Bell X1 :: Blue Lights On The Runway

"Bad Skin Day": meer dan dat adembevriezend mooie nummers heeft deze Ierse band niet nodig om u te overtuigen van zijn kunnen. Zelf denkt de groep blijkbaar van wel, want op de nieuwe plaat, die wederom bulkt van de onrustige melancholie, doet men ontzettend hard zijn best. Te hard misschien.

Dat het met deze plaat van moetens is: waar voorganger Flock de afgelopen twee jaren even onvindbaar was als een aantrekkelijke Groen!-militante, wordt deze opvolger tegenwoordig bij wijze van spreken naar uw kop gesmeten in de platenwinkel. Beetje jammer en misschien zelfs vreemd, want Flock bevat twaalf goede tot uitstekende, mooie, vakkundig geschreven en opgenomen, maar toch vaak stekelige popsongs die al bij al weinig reden tot drempelvrees boden. Dat moet u Ierland al lang niet meer vertellen. De popsongs op Blue Lights On The Runway gebruiken uw buis van Eustachius echter als een achtbaan die scherpe bochten neemt, over de kop gaat en er verschillende snelheden op nahoudt. Even doorbijten en u ontdekt een uitdagende popplaat, heet dat dan.

"I wanna be a better band" klinkt het vol zelfvertrouwen in het gelijknamige nummer, en dat zijn ze heus ook wel geworden. Deze plaat zit barstensvol ideeën — méér in twee songs dan pakweg het futiele Razorlight op drie platen — maar het is soms gewoon te veel. Overgeproducet is het nooit – – dat is al een prestatie op zich – -, maar sommige songs missen daardoor focus en kracht. Neem nu "A Better Band": Paul Noonan steekt van wal met ijzersterke, naar parlando zwemende strofes, het refrein wordt een gospel voor op een popfestival, waarna een bloedmooie brug als ware ze de Oosterweelverbinding steeds vuiler protest uitlokt van gitaren en Noonans kreten, die de song doen ontaarden in een alternatieve regendans. Drie minuten minder en ze hadden "a better song". Maar dat er van alles gebeurt, valt niet te betwisten.

Wanneer lukt het beter? In "How Your Heart Is Wired" bijvoorbeeld, een aanvankelijk gezapig nummer dat op het einde, met Noonans gehuil tegen een achtergrond van percussie, live gerust nog wel een paar minuten langer zou mogen duren. Of in single "The Great Defector", die begint als een nieuw hitje van Lady Gaga maar uitmondt in vintage Talking Heads. Heerlijk popnummer. Soms kan het ook wel eenvoudiger, zoals in openingsnummer "The Ribs Of A Broken Umbrella", dat ondertussen wel in de cursus popsongs schrijven aan de Ierse muziekacademies gedoceerd zal worden. Het mag hier ook in het cursusboek belanden.

Toch wel een sterke band, deze Bell X1. Zelden tot nooit een voorprogramma de zaal zo muisstil zien krijgen als deze groep, toen ze twee jaar geleden openden voor hun ex-bandgenoot Damien Rice (in de jaren negentig samen "bekend" als Juniper) met, vooral, "Bad Skin Day", maar ook met het bezwerend prachtige "Daybreak" en "I Raise Your Heart (And See You Mine)", beide uit tweede plaat Music In Mouth. In dat rijtje past nu ook "Light Catches Your Face", dat doet vermoeden dat Bell X1 ergens in Ierland op een nieuwe, klaterende bron van bloedmooie melodieën gestoten is waar de band naar hartenlust uit kan puren. "Blow Ins" bevat echter net iets te veel regenwater om hetzelfde niveau te halen.

Helaas zal u, ook na een dozijn luisterbeurten, toch nog beginnen timen hoe lang de plaat nog duurt wanneer bij het voorlaatste nummer de motor begint te sputteren. Een andere misser is het geforceerde, vuig rockende "Breastfed", dat louter fungeert als een totaal overbodige stijlbreuk. Deze plaat zit bomvol goede ideeën in de helft van de songs; een iets betere dosering had uit al die ideeën dubbel zoveel even sterke nummers kunnen puren. Nu hyperventileert Bell X1 de ene helft en komt de band op de andere helft in ademnood.

Nogmaals: straffe band, deze Bell X1. Heel straffe live band ook. Toch is de vierde plaat Blue Lights On The Runway op een manier een gemiste kans, net als Flock er een was, al was het maar omdat die plaat totaal onbekend is gebleven op het vasteland. Snort u gerust wat songs op die hierboven vermeld zijn, pleur ze op uw iPod en kom tot dezelfde conclusie. Deze band is beter dan driekwart van wat tijdens de kantooruren op de radio gekwakt wordt en dan driekwart van de platen die na drie maanden al in de afprijsbakken liggen in de platenwinkel. Alleen die éne plaat die hun genie van begin tot einde bewijst, ontbreekt nog. Maar eerlijk? Dat is nog maar een kwestie van tijd. Wie zet Bell X1 dit jaar eindelijk nog eens op een Belgisch podium?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien + vijf =