Editors :: In This Light And On This Evening

Die vermaledijde derde plaat. Ook in deze tijden verkrampen nog veel bands in de definitieve overgang van marge naar mainstream, forceren ze zich om hun sound en zichzelf stadionfähig te maken. En maken zo een creatief Waterloo als X and Y (Coldplay) of Day And Age (The Killers). Radiohead was een van de uitzonderingen met OK Computer, weet u nog. Editors nu ook met In This Light And On This Evening.

Maar daar houdt elke vergelijking tussen beide platen op. Wat beide bands op de vooravond van hun derde plaat wél met elkaar gemeen hebben, is dat complexloos de vlucht vooruit nemen, uitgaande van hun eigen sterkte — "liever iets rotslechts dan iets saais maken", noemt Chris Urbanowicz het. Liever in een donker hol spelen waar het zweet van de muren druipt met een plaat die hen creatief uitdaagt, dan een stadion vullen met drie dezelfde platen. Zichzelf constant willen verbeteren en onderscheiden van de massa, met vallen en opstaan. Editors zet dan ook een gedurfde stap vooruit, maar dus uitgaand van zijn eigen sterktes: een typische Editors-melodie herken je nog zelfs al wordt ze gespeeld op een blokfluit, en vooral de stem van Tom Smith zorgt voor een rode draad door elk muzikaal bochtenwerk waar Urbanowicz de band door wil — en nog zal — jagen.

Op In This Light lijkt het alsof de donkere onderbuik van The Back Room volledig de bovenhand neemt. Alsof de band nu pas echt beginnen luisteren is naar al die groepen waarmee hij de afgelopen vier jaar vergeleken is, en ontdekt heeft dat hij daar wel iets mee aankan. Editors doet dat zonder de minste pretentie: "We zijn heus niet de eerste band die de overstap van gitaren naar synthesizers heeft gemaakt," zei Ed Lay onlangs in een gesprek met goddeau. En zo is het maar net.

Een betere producer dan Flood is in deze fase voor Editors nauwelijks denkbaar. Dat de vergelijking met Depeche Modes Violator een pak beter opgaat, is dan ook geen toeval. Op beide platen worstelen schoonheid en rauwheid met elkaar (de eeuwige push-pull tussen Gore en Gahan), beide negen nummers tellende platen bereiken met synths toch een zekere live feel. En beide platen werden getrokken door een perfecte single met de blik vooruit. "Papillon" is op die manier zonder meer een intentieverklaring zoals "Personal Jesus" er een was: radicaal én toch herkenbaar breken met het geluid dat de band tot dusver had (voor het eerst draaide een nummer rond gitaar en gewone drums bij DM, Editors maakt nu net de omgekeerde beweging). Die verrassende sprong vooruit opende voor Depeche Mode de stadiondeuren. Geen mens twijfelt eraan dat er voor Editors hetzelfde zit aan te komen, zonder één seconde plat op de buik te gaan.

Synths en gitaren doen dus haasje-over, maar een onherkenbare plaat en groep levert dat allerminst op. Al lijkt In This Light in bijna niets op doorbraakplaat An End Has A Start — alleen al daarvoor verdient Editors een pak krediet. Editors had het zich veel gemakkelijker kunnen maken, en An End Has A Start als voorzet gebruiken om de bal nu gewoon binnen te koppen. Een aanval uit het boekje. In plaats daarvan bouwt Editors met In This Light een heel nieuwe aanval op met onvoorspelbare acties, passings en looplijnen. In plaats van geheide singles als het door drummer Ed Lay voortgestuwde "Munich" of "The Racing Rats", krijgen we nu bochtige songs als "You Don’t Know Love" dat uitmondt in een zwarte gospel of "The Big Exit", een kil "liefdesnummer" dat je terugflitst naar het vriespunt van de Koude Oorlog. Een plaat waarop een song als "Eat Raw Meat = Blood Drool" misschien nog de meest evidente volgende single is, kiest bezwaarlijk de gemakkelijke weg.

Uiteraard liggen de vergelijkingen met de bands en genres uit de jaren tachtig er deze keer wel héél dik op (we gaan het lijstje niet nog eens opdrammen), een kritiek die bij gebrek aan beter nog vaak zal opduiken. Vernieuwend is het allemaal niet, heet dat dan. Editors zal de laatste zijn om dat tegen te spreken. Bovendien zit de sterkte van de plaat erin dat Editors niet zomaar klakkeloos kopieert, maar zijn voorbeelden allemaal vlekkeloos in zijn manier van songs schrijven en maken integreert. De dark wave in het fantastische openings- en titelnummer leidt tot een uitbarsting die de beste Editors-songs kenmerkt, de mix van Joy Division en New Order in "Bricks And Mortar" krijgt door Smith’ stem en een epische dot van een refrein een onmiskenbare Editors-smoel.

En hoezeer deze plaat muzikaal ook terugkijkt naar die jaren tachtig, het is veel meer dan dat — dit is een plaat die Editors in de (nabije) toekomst een ongelooflijke vrijheid geeft, een vrijgeleide om op de volgende plaat weer met iets heel anders naar buiten te komen. En ook daar zal de groep wel mee wegkomen. Daar is het deze band dan ook om te doen — dat de zalen waarin ze spelen steeds groter zullen worden is weliswaar meer dan zomaar mooi meegenomen. Die veel te zeldzame ongedwongenheid en dat lef zullen vele generatiegenoten van Editors hen ongetwijfeld benijden. En terecht. Editors laat hen met deze plaat ver achter zich.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + achttien =