Un Prophète





Met : Tahar Rahim, Niels Arestrup, Adel Bencherif, Hichem Yacoubi
e.a.

De kans lijkt me klein dat de naam Jacques Audiard bij de meeste
mensen meteen een even luide bel doet rinkelen als pakweg Steven
Spielberg of Quentin Tarantino, maar toch heeft de Franse
traagfilmer (één prent om de 5 jaar is blijkbaar genoeg voor
meneer) zichzelf langzaam maar zeker een weg naar de European
arthouse-
hemel gewerkt. Voornaamste verantwoordelijke daarvoor
was zijn vorige prent, het mooie ‘De Battre Mon Coeur s’est
Arrêté’, waarmee hij zich internationaal sterk liet opmerken. En
nu, na een relatief korte vier jaar pauze, is Audiard terug met ‘Un
Prophète’, die meteen de Speciale Prijs van de Jury mocht oppikken
in Cannes. In Frankrijk loopt het blijkbaar storm voor ‘Un
Prophète’, bij ons iets minder. Ter illustratie: ik zag de film in
een vrijwel lege zaal, en moest achteraf bij het buitengaan
opmerken dat een alarmerend percentage van het tiental aanwezige
toeschouwers zich door hun vergevorderde leeftijd of een niet nader
te bepalen aandoening met krukken moest voortbewegen. Geen goed
teken voor een film die nochtans beter verdient.

Het verhaal draait rond Malik (Tahar Rahim), een 19-jarige
Franse Marokkaan die voor zes jaar de nor in draait. Wat hij
precies heeft gedaan om dat te verdienen, blijft nogal vaag – we
horen in een flits dat hij een politieagent zou hebben
neergestoken, maar verder dan dat gaat het niet. Het is wel
duidelijk dat hij als een absoluut groentje de gevangenis
binnenkomt. Een onhandige poging om geld binnen te smokkelen
mislukt, hij heeft geen vrienden of familie in de buitenwereld en
weet niet wat hij moet verwachten van zijn leven in de cel. Wanneer
César Luciani (Niels Arestrup), de chef van de Corsicaanse maffia
en bijgevolg de grote patron van de bajes, hem vraagt om een
verklikker te vermoorden, kan Malik niet weigeren. (De woorden “jij
vermoordt hem of ik vermoord jou” zijn een tamelijk goede
motivatie.) Met die eerste moord verdient hij zijn strepen en vanaf
dan begint hij aan een ontzagwekkend tempo bij te leren: hij wint
het vertrouwen van Luciani, maar werkt zich ook in de gunst van een
Arabische bende. Al gauw regelt hij vanuit de bak moordaanslagen en
een lucratieve drugshandel.

Dat verhaal blinkt op zichzelf niet uit door z’n originaliteit.
Zoals eerder met ‘De Battre Mon Coeur s’est Arrêté’, legt Audiard
zichzelf de beperkingen van een genrefilm op, om dan te kijken of
hij binnen die beperkingen een aantal interessante variaties kan
aanbrengen. Hier krijgen we de plot van een klassieke
gevangenisfilm: het bildungsverhaal van een jongen die als
een kleine crimineel de nor ingaat, en er als een grote weer
buitenkomt. Op zichzelf spring je daar niet ver mee, maar Audiard
weet de clichés van het genre wonderwel te ontwijken. Geen
verkrachtingen onder de douche, geen sadistische bewakers of
rellen, maar wel een opvallend overtuigende schets van het leven in
een gevangenis. ‘Un Prophète’ is op zijn best wanneer hij zich
toelegt op zijn rol als milieuschets: we zien hoe drugs wordt
binnengesmokkeld via het bezoek, hoe je een scheermesje in je mond
kunt verstoppen (pijnlijke bedoening, dat), hoe omgekochte cipiers
gebruikt worden door machtige gevangenen en ga zo maar door. Op die
momenten weet Audiard een perfecte toon te vinden, die steeds
realistisch is, zonder nodeloos sensatiebelust te zijn. We gelóven
de film. ‘Un Prophète’ heeft een aanzienlijke street
credibility.

Hij heeft ook een fantastisch centraal personage. Malik komt de
gevangenis binnen als een soort van blanco canvas. We weten zo goed
als niets van hem, wat Audiard toestaat om vanaf dat moment, zonder
flash-backs of monologen over vroeger, dat personage van de grond
af op te bouwen. Malik bestaat voor de kijker eigenlijk alleen in
de context van zijn gevangenschap – hij ontwikkelt zich voor onze
ogen tot een volwaardig persoon. Tahar Rahim levert een intense
prestatie af. Buiten een enkele tv-rol had hij nog niets gedaan
voor ‘Un Prophète’, maar hij draagt de film moeiteloos, met een
vertolking die nergens over de top gaat of om aandacht
schreeuwt.

Zo lang Audiard zichzelf beperkt tot die realistische stijl, zit
alles dus wel snor. Het is wanneer hij dat realisme opzij schuift
dat hij het moeilijker krijgt. Hier en daar voegt hij een
fantasie-element toe dat niet echt werkt. Zo wordt Malik na zijn
eerste moord regelmatig bezocht door het spook van zijn slachtoffer
– waarschijnlijk bedoeld als een poëtische toets, maar het vloekt
pijnlijk met de rest van de film. Ook de scène waarin de titel
wordt verklaard (“Pas op, je gaat een dier aanrijden!”) werkt niet
echt. Voor het overgrote deel van de film heb je het overtuigende
idee dat je naar het echte leven aan het kijken bent, maar op die
momenten voel je de filmmaker te duidelijk ingrijpen met
gestileerde elementen die eigenlijk sowieso niet echt nodig
zijn.

Bovendien durft het scenario hier en daar nog wel eens lichtjes
verwarrend te zijn. Wie na één keer kijken precies kan uitleggen
hoe de Siciliaanse maffia de Italianen nu een kloot wilde
afdraaien, en hoe dat nu precies allemaal werkte met die wagens vol
drugs die 15 km achter elkaar rijden, is slimmer dan ik. Niet dat
die details uiteindelijk zo belangrijk zijn. Het echte punt dat
Audiard er mee wil duidelijk maken, is simpelweg dat Malik zichzelf
opwerkt van kleine garnaal tot geslepen gangster. Wat meteen ook
een onrechtstreeks commentaar is op het rechtssysteem, niet alleen
in Frankrijk maar bij uitbreiding overal: ook al leert Malik dan
lezen en schrijven in de gevangenis, behaalt hij er zijn diploma
secundair onderwijs en leert hij er een stiel, van rehabilitatie is
geen sprake. Het is zelfs nooit een optie dat hij na zijn
gevangenisstraf een eerlijk leven zal gaan leiden. Hij wordt enkel
een grotere crimineel: slimmer, machtiger, met een hoop connecties
die hij daarvoor niet had. Audiard vervalt niet in populistische
sloganeske cinema (“zie eens hoe rot ons gevangenissysteem is!”),
maar zijn scenario roept wel automatisch vragen op over hoe zinvol
dat systeem eigenlijk is, zonder te pretenderen pasklare antwoorden
te hebben.

Audiard filmt dat alles op een energieke manier (check de manier
waarop hij in- en uitfadet tijdens de openingsscène!) die goddank
nooit vervalt in typische cinéma vérité-camerazwaaierij. Billy
Wilder zou naar het schijnt ooit gezegd hebben: “Put the camera
out of focus. I want to win the Oscar for best foreign film”,

maar die ergerlijke neiging van films die zichzelf een artistiek
cachet willen geven om toch maar ruw te filmen, ten koste van
duidelijkheid, wordt hier vermeden.

Het realisme van de milieuschets, de schitterende
acteerprestaties (ook Niels Arestrup mag er zijn als vunzige
Siciliaanse Don) en de strakke visuele stijl zorgen ervoor dat de
150 minuten die ‘Un Prophète’ duurt, behoorlijk snel voorbij
flitsen. Ja, de film heeft een aantal mankementen, maar in dit
geval wegen die niet op tegen het genoegen om na een lange zomer
vol blockbusters eindelijk nog eens iets met inhoud te zien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf + 11 =