Fennesz :: Black Sea

Het wintert in Wenen. Na een eindeloze zomer en een gondelvaart langs Venetië, zet de Oostenrijkse laptopguru Christian Fennesz op zijn nieuwe plaat Black Sea koers richting koudere oorden met een ijzig mooi resultaat.

Net toen het baanbrekende geluid van Aphex Twin en Autechre, pioniers van de experimentele elektronische muziek, stagneerde, kwam Christian Fennesz aan het begin van dit millennium met zijn meesterwerk Endless Summer aanzetten. De nadruk lag op het proces, op de directe manipulatie van de geluidsdrager, of toch de illusie daarvan. Hakkelende Oval-achtige eletronicaklanken en schijnbaar haperende cd-clicks zochten er een harmonie met verbasterde gitaarruis en zomerse Beach Boys-melodieën. Op opvolger Venice ging de zon stilaan onder en op de nieuwe Black Sea maakt de nacht definitief zijn intrede: de verlichte klanken zijn overspoeld door gesloten gitaarruis, die makkelijk doet denken aan het kolken van de golven.

Qua structuur gooit Fennesz het op Black Sea over een andere boeg. Was Endless Summer nog opgebouwd rond vrij ongecontroleerde ritmepatronen en korte instant-nummers, dan is er nu meer samenhang, zelfs tussen de nummers onderling. Diep verborgen tekenen zich hier en daar de contouren van een heuse compositie af. Op het grandioze "Glide" bijvoorbeeld, een samenwerking met labelgenote Rosy Parlane, waarop het lijkt alsof de shoegazers van Ride een Gustav Mahlercompositie onder handen nemen. Vooral de gelaagde modulaties die schijnbaar moeiteloos uit de versterker sijpelen zorgen voor een wondermooie opbouw van dit mini-opus.

Tegelijk gaat Christian Fennesz op meerdere tracks nog gerichter te werk dan voorheen, alsof de artiest alle ballast overboord heeft gegooid. Vergeleken met het vroegere, onrustiger werk, heeft de man zich nu een soort Stoïcijns ethos opgelegd: minder drukke noise-erupties en meer akoestische elementen. Fennesz’ voorliefde voor de akoestische gitaar geeft de plaat bij momenten ook toegankelijke adempauzes. Zo klinkt "Grey Scale" haast als een traditioneel Oosters lied met enkele eenvoudige gitaarklanken die vooral de stilte spelen, niet het geluid. Ook de ruisende ambient in “Perfume For Winter”, die zachtjes tegen de golfbreker aanwiegt, siert in alle eenvoud.

En toch kan Fennesz de complete ingetogenheid nooit helemaal volhouden. Zo is het even schrikken als afsluiter “Saffron Revolution” plots een verschroeiende, weerbarstige gitaargolf annex ruisbarrière opwerpt. Ongewild doet dat nummer denken aan “The Stone of Impermanence”, de onrustige coda op voorganger Venice. Verder dagzomen de clicks en cuts onder de hoofdmelodie van het schijnbaar minimale “Vacuum” het hele nummer door. Het knappe aan Fennesz’ werkwijze is echter dat de man al deze elementen weet te integreren in een — steeds organischer klinkend — geheel.

Geen plaat waar in elektronicakringen meer naar uitgekeken werd dan naar Black Sea, en terecht. Op de plaat abstraheert Fennesz zijn geluid, verfijnt en distilleert hij zijn gitaar en laptop tot nog meer uitgebreide en tegelijk ook meer samengebalde werken. Black Sea laat een geconcentreerdere Fennesz horen, één die met minder middelen vaak meer weet te bereiken dan ooit voordien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 + twintig =