Gunslinger – Earthquake in E Minor

Hoewel dit de bands eerste officiële album is, bestaat Gunslinger
in feite al behoorlijk lang. Ze debuteerden bijna dertig jaar
geleden op de rockpodia van het bescheiden Engelse Ipswich en al
snel groeide hun faam tot in Londen. Het drietal stak Motörhead
naar de kroon als luidste en hardste band en een platendeal kwam
zelfs binnen handtekenbereik. Gunslinger ondervond dat het lot vaak
geen genade kent met getalenteerde jonge bandjes en een nauwelijks
gestarte carrière belandde al op zijn achterste. Nigel Potter werd
net geen gitarist bij Lemmy’s band en verdween daarna van de scene.
Alan Davey werd de langst dienende opvolger van Lemmy op Hawkwind’s
bassgitaarpositie en ontwikkelde zich tot gerespecteerd
cultmuzikant met de eretitel “The Bass monster“. In 2007
gaf Alan Davey voor de tweede en definitieve keer zijn ontslag bij
Hawkwind en concentreerde zich vanaf dan enkel nog op zijn eigen
projecten. Eentje daarvan werd het opnieuw opnemen van de oude
Gunslinger demo’s mét Nigel Potter erbij. 2008 was het jaar dat
the band who refused to die” herrees en zijn album eerst
in eigen beheer uitbracht. 2009 wordt het jaar dat ze hun
veroveringstocht terug opnemen waar die 25 jaar geleden afgebroken
werd. Dit onder de vleugels van het Belgische label Buzzville dat
de lp nu opnieuw uitbrengt. De bezetting wijzigde ondertussen
alweer enkele keren maar gesteund door twee jongelui is Alan nu
vastberaden het Engelse maar ook het Europese publiek eindelijk
omver te blazen met zijn herrezen hardrockband.

Wie goed tussen de regels van de inleiding heeft gelezen, vormt
zich vlotjes een idee van de muziek op dit album. De band werd ooit
opgericht door ambitieuze, jonge muzikanten om hun idolen in
Motörhead te overklassen en die instelling is nauwelijks veranderd.
Toch is dit geen overbodig tribute album geworden. Ten
eerste is er de kwaliteit van de muzikanten en hun songmateriaal.
Het album bevat nogal wat nummers met oorlog als thema, wat zich
niet alleen in woorden maar ook in akkoorden uit. De bass-riffs van
Alan Davey zijn explosieve bunkerbusters die het pantser van iedere
scepticus fragmenteren. De riffs en solo’s die Nigel Potter
afvuurt, raken doel: je armen en nek ontsnappen aan de controle van
je hersenen. Gek dat zo’n straffe gitarist 25 jaar ondergronds is
gebleven. De drums zijn modern en scheutig met het dubbel
basgeweld. Naar mijn smaak klinken ze soms toch een tikje te droog
en digitaal, als het zenuwachtige vingergetik van een drooggelegde
alcoholicus op de toog van zijn stamkroeg. Ook zonder digi-drums
zou een onthoudende alcoholicus stress krijgen van deze muziek want
ze zet onverbiddelijk aan tot uitbundig gedrag.

De eerste twee songs van deze plaat zetten onmiddellijk de toon:
grommende maar zeer catchy baslijnen en zelfs een bassolo in ‘Night
Song’ dat verder nog een meebrulbaar refreintje met een ironische
macho tekst en een stevige uptempo drum bevat. ‘If the Bombs Don’t
Get Ya, the Bullets Will’ brengt de boogie nog meer naar voren. De
gitarist presenteert ons voor het eerst ook enkele gierende solo’s.
Daaropvolgend haalt ‘Shellshocked’ het tempo wat naar beneden en
laat meer ruimte voor sfeer onder meer vanuit de achtergrond
ondersteund door synths en geluidseffecten. Hier hoor je duidelijk
Alan Davey’s ervaringen bij de sonische ruimtereizigers van
Hawkwind. In de nummers ‘Warhorse’ en ‘Cyanide’ worden die
sfeerbrengers nog nadrukkelijker aangewend. Een nogal sinister,
apocalyptisch geluidsdecor wordt geschapen voor het
anti-oorlogsbetoog van deze songs. Beide tracks zijn slepend en
gelaagd, iets wat je Lemmy en co nog niet te snel zal zien doen.
Deze aanpak zorgt er wel voor dat de vaart niet uit de lp wordt
gehaald maar integendeel de dynamiek van het album als geheel
versterkt. Ruigere nummers zijn er nog genoeg. ‘Hymn of the Wild’
is een punchy, pint-in-de-lucht rocknummer waarin we ook een
orgeltje horen; ‘Don’t Need You’ herinnert het sterkst van alle
songs aan het grote voorbeeld maar is gelukkig ook wel even goed.
‘Going for the Kill’ daarentegen is iets meer middelmaat.
‘Gunslinger’ verzorgt de sterke en heftige finale. De eerste helft
met een bijtende riff en een dito tekst pepert je nog een keer de
intenties van deze band in: genadeloos old school rocken. Na drie
minuten evolueert het naar een jam waarin alle instrumenten zich
nog een keer van hun overtuigendste kant tonen en je dreigen mee te
voeren richting de ruimte. Vooraleer je voeling krijgt met de
stratosfeer, sla je weer met je snufferd op de grond. Gunslinger is
géén zweverige spacerockband. Die conclusie had je echter al eerder
kunnen trekken. De gepaste conlusie aan het eindpunt is: verstand
op nul en play terug indrukken.

Het is niet makkelijk om ‘Earthquake In E Minor’ objectief op zijn
merites te beoordelen. De Lemmy-verering is daarvoor te dik
aangezet. Wat er echter minstens zo dik bovenop ligt, is het
spelplezier, het talent en de oprechte rockintenties van de
muzikanten. Die laatste herleiden beslommeringen als relevantie en
originaliteit tot muizenissen voor de marge.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 2 =