Bruce Springsteen :: Working On A Dream

“Springsteen heeft een riff van Kiss gebruikt!” Voila, zo weet u
meteen wat het eerste was wat ondergetekende neerpende over
‘Working On A Dream’. Dat ‘Outlaw Pete’ zoveel meer is dan een
onnozele riff was ons dan nog niet opgevallen. Het is misschien wel
het Springsteenummer met het meeste vlees aan van de laatste paar
decennia. Geen enkele artiest staat meer symbool voor wat Amerika
vandaag – zéker vandaag – is dan hij, ‘Outlaw Pete’ is zijn
‘Assassination of Jesse James’. Met elke strofe wordt een nieuwe
scène leven ingeblazen en het ligt vast aan ons, maar elke ‘can you
hear me’ klinkt als ‘yes, we can’. Dat het nummer een beetje uit de
band springt tussen de andere tracks nemen we er graag bij, het is
een song om erg lang te koesteren.

‘Working On A Dream’ is naast een post-Bushplaat (ook al noemt
hij’m zelf zijn eerste apolitieke werk in jaren) ook vooral een ode
aan de vorig jaar overleden Dan Federici. We herinneren ons geen
album van Springsteen waarop het orgel zo manifest aanwezig was als
op deze. ‘What Love Can Do’ is de sublimatie van die eulogie.
Springsteen overstijgt – deels naar eigen zeggen – het banale ‘it’s
only rock’n roll’in de liefde die hij tijdens elk optreden opnieuw
voelt. Of die openbaring een beter nummer dan ‘What Love Can Do’
had verdiend, laten we hier volledig in het midden. Al ligt de
vinger er wel mee op de toch een beetje etterende wonde.

Springsteen heeft op ‘Working On A Dream’ erg weinig slechte maar
erg veel banale nummers gezet. Op het wat naar Waits
neigende ‘Good Eye’ na is geen enkel nummer rotslecht, maar nooit
krijgen we het gevoel dat het er enigszins toe doet. Je kan
‘Working On A Dream’ perfect een epicuristische plaat noemen, en
eens je in een roes van dolce far niente verzeild raakt,
kan het leed van de wereld je niet zo gek veel meer schelen. ‘Life
Itself’ kon op ‘The Rising’, maar dan enkele beats per minuut
sneller. ‘Kingdom Of Days’ is eveneens vluchtig als een breekbaar
gas doch zelden naar de keel grijpend en ook bij ‘This Life’
merkten we bij een zesde luisterbeurt dat we amechtig naar de
skiptoets grepen. Denk hier nog eens bij dat titelnummer en eerste
single ‘Working On A Dream’ ons nooit echt in gang kreeg met zijn
meewarig voortkabbelende ritme en – echt waar – gefluit, en je
merkt dat we hier eigenlijk al kunnen concluderen dat Springsteen
geen magnum opus uit zijn twee stevige bicepsen verbergende mouwen
heeft geschud.

En toch geeft de man ook hier af en toe weer blijk van grote
klasse. ‘My Lucky Day’ is niets minder dan een transformatie van de
in ‘Magic’ aanwezige woede tot groot jolijt en ook ‘The Last
Carnival’ is goed, zij het helemaal anders dan de rest van het
album. Voor een coherent maar kwalitatief minder hoogstaand geheel
moet je tussen ‘Working On A Dream’ en ‘Surprise, Surprise’
blijven. Betekent wel dat je eveneens bonus track ‘The Wrestler’,
geschreven voor de gelijknamige en van horen zeggen niet onaardige
film, moet missen. Maar ook in de buik van de plaat valt wat af te
sneukelen, al blijft de branie die van ‘Tomorrow Never Knows’
uitgaat net iets te goed verborgen tussen de andere albumtracks, en
gaat de futiele thematiek in ‘Queen Of The Supermarket’ soms net
voorbij de ingehouden, degelijke en door Patti Scialfa vocaal
ondersteunde kraker.

Magic‘ betekende een afrekening met de demonen die
Springsteen’s Land of the Common People hem hadden opgeleverd, en
bracht in die torenhoge woede een plaat waar we tot vandaag met een
flukse glimlach naar kijken. Vandaag zijn de Verenigde Staten
wellicht een ander land en lacht Springsteen wat weg onder de
eeuwig bloeiende boom des levens, maar wensten wij Bush even terug
in office.

Bruce Springsteen speelt op 30 mei op Pinkpop.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + vijf =