Menace Ruine :: The Die Is Cast

Nog geen jaar geleden blakerde het Canadese achterland zwart onder het gehuil van Menace Ruine, een duo dat zijn black metal bloedend en nog stuiptrekkend van de doodsstrijd serveerde. Compromisloos en ruw maar ook met een achteloze zweem avant-garde, alsof er niets aan de hand was en de smerig vertekende grijns op het gezicht aangeboren was.

De plaat is nauwelijks verteerd, de brokstukken opgeruimd en het bloed opgedroogd of daar wordt al een tweede brok lillende muziek op tafel gegooid. The Die Is Cast is echter geen doorslagje van Cult Of Ruins, althans niet in zijn uiterlijke vormelijkheden. De drums donderen niet langer als Thors hamer Mjölnir en de met prikkeldraad bespannen gitaren klieven niet langer door de lucht, terwijl het ijselijke gekrijs van voorheen een middeleeuws mystieke tegenhanger gekregen heeft.

Op The Die Is Cast brengt Menace Ruine zijn verhaal van onheil en rampspoed op een minder bruuske manier. Ditmaal blaffen niet de ijshonden noch laten de hellehonden hun blikkerende tanden zien, het is aan de naakte vrouwen, oud en jong om zich in een open plek in het woud over te geven aan de vreemdste rituelen en schaamteloos het achterwerk van die ouwe geitenkop met kussen te overladen als was de bokkenkont een pasgeboren baby die kraait van plezier bij zoveel aandacht.

Gold op het debuut de Noorse black metal nog als een referentiepunt, dan mag er nu van een kruisbestuiving gesproken worden waarbij in het bijzonder de apocalyptische industrial folkwave van Death In June een belangrijke inbreng heeft. De snerpende metalgitaren snijden nog steeds door merg en been maar zijn ook naar de achtergrond verdreven waardoor de half gedeclameerde zang van Geneviève (ook te horen op het debuut) prominent aanwezig is evenals de traag dreunende, militaristisch aandoende drum (geen blastbeats ditmaal met andere woorden) en het occasioneel krankzinnige harmonium.

Het slepende "One Too Many" zet onmiddellijk de toon voor een middeleeuws wagenspel waarbij uit de gapende hellemond de stemmen van de verdoemden weerklinken tegen een atmosferische achtergrond gecreëerd door drum, gitaar en keyboards. Een album lang zullen gelijkaardige songs geserveerd worden. Het is een toonzetting die evenwel niet negatief behoort te zijn, daar de groep ondanks de grote herkenbaarheid en semi-inwisselbaarheid van de nummers voor voldoende variatie tracht te zorgen.

Zo mag in "This Place Of Power" een aanhoudende gitaardrone mee de song bepalen terwijl "The Die Is Cast" voor een ijselijker geluid kiest dat uiteindelijk in een experimenteel klankenduel uitmondt. Ook in "Surface Vessel", "Dismantling" en "Utterly Destitude" wordt er in de marge aan het albumgeluid gemorreld tot het vijftien minuten durende "The Bosom Of The Earth" dat de plaat treffend samenvat in een slepende en dronende genadeslag.

Op zijn tweede plaat heeft Menace Ruine grotendeels het geluid van zijn debuut als een oude huid afgeworpen zonder aan zijn essentie te raken of de aangeboren liefde voor donkere sferen te verloochenen. Net als bij Cult Of Ruin wordt een bepaald geluid tot het einde doorgedacht, al is de mix van black metal en industriële folkwave minder voor de hand liggend. The Die Is Cast heeft weliswaar niet de schaamteloze brutaliteit van het debuut, maar boet vooralsnog nergens in aan puurheid.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien + twee =