Torngat :: La Petite Nicole

Dat de kans dat je een muzikant raakt groot is, als je in Montréal een steen naar iemand gooit, is genoegzaam bekend. Het aantal bands dat uit deze ene stad opduikt, mag in aantal en kwaliteit bijna wedijveren met Gent en Antwerpen. Dat haast iedereen op een blauwe maandag wel eens met elkaar samenspeelde, is al evenmin een verrassing te noemen.

En dus verbaast niemand zich erover dat bij het trio Torngat (genoemd naar enkele bergen) niet minimaal een lid opduikt in de line-up van andere bands, in dit geval de Franse hoornspeler Pietro Amato die ook bij The Luyas, Belle Orchestre en Arcade Fire te horen is. Met Torngat hangt Amato ergens tussen de andere groepen in: het rockende karakter van Arcade Fire en The Luyas wordt gekoppeld aan de instrumentale aanpak van Bell Orchestre, wat op La Petite Nicole leidt tot een visitekaartje voor de soundtrack bij een onbestaande film.

De filmische natuur van de muziek impliceert daarom niet dat Torngat de zoveelste postrockband zou zijn. In tegenstelling tot ondermeer zijn stadsgenoten, kiest Torngat namelijk niet voor uitgesponnen epische nummers. Hij laat korte(re), snedige rocktracks op de luisteraar los, die net door dit "sprintkarakter" dichter aansluiten bij de realiteit van de doorsnee soundtrack, althans zoals deze in de jaren tachtig gepercipieerd werden.

"Interlude" start als een alleraardigste opener annex intro (met blazers en orgels in een sterrol) voor de aansluitende titeltrack (een semidromerige, repetitieve track die naar het einde toe voorzichtig andere mogelijkheden aftast) alvorens "L’Ecole Pénitencier" van leer mag trekken. Dit derde nummer op het album kiest voor een meer rockende aanpak waarbij vooral de pompende drums opvallend zijn terwijl de keyboards opteren voor een meer krautrock-gerichte klank. De song als geheel zou niet misstaan hebben bij een enkele decennia oude sci-fi scene.

Die krautrock-aanpak is nog opvallender in "Afternoon Moon Pie" waar een spacy keyboard en wijdse blazers met een (opnieuw) dreunende drum aan de slag gaan en nogmaals knipogen naar vervlogen tijden. Ook in de volgende nummers is die mix van krautrock, soundtrack en futuristische jaren tachtig-klanken opvallend aanwezig. In die mate zelfs dat vergelijkingen met Trans Am (oa Futureworld) meer dan eens gerechtvaardigd zijn, in het bijzonder in de technorocker "Turtle Eyes And Fierce Rabbbit" en "6:23 pm".

Het eerste nummer vormt een uitstekende song voor jaren tachtig-films vol barbaren, tovenaars en vreemde technologie, vooral door zijn mix van op hol geslagen keyboards en wild om zich heen slaande drums. De tweede track met zijn nadruk op de keyboards (al duikt de hoorn hier en daar op de achtergrond wel op) roept willens nillens beelden op van desolate landschappen, waarover de vermelde krijgsheren gewapend met hoogtechnologische wapens enerzijds en zwaarden anderzijds heersen.

Dat het afsluitende "Going Whats What" geen (laatste) verrassingen in petto heeft, laat staan opeens andere beelden oproept, ligt in de lijn der verwachtingen. De mix van keyboards, drum en hoorn is genoegzaam bekend. Toch weet de repetitieve melodie te beklijven, in het bijzonder door zijn knappe opbouw die het geheel steeds dwingender laat weerklinken. Het nummer bevestigt de eenheid die doorheen de hele plaat te horen valt en hoe, ondanks dezelfde bouwstenen, Torngat toch variatie in de nummers weet te leggen.

Dat Torngat met La Petite Nicole schatplichtig is aan Trans Am, staat buiten kijf. Het grootste verschil tussen beide bands is dat Torngat, in tegenstelling tot Trans Am, niet voor de ironische knipoog kiest. Dat reduceert de band gelukkig (nog) niet tot het humorloze broertje. Daarvoor klinkt La Petite Nicole gelukkig vooralsnog te veel als de soundtrack waarvan iedereen weet dat hij beter is dan de film.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + acht =