Peter Von Poehl :: May Day

Laten we maar meteen met de deur in huis vallen. Pit, ballen of hoe je het ook noemen wil: dat mist Peter Von Poehls tweede album. Aan mooie melodieën, leuke trompetjes, rijke arrangementen en degelijk songmateriaal is er nochtans geen gebrek op May Day. En dat zorgt voor frustratie. Zo veel potentieel en toch raakt het ons niet.

Zijn naam doet misschien anders vermoeden, maar Peter Von Poehl is niet afkomstig uit het Zwarte Woud of de Beierse Alpen. Ondanks het feit dat er dankzij Von Poehls vader Duits bloed door zijn aderen stroomt, heeft hij via zijn moeder de Zweedse nationaliteit verkregen. Als twintiger trok Von Poehl rond in Europa om uiteindelijk terecht te komen in Frankrijk. Daar speelde hij een tijd in de groep A.S. Dragon die vooral furore maakte als backing band voor de geniale, doch controversiële schrijver Michel Houllebecq die zich — voor de verandering — eens aan een muzikaal avontuurtje waagde. Sinds enkele jaren timmert Peter Von Poehl vanuit wisselende woonplaatsen aan een solocarrière, maar hij lijkt, zeker bij ons, nog niet veel potten te hebben gebroken.

Op opener "Parliament", dat meteen een van de meest toegankelijke nummers van May Day is, valt onmiddellijk Peter Von Poehls ijle, eigenzinnige stemgeluid op. Muzikaal maken mooie keyboards, behoedzame trompetten en violen het mooie weer. Het refrein stelt echter teleur: horen we hier nu het zoveelste zachtaardige popgroepje een meezingrefrein brengen? Het contrast met het volgende nummer kon niet groter zijn. Riep de opener nog beelden van een zonovergoten meidag op, dan lijken we ons nu naar een donkere, kille grot aan de bosrand te begeven. "Dust of Heaven" is een kort en uitermate bevreemdend lied waarin Von Poehl, in de schaduw van een donkere basriedel en echo-effecten, zich aan een behoorlijk mysterieuze tekst waagt: "Voices from the well / Sing the latest news. / The river lost the race, / Steps were rolling down the stairway. / The ancient man above just / Can’t make up his mind".

De akoestische mijmermuziek van Peter Von Poehl wordt op de meeste nummers rijk georchestreerd. Keyboards, violen, cello’s, trompetten en droge percussie vullen de akoestische gitaar en stem zorgvuldig aan. Dat recept werkt voortreffelijk in het trage, sferische "Mexico" en de uit een moeras van ambiente klanken opkomende afsluiter "Elisabeth". "Forgotten Garden" kan er ook nog mee door en lijkt verassend genoeg vage echo’s van Johan Verminnens "Laat Me Nu Toch Niet Alleen" te bevatten.

Maar dan is de pret uit. Er is namelijk iets vreemds aan de hand met May Day: hoewel de meeste songs als een helder bergbeekje aan onze neus voorbij kabbelen, worden we zelden meegevoerd op de stroming. De songs grijpen niet bij het nekvel. Ondanks de variëteit aan instrumenten hangt er immers een ietwat beklemmende geslotenheid over May Day die naarmate het album vordert steeds meer opvalt. En dat is zonde, want Peter Von Poehl heeft zeker iets in zijn mars.

Wat ontbreekt er dan precies? Originele geluiden zijn er genoeg te vinden. Misschien is het probleem dat ieder instrument te zeer zijn afgemeten plaats heeft, wat de spontaniteit wat fnuikt. Maar waarom raakt dit ons dan niet en Radiohead, dat ook het liefst everything in the right place heeft, wel? Is het dan misschien het gemis aan weerhaakjes in de liedjes? Al die zaken dragen ongetwijfeld bij tot wat we reeds in het begin zeiden: het lijkt hier bovenal te ontbreken aan kracht, pit en ballen. Eigenaardig genoeg klinkt de toegevoegde bonustrack "An Eye For An Eye" wel energiek en enthousiast. Voelde men de bui misschien hangen?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier + 11 =