Beirut :: March Of The Zapotec + Realpeople :: Holland

Wonderkind Zach Condon behoeft eigenlijk geen introductie meer. Onder de noemer Beirut bracht hij immers op nauwelijks twee jaar tijd twee albums uit die overal positief onthaald werden en een maturiteit verraadden die niet snel geassocieerd werd met een prille twintiger. Het laat deze dubbel-e.p. des te bitterder smaken.

Onder de noemer Beirut bengt Condon March Of The Zapotec uit, een e.p. die opgenomen werd in Teotitlan del Valle in Oaxaca, Mexico. Niet minder dan negentien blazers (de Jimenez Band) ondersteunen Beirut op de zes, grotendeels instrumentale nummers. Maar waar zowel Gulag Orkestar en The Flying Club Cup invloeden uit de Balkan en het chanson (op de tweede) liet horen, laat Condon ditmaal de kans liggen om enige couleur locale in zijn muziek te stoppen.

Alleen in "The Akara" vallen enkele vage Mexicaanse strepen te ontwaren, bij de andere nummers is het klassieke Beirut-geluid overheersend. Dat hoeft op zichzelf niet eens een euvel te zijn, alleen zijn dit zeker en vast niet de sterkste nummers die Condon ooit opgenomen heeft. De melancholische toets — met dank aan de blazers — is uiteraard nog steeds aanwezig en echt slecht wordt het ook nooit, maar meer dan een vingeroefening is het niet.

Dit wordt nog het meeste onderstreept door "On A Bayonet", een korte compositie voor de blazers, en "My Wife" dat een mooie maar weinig originele hommage aan de ragtime en zijn begeleiding bij de eerste komische, stille films. Alle druk komt dus op de schouders van "La Llorna" en "The Shrew" te liggen, twee mooie nummers die evenwel nergens de grandeur van pakweg "Nantes" of "Mount Wroclai (Idle days)" in zich dragen. Het is met andere woorden een eenvoudige optelsom die als uitkomst heeft dat March Of The Zapotec een aardig maar weinig noodzakelijk tussendoortje is.

{image}Met Holland dat Connor onder het pseudoniem Realpeople opnam, is het jammer genoeg erger gesteld. Onder deze noemer waagt hij zich immers aan frivole electropop die in het bijzonder liefhebbers van Beirut tegen de haren in zal strijken. Dat "My Night With The Prostitute From Marseille" een goede melodie en opbouw herbergt, maakt het geheel des te pijnlijker. Hier had een pracht van een Beirut-song ingezeten in plaats van het ongeïnspireerde onding dat het nu geworden is.

En die kritiek mag meteen doorgetrokken worden naar de rest van de e.p. Of het nu om "My Wife, Lost In The Wild" gaat of om het nochtans melancholische "Venice", het nummer in kwestie was meer gebaat bij de klassiekere aanpak. In "The Concubine" wordt aan deze verzuchting ten dele tegemoetgekomen (er zijn blazers en een accordeon), maar de afwerking loopt helemaal fout. "No Dice" tot slot is te gek voor woorden, de platte technobeat en goedkope electroklanken reduceren het nummer tot een goedkoop clubvehikel dat alleen op een schaterlach onthaald kan worden.

Zach Condon heeft het nog steeds, dat bewijst hij in overvloed op deze miskleun van een dubbel-e.p., waar hij zijn eigen kunnen parodieert en te grabbel gooit. Het is net niet wraakroepend om te horen hoe hij enerzijds niets aanvangt met zijn Mexicaanse band en anderzijds knappe melodieën en potentieel sterke songs finaal de nek omwringt met een achterhaald en weinig interessant electrogeluid.

Zo Beirut met zijn nog te verschijnen nieuwe album vooralsnog een hattrick forceert, kan en mag dit uitstapje met de mantel der liefde bedekt worden. Indien hij echter op het elan van deze e.p.’s verder wenst te gaan, dan zal het wonderkind niet meer zijn dan de zoveelste belofte die het finaal niet waar kon maken. Laat ons hopen op het eerste, tenslotte is het talent er, zoals ook op dit album tussen de lijnen te horen valt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × twee =