The Taking of Pelham 123




Er zijn maar weinig dingen zo leuk voor een echte filmfreak als
het verkennen van de Amerikaanse B-cinema van de jaren zeventig.
Kitscherige rampenfilms en groezelige misdaaddrama’s ahoi, én als
je geluk hebt, kom je hier en daar nog eens een prent tegen die
Quentin Tarantino achteraf heeft geplunderd voor zijn eigen
producties. ‘The Taking of Pelham 123’, een thriller uit 1974,
voorzag Tarantino bijvoorbeeld van het idee om zijn personages uit
‘Reservoir Dogs’ kleurennamen te geven. In die film kaapten Mr.
Blue, Green, Grey en Brown een metrotrein om losgeld te eisen voor
de passagiers. Walter Matthau was de flik die hen moest
tegenhouden. En hoewel waarschijnlijk niemand die originele
‘Taking’ een meesterwerk zal willen noemen, was het wel een
efficiënte genrefilm die deed wat hij moest doen. Fast
forward
naar 35 jaar later, en hier zijn ze dan met de
wellicht onvermijdelijke remake waar niemand om gevraagd had.
(Hoewel we het eigenlijk geen remake mogen noemen – regisseur Tony
Scott en scenarist Brian Helgeland maken er een punt van om deze
nieuwe ‘Taking’ te marketen als een “nieuwe verfilming van het boek
van John Godey”.) De voortekenen waren alvast niet veelbelovend:
een regisseur wiens stijl de laatste jaren geëvolueerd is naar
ruwweg die van een hysterisch krijsend 12-jarig kind op wie
Rilatine geen vat heeft en een scenarist die zowel ‘Conspiracy
Theory’ als ‘The Postman’ op zijn cv heeft staan, werken samen om
een cultklassieker in een overbodig nieuw jasje te steken. En het
resultaat? Goh ja… Ca va. Relatief gezien.

De plot is in grote lijnen dezelfde gebleven: een bende
criminelen, ditmaal onder de kakelende en immer maniakaal
grijnzende leiding van Ryder (John Travolta) kaapt een wagon van de
New Yorkse metrolijn Pelham 123 en eist 10 miljoen dollar losgeld
voor het tiental reizigers dat er zich op bevindt. Walter Garber
(Denzel Washington) is de dispatcher die op dat moment het
verkeer regelt en legt bijgevolg als eerste contact met de
gijzelnemers. Terwijl hij op Ryder probeert in te praten in de hoop
doden te voorkomen, wordt in zeven haasten de burgemeester er bij
gehaald (een geinige James Gandolfini), en begint de FBI,
vertegenwoordigd door agent Camonetti (John Turturro) een
onderzoek.

Eerst maar het goede nieuws: Tony Scott houdt zijn gebruikelijke
visuele overkill ditmaal vrij goed onder controle. Zijn
laatste films, vooral ‘Man on Fire’ en ‘Domino’, waren zo snel
gemonteerd dat ze bijna letterlijk onbekijkbaar waren, met een
gemiddelde shotlengte van nog geen twee seconden, en daar bovenop
dan nog eens kleurenfilters en lichtflitsen om het nog maar wat
flashier te maken. Met zijn vorige, ‘Deja Vu’, en nu deze
‘Taking’, lijkt hij alvast terug te komen op die strategie van
stroboscoopcinema, waarin je nauwelijks kunt zien wat er gebeurt
omdat het allemaal zo snel voorbij flitst. Scott blijft evenwel een
regisseur van de MTV-generatie voor wie een stilstaande camera in
hoge mate not done is. We krijgen nog altijd zijn beruchte
helikoptershots, auto’s die na een banale aanrijding om geen enkele
fysisch verantwoorde reden in slow motion overkop gaan en zelfs
gewone dialoogscènes waarin de camera als een tol rond de acteurs
draait – niet dat die dialogen daar beter van worden. Zoals dat
hoort bij een Tony Scott-productie, zit er geen seconde in ‘The
Taking of Pelham 123’ die niét overgeregisseerd is, maar ditmaal
weet Scott tenminste de samenhang van z’n film te bewaren.

Omdat je nu eenmaal bij de tijd moet blijven, hebben Scott en
Helgeland een paar 21ste eeuwse plotwendingen toegevoegd
aan het origineel, die niet allemaal even geslaagd zijn. Denzel
Washington krijgt een back story die verondersteld wordt
een genuanceerd personage van hem te maken (de brave ziel wordt er
van verdacht zich te hebben laten omkopen – deed hij het of deed
hij het niet?). In principe maakt die nevenplot maar weinig uit,
omdat we als kijker toch per definitie sympathie voelen voor zijn
personage, maar goed, de scène waarin Washington zijn versie van de
feiten geeft aan Travolta is wel één van de sterkste uit de film.
Een andere toevoeging pakt minder goed uit: om lekker hip in te
spelen op de financiële crisis, krijgen we nog een bij de haren
gesleurde plot twist rond Wall Street en de goudmarkt, die
niet echt steek houdt en sowieso overbodig is: 10 miljoen dollar is
genoeg motivatie om een metro te kapen, meer heb je als scenarist
echt niet nodig.

Voor het grootste deel van de tijd ontwikkelt ‘The Taking of
Pelham 123’ zich als een mano à mano tussen Washington en
Travolta, die via de intercom diepzinnige gesprekken voeren over
katholieke schuldgevoelens, corrupte bonzen en ass models
dat alles uiteraard zolang Washington Travolta er niet van
probeert te weerhouden enkele onschuldige mensen neer te knallen.
De bijrollen gaan dan ook een beetje verloren in het gedrang, alsof
Scott zoveel rendement wilde halen uit zijn sterren dat er geen
tijd meer overbleef voor de anderen. James Gandolfini is leuk als
overspelige burgemeester, maar daar blijft het dan ook wel bij.
John Turturro is nooit slecht, maar staat hier duidelijk enkel en
alleen zijn boterham te verdienen in een rol die hij met z’n ogen
dicht zou kunnen spelen. Luis Guzman (nochtans een uitstekend
acteur, check ‘Boogie Nights’) krijgt helemaal niks te doen als één
van Travolta’s handlangers en ook de passagiers op de trein zijn
generische figuren, die er nooit in slagen om individuen te
worden.

Hoe zit het dan met die hoofdrolspelers? Die zijn professioneel
als altijd, hoewel ze hier in een film zitten die nog geen fractie
van hun talent vereist. Travolta gaat alweer amusant over de top
als slechterik van dienst – zijn gezichtshaar suggereert een soort
evil Freddie Mercury, zijn stem en lichaamstaal zijn dan
weer krek hetzelfde als in ‘Face/Off’. ‘t Is best wel lollig om
naar te kijken, maar het blijft ook makkelijk scoren voor hem. Ik
geloof nooit dat hij hier veel moeite voor heeft moeten doen.
Hetzelfde geldt voor Washington, die een minder showy rol
heeft, maar voor de zoveelste keer de rechtschapen, sympathieke
everyman speelt. Doet hij dat goed? Ja hoor. Het probleem
is alleen dat we hem diezelfde rol al zo dikwijls hebben zien
spelen.

Zo lang hij duurt, is ‘The Taking of Pelham 123’ nog wel een
onderhoudende film: het gaat goed vooruit, de acteurs doen wat ze
moeten doen (zij het ook niet veel meer dan dat) en mensen die het
origineel niet gezien hebben, zullen de premisse waarschijnlijk
fascinerend genoeg vinden om tot het einde geboeid te blijven. Maar
het blijft een overbodige remake, met te weinig memorabele
personages, enkele plotwendingen die nergens voor nodig zijn en een
visuele stijl die dan wel (godzijdank) Tony Scott light
is, maar sowieso nog altijd wel Tony Scott.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 1 =