Muse :: The Resistance

Op het moment dat Muse steeds grotere stadions steeds sneller uitverkoopt, komt de band met zijn veruit meest gewaagde plaat aanzetten. The Resistance is een triomftocht van camp, Queen en klassiek waarmee Muse misschien wel zijn perfectie bereikt.

Ontkennen en ermee lachen dat Muse een imponerend parcours afgelegd heeft dit decennium, is gemakkelijk en bon ton voor wie “geloofwaardig” meent te moeten zijn. Erkennen dat dat parcours geen evidentie is, benadert de waarheid echter ietsje meer. Wat een evolutie heeft deze band immers doorgemaakt. Het groepje van “Muscle Museum” vond op licht imposante wijze een eigen geluid op Origin of Symmetry, mede dankzij de opmerkelijke single “Newborn”, botste tegen de grenzen van zijn theatrale bombast op Absolution, maar blies op overtuigende wijze de muren van zijn eigen geluid op met Black Holes And Revelations, weer dankzij een niet al te evidente single als “Knights Of Cydonia”. Nee, wie als bakvis viel voor de broekjes van debuut Showbiz heeft het niet onder de markt gehad om bij te blijven.

En nu misschien nog minder. The Resistance mag gerust de culminatie van al die platen genoemd worden. De eerste knipogen naar Queen op Origin en vooral Black Holes zijn hier liefdesverklaringen geworden (“United States of Eurasia”, “Guiding Light”). De minisymfonietjes die Muse al had op Origin (“Space Dementia”, “Citizin Erased”) komen hier nog een stuk zelfzekerder uit de verf in “Unnatural Selection” en weer “Eurasia”. De paranoia en weerzin tegenover “they”, de wereldleiders die onze planeet versjteerd hebben, ontbolstert compleet (“Uprising”). Maar vooral: de uitstapjes richting klassiek die vooral Absolution al telde, monden nu onder andere uit in een complete driedelige symfonie van bijna een kwartier, “Exogenesis”, zonder meer het strafste wat Muse tot dusver al heeft gemaakt.

Muse producete voor het eerst zelf de plaat en zag zo zijn kans mooi om naar hartenlust te experimenteren. Zo is de groep bijna onherkenbaar in “Undisclosed Desires”; met louter bas, strijkers en elektronica het eerste nummer waar Bellamy geen noot op speelt. In het zelfs ietwat funky “I Belong To You” verwerkt Muse een cover van “Mon Coeur S’Ouvre A Ta Voix” van Maria Callas zonder door het ijs te zakken. Bovendien is het in tegenstelling tot op de vorige platen zoeken naar een evidente single, op het lichtjes campy “Resistance” na dan: Muse gaat naar het Songfestival met hun versie van Abba’s “The Winner Takes It All”. En scoort met gemak twaalf punten, want het is een aandoenlijke dijk van een song.

Na de lichte waanzin van “United States Of Eurasia” (let toch vooral op de uitstekende oosterse strijkers die met Bellamy’s klassieke piano flirten) sust de band u echter halverwege wel met enkele songs die niets meer dan vintage Muse zijn. “Unnatural Selection” is rond een metalriffje geweven dat Muse al enkele keren per plaat heeft opgedist, “MK Ultra” is een idee dat tijdens Origin Of Symmetry al in de schuif gelegen moet hebben en “Invincible” van op de voorganger krijgt een vervolg in “Guiding Light”, met een ontzettend protserige gitaarsolo die Brian May dertig jaar geleden heeft laten rondslingeren. Dat Bellamy op de making of van de plaat in lachen uitbarst terwijl hij ze inspeelt, is eigenlijk geruststellend. Er zit meer humor in Muse dan velen denken.

Maar dat alles is slechts een aanloop naar het imponerend georchestreerde “Exogenesis”-drieluik, waarin alle virtuositeit van de band — en vooral van Bellamy die dit als concertpianist briljant aan elkaar smeedt — eindelijk volledig de vrije loop krijgt. Dit doet niet alleen alle puzzelstukken van Muse van de afgelopen tien jaar samenvallen, dit doet vooral het beste verhopen voor de toekomst van deze band.

En zo is Muse er nog maar eens in geslaagd zichzelf en zijn publiek stevig uit te dagen, zijn geluid te verdiepen en te verbreden en de vorige platen aldus met gemak te overtreffen. Iets waar veel generatiegenoten van Muse, laat staan hun stadionvullende collega’s, amper tot helemaal niet in slagen. Dat ze daarmee een steeds ruimer publiek blijven trekken en, vooral, dat The Resistance stevig doet vermoeden dat Muse zijn creatieve (en commerciële?) hoogtepunt nog steeds niet heeft bereikt, is misschien nog de sterkste prestatie en is zonder meer indrukwekkend.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × twee =