zo hun eigen demonen om mee af te rekenen. Dat spreekt voor zich.

En op die manier spreekt een groot deel van de plot van Wallflower wel voor zich. De situaties zijn niet zo opmerkelijk, maar waar Chbosky wel scoort, is in de haarscherpe portrettering van de personages. De schrijver/regisseur (die hier overigens zijn eigen roman verfilmt), kent zijn hoofdfiguren door en door, en geeft ze een overtuigende menselijkheid mee. Kleine gebaren zeggen wat dat betreft vaak meer dan grootse scènes. Wanneer Sam rechtop gaat staan achter op een rijdende pickup truck om de wind langs haar lichaam te voelen, dan doet dat moment iets te berekend aan, te veel een filmmoment. Maar wanneer ze moederlijk een milkshake maakt voor Charlie, die voor de eerste keer stoned is geworden en een hongertje heeft gekregen, dan klikt de film wel. Dat poepsimpele momentje komt enorm oprecht over, en de prent heeft er zo nog heel wat in petto. Chbosky weet hoe pubers zich gedragen, en als je een paar uitschuivers niet mee rekent, weet hij die gedragingen bijna perfect naar het scherm te vertalen. Wij konden in ieder geval een aantal flashbacks naar onze eigen puisterige wonderjaren niet vermijden. Zie hoe Charlie tijdens een schoolfuif naar de dansende Sam staat te loeren en voel elke seconde onbeantwoorde kalverliefde uit je jeugd in één klap terugkeren.

De acteerprestaties helpen daar enorm bij. Logan Lerman slaagt erin om een introvert karakter te spelen, zonder saai over te komen. Zijn verlegenheid en occasionele zelfmedelijden zijn perfect geloofwaardig. Ezra Miller werd bekend als de ubercreepy Kevin in We Need to Talk About Kevin, en laat hier zien dat hij ook het diametraal tegenovergestelde kan spelen: hij is het warmste, grappigste personage van de drie, met toch ook een geloofwaardige tristesse over zich. Miller steelt vrijwel elke scène waarin hij zit, hoewel hij ook gewoon het meest flamboyante personage heeft gekregen. Emma Watson, op haar beurt, maakt goede keuzes voor haar post-Harry Potter-carrière: eerst een bescheiden bijrol in My Week with Marilyn, nu een grote rol in een film waarvan het budget waarschijnlijk nog niet voldoende zou zijn geweest om de catering van een Potterfilm te voorzien. Om goed met Hermione te breken, koos ze meteen voor een rol waarin ze haar seksualiteit een beetje mag uitspelen en dat gaat haar allemaal wonderwel goed af. Haar Amerikaans accent is soms nog wat wobbly, maar emotioneel raakt ze echt wel waar ze moet zijn. Ze is bevrijd van de beperkingen van een grote special effects-franchise, ontspant zich en toont dat ze echt nog wel een mooie carrière voor zich heeft.

Ook verfrissend: Chbosky gooit er geen disfunctionele gezinssituatie tussen om de mentale problemen van Charlie te verklaren. Hij komt uit een liefdevol nest, en zelfs zijn oudere broer en zus hebben het beste met hem voor. Dat zorgt er voor dat alvast de platste clichés uit het genre omzeild worden: de regisseur is niet wanhopig op zoek naar conflict waar hij dat ook maar kan vinden, maar blijft trouw aan zijn personages. En hij zorgt er ook voor dat hij regelmatig de pathetiek van zijn film doorprikt met wat humor, of door de nodige afstand te nemen van zijn verhaal. Zoals Charlie het zelf zegt in de eindmonoloog: “Ik weet dat dit allemaal verhalen zullen worden. Dat onze foto’s alleen maar kiekjes zullen worden, en dat we allemaal iemands vader of moeder worden. Maar nu, op dit moment, is dit allemaal echt.” Daarmee erkent de schrijver/regisseur dat het “mààr” pubergevoelens zijn die hij beschrijft, vluchtige emoties die je achteraf maar al te makkelijk kapot rationaliseert. Maar op dat moment zijn ze wel reëel.

Op visueel vlak houdt Chbosky het eenvoudig, met een traditionele stijl, die hier en daar doorprikt wordt met een vindingrijke montage: de cut to black tijdens een vechtscène, bijvoorbeeld, of de manier waarop Charlie drie keer naast zichzelf in beeld komt tijdens een moment van grote mentale verwarring. Dat soort momentjes had ik graag vaker gezien, maar goed, tot daar aan toe. Ook hadden een paar kleinere plotlijnen beter uitgewerkt kunnen worden: de zus van Charlie krijgt aan het begin van de film een mep van haar vriendje, maar daar wordt verder niet veel mee gedaan. En Patrick heeft een relatie met een football-speler die niet uit de kast durft te komen, wat ook voor de nodige problemen zorgt – ook die verhaallijn wordt niet echt opgevolgd.

Een perfecte film is Perks of Being a Wallflower dus niet geworden. Maar het is wel oprechte, sympathieke, humane cinema met een paar schitterende scènes en frisse acteerprestaties. Meer moet dat echt niet zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × vier =