Fast & Furious




‘Tien om te zien’ mag dan de eeuwigheid niet halen, er zijn
gelukkig nog zekerheden in dit leven: Vin Diesel zal er altijd zijn
om onze actiehonger te stillen. Enkele jaren geleden dreigde de
iron giant even zijn torso voorgoed onder een maatpak te
verstoppen en zijn dieselpower in te ruilen voor diepgang. Een
carrièrewending die gelukkig maar één film duurde. Een ogenblik na
het rechtbankdrama ‘Find Me Guilty’ stond onze vriend in ‘Babylon
A.D.’ namelijk alweer vlijtig met zijn borstspieren te wiebelen en
ook voor deze vierde ‘Fast and Furious’ kruipt hij terug in zijn
spannend wit marcelleke voor een zoveelste variant op de
badass met het kleine hartje. Eens een Jerommeke, altijd
een Jerommeke zeker? Het feit dat ‘Fast and Furious’ een
verrassingshit scoort in Amerika, laat daar geen twijfel over
bestaan: de fans willen de Vin gewoon in één adem alle
schobbejakken van het scherm zien blazen. Met zijn schuurpapieren
basstem, koelbloedige oneliners of het gevroemvroem uit een
opgefokte racewagen, het is al gelijk, als het maar met de nodige
decibels gepaard gaat!

‘Fast and Fourious’ (dat ze die woordspeling laten liggen
hebben) hoeft geen introductie meer, de franchise is ondertussen zo
boven zichzelf uitgestegen dat de makers ditmaal zelfs alle
lidwoorden uit de titel hebben geflikkerd. De infiltrant die het
foute milieu wel fijn begint te vinden, de originele ‘The Fast and
The Furious’ was de ‘Point Break’ van zijn tijd met gepimpte
raceauto’s in plaats van surfplanken en Vin Diesels blinkende
knikker in de plaats van Patrick Swayze’s ontplofte poedelkop.
Ergens hadden we voor die eerste ‘F&F’ nog wel een dikke boon,
er ging onder de motorkap misschien enkel lucht en adrenaline
schuil, maar de film pretendeerde ook niet meer te zijn dan dat:
gewoon loeihard en ijzingwekkend snel.

Maar we zijn ondertussen wel vier films verder. De tagline ‘New
model. Original parts’ zit er dan ook pal op: dit is meer van
hetzelfde, niet beter, gewoon meer. De vier leads uit de
eerste F&F, Dom Toretto (Diesel), Brian O’Conner (Paul Walker)
en hun tortelduifjes (Michelle Rodriguez en Jordana Brewster)
kruisen na zoveel tijd opnieuw elkaars snelweg. Op enkele
knipoogjes na, lijkt het alsof de tweede en derde film nooit
bestaan hebben (was dat maar waar), de draad wordt terug opgepikt
waar de eerste eindigde. O’Conner heeft een tweede kans gekregen
bij de FBI en Toretto zit nog steeds in het machomilieu. De twee
azen om verschillende redenen op dezelfde slechterik, de
mysterieuze Braga. O’Conner wil de Mexicaanse opperboef de bak
indraaien voor drugshandel en Dom, wel die heeft zo zijn eigen
redenen om Braga tussen zijn biceps te malen. Laat ons stellen dat
een getormenteerde ziel die op wraak zint nu eenmaal beter op beeld
pakt. Om Braga te kunnen klissen, moeten de twee ex-vrienden
infiltreren als drugssmokkelaar en wat blijkt? Om zijn drugs over
de grens te loodsen werkt die gluiperd van een Braga toch niet met
racers zeker! Dom en Brian zullen dus moeten racen, racen en nog
eens racen, tot er niets van hun banden én van hun vijand meer
overblijft.

Vin Diesel staat de hele film op ingehouden ontploffen. Met al
die wraakgevoelens die door zijn aderen stromen wordt Toretto
natuurlijk zo goed als onoverwinnelijk. Hij slaat met zijn elleboog
zijn autovenster open, in plaats van het gewoon open te draaien en
geeft zelfs geen kick wanneer hij een blauwe boon vangt in de
schouder. Als wraakduivel kan Diesel wel tellen – hij rijdt op
testosteron in plaats van op gasolina-, al brengt hij weinig
variatie in zijn blikken en fronsen, ze zeggen allemaal hetzelfde:
pas op of ik bijt uw oor eraf! Paul Walker is ook nog geen haar
veranderd: hij heeft nog altijd geen acteerlessen gevolgd en
verbleekt nog steeds tot een over datum potje yakult naast de
rijzige Vin Diesel. Zolang hij zijn mond houdt en ferm fronsend
achter het stuur van een blitse wagen mag zitten, heb je daar
gelukkig weinig last van. De bad guys zijn uiteraard weer
ongenuanceerd slecht en hopeloos stout en leggen het heldenduo weer
geen haarbreed in de weg (die scène in het kerkje, kan het nog
kiger?). Ja, de stereotiepen zijn duidelijk in de uitverkoop,
maar voor karakterontwikkeling en verbluffend acteerwerk gaat
natuurlijk niemand naar ‘Fast and Furious’ kijken.

Ook voor de plot niet trouwens, het verhaaltje is
traditiegetrouw weer met de nodige sjieken aan elkaar geplakt om
toch maar zoveel mogelijk te kunnen racen tegen de sterren op. Je
valt van de ene ongeloofwaardigheid in de andere (zoals de
collega’ke-klop tegen een marmeren (!) muur waar Brian mee
weggeraakt) en er gapen grotere gaten in het scenario dan dat er de
kaas te vreten valt. De film moet zijn humor helaas ook van deze
ongeloofwaardigheden (de brandende vrachtwagen!) hebben, want op
een geintje van Brian over Vins vals spelen na, zijn de gezichten
steeds voorgeprogrammeerd op bloedserieus en moordend
geconcentreerd. O’Conner en Toretto zijn duidelijk de mannen die de
kaars doen branden en die laten zich niet koeioneren!

‘Fast and Furious’ begint wel heerlijk over-the-top. Geen
introductie (wat zou het ook?), we worden meteen middenin de actie
gedropt. Een vette achtervolgingsdiefstal langs smalle
bergweggetjes deed mijn hartje danig heen en weer springen tussen
mijn ribben, maar op dat (hoogte)puntje van mijn stoel ben ik
daarna helaas niet meer geraakt. Bij elke hindernis die onze
heroes in het verhaal nemen, wordt de actie net iets
minder fast en minder furieus, zelfs een nieuw
technologische snufje als een GPS mag dan niet baten. Racen in
afgezette straten op rechte stukken is namelijk volledig passé, de
furieuze machtsstrijd wordt ditmaal al slippend tussen het drukke
stadsverkeer en slingerend door met instortingsgevaar bedreigde
mijngangen gestreden, geleid door de meedogenloos sexy stem van hun
GPS. Veel heeft deze invalshoek niet te bieden, de actiescènes gaan
er alleen net iets meer als een computerspelletje en minder als een
vette racefilm uitzien.

Regisseur Justin Lin, die ook ‘Tokyo Drift’ op zijn naam heeft
staan, laat dit jaar trouwens de dellerige grieten iets meer
achterwege, u zal uw adrenalineshots dus echt enkel uit de
actiescènes moeten halen. Maar de retrowagens, die opvallend minder
fout zijn (bye bye fluorkleuren, blauwe neon op het wegdek
en vlammen op de zijkanten), mogen dan de échte hoofdrolspelers van
de film zijn, om onze aandacht een hele film lang strak te houden,
hadden ze toch net niet genoeg peper gevreten. Dat wordt wellicht
goedgemaakt in een vijfde ‘Fast and Furious’. Een Vin Dieselke kan
er altijd wel in, alleen spijtig dat we er Paul Walker dan wellicht
weer bij zullen moeten nemen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + 10 =