Peter von Poehl :: Going To Where The Tea Trees Are

Wie geboren wordt met een naam als, bijvoorbeeld, Arthur Blanckaert of Eduard Van De Walle, denkt wel twee keer na voor onder die naam een zangcarrière te beginnen. Eduard wordt dan al gauw omgevormd tot het veel vlotter bekkende Eddy, en Arthur verhuist naar de familienaam en wordt Tura. Peter von Poehl blijft echter rustig Peter von Poehl.

’Duits’ en ’fout’ waren de twee adjectieven die onmiddellijk door ons hoofd schoten bij het lezen van ’s mans naam. En Duits is Von Poehl inderdaad — zij het slechts voor de helft, zijn moeder is Zweedse — maar muzikaal heeft de man eigenlijk veel meer met nog een ander land: Frankrijk. Daar belandde hij eind de jaren negentig als rondtrekkend troubadour (een pleonasme, excuseer), verwierf er vervolgens enige faam als sidekick van lokale held Bertrand Burgalat, en zijn "Story Of The Impossible" is er momenteel te horen in een Mobistar-commercial. Dat laatste kunnen we dus geweldig fout vinden — die andere halve Zweed José Gonz´lez en zijn door Sony gesponsorde doorbraak indachtig — maar we moeten de mensen van Mobistar wel nageven dat ze smaak hebben.

Nu, opnieuw in Berlijn wonend en drieëndertig lentes jong, is Von Poehl na enig producerswerk klaar om zijn eigen solocarrière op de rails te zetten. En de debuutplaat die deze carrière gestalte moet geven klinkt, om het met nogal weinigzeggende adjectieven te zeggen, ijl, winters, en af en toe een klein beetje irritant.

De titeltrack begint met droge drums om halverwege het nummer te ontaarden in erg mooie mijmerpop met een glansrol voor de trompet. De ijle, wat krakende stem van Von Poehl roept, met wat verbeelding, de sneeuwlandschappen van het hoge noorden op, waar ook de debuutplaat van Hanne Hukkelberg kampeerde. Ook het heerlijk heldere "Travelers" — de ideale soundtrack voor een treinrit langs duizend meren — is zo’n nummer dat je op een druilerige dag op endless repeat kunt zetten. Vergeet dan wel geen reddingsboei klaar te leggen, voor het geval u in het moeras der weemoed zou wegzinken.
Het vrolijke uptempo "A Broken Skeleton Key" is dan weer andere koek en een gedoodverfde singlekandidaat. Het is met zijn opgewekte feel echt zo’n nummer waarvan de radiomailbox zou vollopen met de vraag wie-die-gast-met-dat-hoge-stemmetje-van-dat-nummer-met-die-trompet nu eigenlijk is.

"Global Conspiracy" is een kantelpunt op deze cd. Wederom doet Von Poehl het met ijle stemmetjes, een drumloop en een trompetje, maar deze keer wérkt het niet. Wij horen met name een zekere banaliteit opduiken: deze keer is het trompetje duidelijk "ludiek" bedoeld en staat het minder in functie van de song, en het intieme geluid van de andere tracks wordt tijdelijk opgegeven. Wij beseffen echter dat onze strengheid enkel voortkomt uit de hoge verwachtingen die we na de openingsnummers hadden.

Wat volgt blijft immer aardig maar bereikt niet meer het hoge niveau van de openingsnummers. "The Story Of The Impossible" — hier uiteraard zonder Mobistar-kentoontje erin verweven — neigt met zijn organische gitaarspel naar erg poppy Great Lake Swimmers, zonder zich echter van in tristesse gedrenkte lyrics te bedienen, zoals GLS-zanger Tony Dekker dat zo graag doet. Het onmogelijke uit de titel wordt rustig gerelativeerd, tot Von Poehl het gewoon op een luchtig fluiten zet.

Een trio minder opvallende songs volgt, maar in de onheilspellende afsluiter "The Bell Tolls Five" spitsen wij opnieuw de oren. Met aanzwellende drums en strijkers wordt er naar een finale climax gestreefd, om daarna weer af te bouwen en alle instrumenten één voor één in de kast op te bergen tot enkel nog de drumcomputer overblijft. Een mooie kroon op een meer dan geslaagd debuut.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 5 =