Neko Case :: Middle Cyclone

Een gestoorde speerwerpster, blootsvoets op een roestbruine oldie. Een heel contrast met het beeld van de gitaarknuffelende, afgeborstelde countryzangeressen die we doorgaans geserveerd krijgen. Maar net die furieuze blik, lekkere benen en de albumtitel Middle Cyclone vatten Neko Case perfect samen als de wervelwind die al vijf albums lang door het bijwijlen makke countrylandschap woedt.

Zowel solo als als vaste gastzangeres bij supergroep New Pornographers is Neko Case vooral Een Stem. Wanneer ze haar mond opent, klinkt het als de Mechelse beiaard, voelt het als een windstoot terwijl we ons tevergeefs aan een strohalm vasthouden. Dat die knoert van een stem bijna altijd gepaard gaat met een even driftige woordenstroom en een pientere orkestratie, maakt van de Canadese, sexy (jawel) roodharige een van de interessantste zangeressen van het afgelopen decennium.

Bovendien weet Neko Case zich steeds goed te omringen. Al op haar tweede album Canadian Amp stonden muzikanten als Andrew Bird en Kelly Hogan op de payroll. Later kwamen daar Howe Gelb, Calexico en The Sadies bij. Op deze vijfde plaat zijn de gastrollen aangegroeid tot een indrukwekkende lijst: M.Ward, Howe Gelb, A.C. Newman, Los Lobos, Sara Harmer, Calexico, Kelly Hogan, Nora O’Connor… Geweldig op papier, niet minder op plaat. Hoewel er ook deze keer vanachter de knoppen gegrinnikt werd om de hoeveelheid galm die Cases stem kon verdragen. Soms lijken we ons in de kelk van een klok te bevinden en weergalmt de stem als gek door ons brein. Het is een schoonheidsfoutje dat ook op het voorlaatste album Fox Confessor Brings The Flood te detecteren viel.

Detailkritiek, want Case slaagt er steeds meer in country en pop met elkaar te laten dansen in een boeiend samenspel. Steeds vaker reikt ze de hand aan de eclectische jaren’60-pop van New Pornographers, zonder daarom afstand te doen van de alt.country waarvan ze al jaren een van de boegbeelden is. Opener “This Tornado Loves You” opent met een vette twang en galoppeert vervolgens verder, om af en toe te pauzeren in meerstemmigheid en Beach Boy-bruggetjes om uiteindelijk rustig te gaan liggen in de door vaste gitarist Paul Rigby ingekleurde gitaarlijntjes. Doorheen de nummers slaat Case tekstueel wild om zich heen, vrolijk gooiend met metaforen als ware het confetti. “My love I am the speed of sound / I left them motherless, fatherless / Their souls dangling inside-out of their mouths / But it’s never enough / I want you,” zegt ze in diezelfde song. Wat verder is ze een “man eater”, “an animal (and you’re an animal too)” of “a spider web trapped in your lashes”.

Liefde wordt nog steeds stiefmoederlijk behandeld (“All I had was my invention / And my love invented all of you”, klinkt het in “Vengeance Is Sleeping”) maar geeft soms toch toe aan het grote gevoel (“You spoke the words ‘I love girls in white leather jackets’ / That was good enough for love / That was good enough for me” uit “The Pharaohs”). Tekstueel staat Case torenhoog boven haar collega’s. Titels als “People Got A Lotta Nerve” zetten aan tot gniffelen nog vóór de song van start gaat. Het nummer met het “I’m a man man man man man man eater / And still you’re surprised when I eat ya”-refrein zou — met veel verbeelding — een laconiek antwoord op Britneys “Womanizer” kunnen zijn.

Traditioneel zet ze ook twee covers naar haar hand. Ditmaal zijn het The Sparks’ “Never Turn Your Back On Mother’s Earth” en Harry Nilssons “Don’t Forget Me”. Die eerste krijgt een Motown-koortje mee en het refrein wordt zo grotesk ingekleurd dat André Vermeulen er spontaan “12 points!” van zou roepen. Meteen ook een typisch kenmerk van Neko Case: de luisteraar weet nooit precies hoe ironisch haar woedeaanvallen zijn. De grens tussen ernst en tongue in cheek is vaag en dat maakt het avontuur des te groter.

Middle Cyclone lijkt op het eerste zicht een banale countryplaat, maar wie tegen de storm in stapt, ontdekt parels die niet van de zwijnen zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 − 1 =