Frank Vander linden :: Frank Vander linden

’Er is licht voor mij/Daar ga ik maar vanuit’ zong Vander linden vijftien jaar geleden al in "Pa" (uit Ik Wil Meer). Die zinnen vatten misschien nog het beste samen waar het in zijn (beste) teksten over gaat. Melancholie knipoogt daarin vaak naar de luisteraar, of glimlacht (zelf-)relativerend. Op zijn solodebuut maakt die knipoog echter plaats voor een mijmerende blik.

’Denk je nog aan mij/Nu je bij de Quick werkt’ in "Denk Je Nog Aan Mij", nummers als "Eenzaam Onder Jou" of "Ellendegem": weemoed scheert bij Vander linden middels een kwinkslag of woordspeling nooit lang langs de goot van de zwaarmoedigheid. En als dat wel het geval was, volgde er altijd wel een snedig of pretentieloos snuifje rock zodat je adem weer de vrije loop kreeg. Niet zo op deze soloplaat, die an sich geen radicale stijlbreuk is met zijn werk bij De Mens (hoewel "In de Walszaal" het tegendeel leek aan te kondigen), noch zomaar een akoestische plaat die evengoed met Jans en De Coster opgenomen kon zijn.

Vander lindens tweede soloplaat bevat ontegensprekelijk mee van de beste teksten die hij ooit heeft geschreven. Kwinkslagen, laat staan woordspelingen, zijn ver te zoeken. Vander linden schenkt een glas rode wijn in terwijl u in de zetel neerzijgt en ook weer moet beseffen dat u de dagelijkse wedren tegen de tijd verliest, zoals de haas die het nooit kan halen van de schildpad. ’Waar is de tijd die ik nog had’ vraagt hij ook zichzelf af in het prachtige "De Klokken". Ook verdriet wordt wel eens bezongen als ware het een onuitwisbaar ex-lief, en de wereld is ook niets meer dan een onbesteld "Broodje Niets". Maar toch is dit niet zozeer een donkere plaat: al mogen de schouders naar beneden hangen, het hoofd volgt niet. ’Er is licht voor mij/Daar ga ik maar vanuit’ sijpelt in de songs als een besef dat er geen schaduw is zonder zon.

De klankkleur is herfstbruin en -rood, wat werd aangekondigd in het ontzettend prachtige "In De Walszaal", misschien wel de Nederlandstalige lat dit jaar. Er zal dus weer veel de limbo gedanst worden in 2009. Hier danst melancholie met nostalgie op één tegel, piano en viool leiden de dans. Maar dertien soortgelijke walsen moet u niet verwachten: man en gitaar zijn botten en spieren van de songs, maar spaarzame drums, mondharmonica en orgel draperen er op tijd en stond een mooie huid over. Ook gaat het tempo soms omhoog; met de nodige fantasie (maar ach, wat zijn we zonder) had "Ben Je Een Autodief Of Breng Je Mij Naar Huis" een akoestische versie van een Queens Of The Stone Age-song kunnen zijn ("Broken Box" weerklinkt telkens weer ergens in de verte).

Meer dan de helft van dit album heeft geen polsstok nodig om de lat van "In De Walszaal" te raken. Met het vierde nummer, "Zware Schoenen", vindt de plaat de juiste toon en blijft die aanslaan: het had Rick Rubin kunnen zijn die de piano sober en exact op het juiste moment de song doet binnenschuifelen. Songs als "Overdag", "De Klokken", "Nachtwaker", "Klein Verdriet" en "Een Broodje Niets" doen het buiten vlug donker worden en gieten de beschouwingen van overdag — ook en vooral die van u, zal u merken — in uitstekende nummers, als een streekbier in het juiste, daarvoor ontworpen glas.

Het is een plaat waarin Vander linden zijn grote voorbeelden volgt, maar niet klakkeloos kopieert. Het is een plaat die hij evenzeer nodig had als dat hij er ons Nederlandstalige muzieklandschap een plezier mee doet. Als De Mens een bijwijlen goede wijn is, heeft Vander linden met deze plaat een grand cru gebrouwen uit zijn verbale wijngaard. En die rijpt met de jaren, dus schreeuwt u maar mee: Ik Wil Meer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 4 =