Conor Oberst & The Mystic Valley Band :: Outer South

Was dit een schoolrapport, dan luidde het onderschrift: “Geen
slechte resultaten, maar je kan beter, Conor!!”. Wij houden het er
liever op dat hij ons nog altijd een absoluut meesterwerk
verschuldigd is.”

Zo luidde ons verdict een goeie negen maand geleden, toen Conor en
zijn vrienden van de Mystic Valley Band met hun eerste album kwamen opzetten.
Jezelf citeren, het is een redelijk goedkope manier om een recensie
binnen te vallen, dat beseffen we. Maar we doen het ook alleen om
het slechte nieuws een beetje te duiden: Conor moet blijven zitten.

Neen, serieus: genoeg flauwe metaforen. Dit is een volkomen
ondermaats album. Er staan hoop en al drie deftige nummers op:
luchtige opener ‘Slowly (Oh So Slowly)’, Conor’s poppy
kant op ‘Nikorette’ en het dylaneske ‘I Got The Reason 2’.
En dan nog, want geen van deze drie haalt het niveau dat we van
iemand van zijn kaliber mogen verwachten. Het loopt eigenlijk al
fout bij de (spuuglelijke) hoes. “Ik en een paar maten, gewoon wat
aan het chillen in de living. Net een plaatje opgenomen”.
Hij is onze vriend nog niet, maar het zou ons niet verbazen indien
dit zo op ‘s mans Facebook staat.

Niet dat we een probleem hebben met dergelijke camaraderie, maar
Oberst heeft het toch wel iets te ver gedreven. Zo besteedde hij 7
van de 16 (!) songs op het album uit aan andere bandleden. Eerste
les: 16 songs op één cd is te veel, zeker voor de middelmatige
troep die op deze cd is verzameld. Tweede les: de bandleden zijn
stuk voor singer-songwriters die met hun eigen materiaal normaal
nooit verder zouden mogen komen dan hun local pub.
Sympathiek dat de bandleider hun elk hun moment de gloire
gunt, maar het komt de kwaliteit van het album allesbehalve ten
goede, en dat zou toch de voornaamste bekommernis moeten
zijn.

Droevig voorbeeld hiervan is ‘Bloodline’, met voorsprong het
slechtste nummer op de hele plaat. Een gerecycleerd
hoempapa-deuntje, een flutmelodie en een tekst die zelfs de mannen
van Freaky Age kunnen schrijven. “Looking for a doctor / with a
cure for a broken heart”:
iedere songschrijver die in 2009 nog
met dergelijke karamelleverzen durft te komen aanzetten, wordt bij
ons automatisch verticaal geklasseerd.

En wat dan te denken van ‘Air Mattress’, geschreven door gitarist
Taylor Hollingsworth? Op zonnige dagen zouden we er nog een halve
goede song in kunnen ontwaren, maar dat is dan buiten dat irritante
keyboardmelodietje gerekend. Om nog maar te zwijgen van Taylors
stem, die het best te omschrijven is als die van een nerveuze 16
jarige met neusproblemen.

Het doen ons pijn zo negatief te moeten zijn over deze cd, gezien
het feit dat de Oberst van Bright Eyes toch een van onze
favoriete artiesten genoemd mocht worden. Je kan natuurlijk
opwerpen dat hij zelf niet eens verantwoordelijk is voor de helft
van het zwakke materiaal dat hier bijeengesmeten is, maar ook dat
mag geen excuus zijn voor de lamentabele kwaliteit van deze
plaat.

In de tourdocumentaire ‘One Of My Kind’, gratis te downloaden op de
website van de band (en overigens behoorlijk overbodig), kan je
zien hoe de MVB eigenlijk gewoon een toffe bende vrienden is, die
het graag gezellig maken op tour. Conor zelf komt nauwelijks aan
het woord. Ik stel dan ook voor dat deze heren gezellig op hun
eentje doorgaan met het maken van hun middle of the road
countryquatsch, en het serieuze werk aan Oberst overlaten. Want die
is ons nog altijd een meesterwerk verschuldigd.

www.conoroberst.com
www.myspace.com/conoroberst

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 + elf =