Gamer




De namen Neveldine/Taylor op de aftiteling, dat kan maar één
ding betekenen: hyperkinetische macho-actie met hoofdacteurs die
volgens de geruchten niet geboren zijn, maar uit pure rotsblokken
gehouwen – kijk maar eens naar de granieten smoelwerken
van Jason ‘Crank’ Statham en Gerard ‘This is Sparta!
Butler en u weet wat we bedoelen. Hun cinema is een uitzinnige
over the top variatie op de Bourne-films, maar dan voor
een jonger publiek. Is dat dan voor iedereen weggelegd? Goh, ofwel
vind je hun films erg amusant op een guilty
pleasure
-niveau, ofwel ben je 14 en vind ze je ze van het
allerbeste dat je ooit hebt gezien, ofwel… ofwel… Aw,
hell
, hoe kan je nu niét geamuseerd meegrijnzen met de
avonturen van Chev Chelios uit ‘Crank’?!

Dat klinkt allemaal erg leuk, maar nu moeten we dat misschien
toch een tikkeltje relativeren. ‘Crank’ wás inderdaad erg leuk
entertainment, genre verstand-op-nul, maar meer ook zeker en vast
niet. En de geflipte ADHD-montage stoorde bij momenten toch ietwat
(noem ons ouderwets, maar wij zien graag wie op welk moment waar
staat). Welnu, ‘Gamer’ is minder goed dan ‘Crank’. De grote charme
van die laatste was dat die helemaal niets pretendeerde. Het
verhaaltje was zo onnozel als het plezierig was en de film wilde
ook helemaal niets meer uitstralen dan een gevoel van onschuldige,
jongensachtige fun. ‘Gamer’ wil méér zijn dan dat. Het verhaal is
opvallend zwart, de thematiek voor een hersenloze actiefilm
bijzonder geladen en visueel gezien probeert de combo
Neveldine/Taylor er spijtig genoeg meer uit te halen dan erin
zit.

Waar gaat het dan allemaal over? Wel, het begint allemaal bij
computergigant Ken Castle (een rol van de immer geweldige Michael
C. Hall, die zich hier kostelijk amuseert met een vuistdik Texaans
accent) en zijn wereldwijd verspreide gamesimperium. Het gaat hier
echter niet zomaar om spelletjes met virtuele personages die zich
louter afspelen op het net of in de woonkamer. Via een
revolutionaire techniek is Castle er immers in geslaagd (uw
bullshit-detector begint te piepen…) de hersenen van een
levend mens te vervangen door artificiële cellen
(…PIEPPIEPPIEPPIEP…), waardoor die mens van op afstand
bestuurd kan worden (BOEM!). Die techniek past hij vervolgens toe
op een game, Society genaamd, met het concept van Second Life, maar
dan met echte mensen. Binnen het speldomein doen en zeggen de
‘acteurs’ alles wat de gamers hen opdragen. Anders gezegd: Society
is interactieve porno.

Na het overweldigende succes van Society, komt Castle met een
nog straffer idee op de proppen in de vorm van zijn nieuwste spel,
Slayers: hij geeft ter dood veroordeelde gevangenen de mogelijkheid
om zich op te geven als pionnen op een slagveld in een soort
full scale deathmatch-ervaring. Als een Slayer 30
gevechten lang overleeft, wordt hij weer vrijgelaten. Alleen is dat
nog nooit iemand gelukt. Degene die als enige dichtbij is gekomen,
met 27 gewonnen gevechten and counting, is Kable (Butler),
een keiharde killing machine van wie het niet duidelijk is
wat hij nu net heeft gedaan om in de dodencel te belanden. Wat we
wel weten is dat zijn vrouw en dochter hem buiten opwachten, en dat
hij er alles aan zal doen om levend uit zijn laatste drie gevechten
te geraken.

Ondertussen werkt Kable’s vrouw als ‘actrice’ in Society, doet
de rebellerende groepering Humanz er alles aan om Castle’s werk te
dwarsbomen en wordt het duidelijk dat deze laatste meer van plan is
met zijn synthetische hersenen dan enkel het uitdenken van een
handvol twijfelachtige gameformules. Het is overduidelijk dat
Neveldine en Taylor hun uiterste best hebben gedaan om hun film een
satirische boodschap mee te geven. Nu hebben wij daar op zich niks
op tegen, maar de manier waarop is meestal zo klungelig en
onsubtiel dat de prent meteen alle impact verliest. Zo wordt
Society blijkbaar alleen gespeeld door grotesk zwaarlijvige
sadisten die hun vunzige lijven insmeren met dikke lotion en
hamburgervet. Ergens zal dat wel grappig bedoeld zijn, maar het
resultaat is eerder dat de prent ergens tussen de stompzinnige
actie van ‘Crank’ en de serieuze science fiction van ‘Blade Runner’
(let trouwens op de referentie) invalt. Op die manier werkt ‘Gamer’
op geen van beide niveaus echt helemaal.

Af en toe is de prent oprecht geestig (de meisjes in de bollen
van de nachtclub zijn een toffe vondst en Michael C. Hall zorgt op
zijn eentje voor heel wat broodnodige relativering), maar over het
algemeen is de sfeer te serieus en naargeestig om te kunnen spreken
van een leuke actiefilm. De actie is overigens weer eens
veel te hyperkinetisch gemonteerd, met weinig gevoel voor mise en
scène en erg vreemde cameraposities – het money shot van
de film, met twee crashende bulldozers, gaat zelfs wat de mist in
omdat je amper ziet wat er net gebeurt. Butler is dan weer erg
degelijk als actieheld (zeg wat u wilt, ik zie die mens graag bezig
met alles van botte voorwerpen tot rokende schietijzers), maar
krijgt wel erg weinig om mee te werken, net als de rest van de
cast. Dat is wellicht het grootste probleem van ‘Gamer’: het is een
film met een grote ambitie, die iets belangrijks te vertellen
wil hebben, maar steevast veel te oppervlakkig en onnozel
blijft om dat dan ook echt te doen. Neveldine en Taylor willen hier
én een boodschap, én entertainment brengen, met als resultaat dat
je aan beide kanten een beetje op je honger blijft zitten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 13 =