The Cinematics :: Love And Terror

The Cinematics blijven de eeuwige Poulidors van de postpunk. Kwamen ze in 2006 net te laat om mee op het succes van Editors te surfen, dan lieten ze zich dit jaar de kaas van het brood eten door White Lies. De schuld van een hoop labelproblemen, het vertrek van een gitarist, en: een helaas niet helemaal geslaagde plaat, deze keer.

Jaren geleden kregen we van een kwaadwillige de titel "ontdekker van groepen die het nooit gaan maken" aangemeten. Welja, en laat ons die met trots dragen. Het is geen schande om plots helemaal weg te zijn van artiesten waar niemand anders om geeft. Er is geen kunst aan om mee met de wolven in het bos te huilen dat Sigur Rós geweldig zijn (wat ze zijn), maar je ook vierkant durven te zetten achter een onbekend groepje waar je in gelooft: dat is wat rockjournalistiek volgens ons moet zijn.

Waarom rakelen we dit op? Omdat het ernaar uitziet dat The Cinematics — in 2006 goed voor een top tien-notering in ons eindejaarslijstje — zullen aansluiten bij illustere namen als Lansbury (hun That Creepy Hope On Love is nog steeds het ontdekken waard) en Aereogramme (twee van hun drie platen zijn must have klassiekers). Daarvoor is het nieuwe Love And Terror niet sterk genoeg, en — in een tijd waarin White Lies de fakkel van Editors overnam, terwijl die laatsten alweer verder staan — too little, too late.

Het idee om zelf de producersstoel te bemannen en voor een wat ruw en rockerig geluid te gaan, was ook niet de juiste keuze. Wat debuut A Strange Education zo goed maakte, was dat de band speelde op zijn sterkten: popgevoeligheid, strak en glashelder gebracht. Love And Terror verzuipt in een veel minder gearticuleerd geluid dat de songs geen recht doet. Dat bewees het optreden in het Antwerpse Trix van enkele weken geleden, toen heel wat nieuwe nummers zich pas echt openbaarden.

Dat was natuurlijk vooral het nijdige "Wish (When The Banks Collapse)" halverwege, waarin de working classachtergrond van de groep tot uiting komt. Net als de profetische gaven van nieuwe gitarist Larry Reid overigens: lang voor de bankencrisis al is de essentie van deze antimodieuze anarchisten "je kunt wensen dat de banken ten onder gaan, maar je gaat er zelf het hardst onder lijden". Met een "Rebel Rebel"-achtige gitaarlijn serveert de groep een mix van glam en postpunk die recht in de roos is.

"Hospital Bills", nog zo’n knappe song, begint daarna als een epische trage, maar al snel kiest de groep voor dat andere sterke punt: dansbaarheid. En plots is Love And Terror vertrokken. "Moving To Berlin" kampt wat met die niet zo sterke productie, maar blijkt onderhuids best een puike song met jagende en messcherpe gitaartjes en een bruut van een baslijn. Jammer van het refrein, dat net onder de lat schiet. Dat maken The Cinematics dan weer goed met "You Can Dance", dat uit een killer-refrein zijn sterkte haalt.

Moeilijker is de eerste helft, die na de venijnige potige opener "All These Things", meteen even inzakt met de wat middelmatige singles "New Mexico" en "Love And Terror". Vreemd dat net deze nummers uit de plaat zijn gehaald om het veldwerk te doen; het razende "She Talk To Trees" of "You Can Dance" hadden dat veel beter gedaan. "Lips Taste Like Tears" zorgt helemaal voor verveling.

Zou het hiermee eindigen voor The Cinematics? Laat ons hopen van niet. Van de beste brokken Love And Terror gaat een onweerstaanbare drive uit die doet hopen op meer! meer! meer!, zoals ook het hele A Strange Education dat drie jaar geleden al deed. Stiekem hopen we dus toch op een hit, zodat er opnieuw geld is voor een producer op een derde album. En uiteindelijk: op het debuut van White Lies stonden ook maar vier killer tracks, en dat vond u genoeg. Doe ons een lol.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf + 15 =