Sebastien Schuller :: Evenfall

Je moet het maar durven, in het putje van de zomer met al zijn levensvreugde, frivoliteit en luchtige hits, de wereld met een donker stilleven van melancholische beelden confronteren. Sébastien Schuller negeert het huidige seizoen en brengt met Evenfall een poëtische, dromerige en bij momenten adembenemend mooie langspeler uit.

Say what? Een naam als Sébastien Schuller vraagt misschien om een korte introductie. Schuller — niet te verwarren met zijn excentrieke naamgenoot Sébastien Tellier — is een Parijzenaar, die af en toe ook in Philadelphia vertoeft. Dat beide landen hun invloed laten gelden, komt in zijn werk, ook op Evenfall, duidelijk tot uiting. Schullers affiniteit met artiesten als Beirut en The Arcade Fire, maar evengoed met landgenoot Yann Tiersen (de piano in "Morning Mist"!), komt meer dan eens bovendrijven. Eerder werk van Sébastien Schuller kwam uit in 2002, de EP Weeping Willow, gevolgd door het album Happiness in 2005. Op beide cd’s profileerde Schuller zich al als een avontuurlijk, grensverkennend artiest, die bij de critici op veel bijval kon rekenen.

Evenfall bewijst met verve dat dat gejubel niet voorbarig was. Schuller liet het bewandeld pad van de elektronica voor dit album ietwat links liggen en ging experimenteren met natuurlijkere, akoestische klanken, met als resultaat een geslaagd huwelijk van beide. Op Evenfall staat het instrumentale centraal; Schullers spaarzame zanglijnen blenden naadloos in bij de pianomelodieën en keyboardgeluiden. De nauwelijks gearticuleerde teksten zijn geen drager van een Belangrijke Boodschap, maar dienen Schullers grootste doel : een parallel universum creëren. Hoe dat uiversum er precies uit ziet, wordt aan de intuïtie van de toehoorder overgelaten; de nummers op Evenfall werken sterk visueel en roepen vage, maar des te prachtiger beelden op.

Evenfall opent meteen erg sterk met "Morning Mist", een sobere pianoballad, slechts begeleid door wat mijmerend geneurie, die zich tot een schemerige wandeling langs de eenzaamste plekjes van de menselijke ziel ontpopt. Meteen daarna wordt het roer al 180 graden omgegooid met "Open Organ", dat het meer in de richting van uptempo en — durven we het zeggen? — feelgood gaat zoeken. Ook nummer drie, "Balancoire", bezondigt zich aan een bij de haren gesleurd gevoel van joie de vivre. Want, een zonde is het, om de mistige droomwereld die we met "Morning Mist" zojuist binnengewandeld zijn zo onnodig en bruusk te verwisselen voor een goedkoop waterzonnetje.

Daarna gaat het echter terug naar het oorspronkelijke hoge niveau, met sterke songs als "New York", waarvan alleen al de intro — stemmige blazers, ijle engelenstemmen en een akoestische gitaar — de Nobelprijs voor sfeerschepping verdient. Of "Battle", waarop een verre (of dichte, zo u wil) echo van Thom Yorkes soloprojecten weerklinkt, ter ere waarvan Schuller zijn falsetstem uit de kast haalt: de gelijkenis is er. "Awakening" gaat dan weer sterk de IJslandse toer op, met lange instrumentale stukken en belletjes waar de mensen van Mùm bijvoorbeeld niet vies van zouden zijn. Dat hoge niveau handhaaft Evenfall tot de laatste noot van "High Green Grass": plaatsvullertjes zijn er niet ingeslopen, geen enkele song is overbodig.

Schuller levert zo met Evenfall een kostbaar kleinood af dat als eerste doel heeft de luisteraar bij de hand te nemen op een impressionistische reis door avondlijke droomlandschappen; een doelstelling die met verve waargemaakt wordt. Schuller is er echter niet in geslaagd zijn muziek een specifieke plaats te geven in het o zo uitgebreide aanbod van gelijkgestemde artiesten. Hij maakt deel uit van een grote muzikale familie, waar hij graag en veel aan refereert. Vooralsnog is de Fransman er niet in geslaagd zich van die invloeden los te maken en duidelijk zijn eigen weg in te slaan. Maar geen nood: hij mag dat ten allen tijde opnieuw proberen, graag zelfs. En in afwachting daarvan mag Evenfall de komende herfstavonden nog een tintje dieper kleuren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − 14 =