Appaloosa




114 min. /
USA / 2008

De western is min of meer het zombie-genre bij uitstek van de
Amerikaanse cinema. Om de paar jaar komt er wel een regisseur langs
die probeert om de cowboyfilm nieuw leven in te blazen (meestal is
dat Clint Eastwood of Kevin Costner, met prenten als ‘Dances With
Wolves’, ‘Unforgiven’ en ‘Open Range’), maar hoeveel waardering die
individuele exemplaren ook krijgen van pers en publiek, de films
zijn nauwelijks de zalen uit of het hele genre dommelt weer in voor
een paar jaar. Een echte revival van de western is er
nooit van gekomen. Het blijft bij opflakkeringen, gevolgd door
lange stiltes. De opflakkering van de dag heet ‘Appaloosa’,
geregisseerd door acteur Ed Harris. En hoewel de prent zich best
laat bekijken, lijkt het me niet erg waarschijnlijk dat hij
verandering zal brengen in het vaste patroon. We krijgen boze
ranchers, rechtschapen gunslingers, verraderlijke
vrouwmensen, dorre landschappen en briesende paarden zover het oog
kan zien, maar nog geen minuut na de eindaftiteling is de hele
ervaring alweer verdampt uit je geheugen.

Ed Harris en Viggo Mortensen (opnieuw samen na hun meer
memorabele samenwerking in David Cronenbergs ‘A History of
Violence’) spelen Virgil en Everett, twee guns for hire
die zich laten betalen om de orde te bewaren in het New Mexico van
1882. Op een dag worden ze ingehuurd door het bestuur van het
stadje Appaloosa, dat wordt geterroriseerd door de bende van
rancher Randall Bragg (Jeremy Irons). Bragg steelt ongegeneerd
proviand uit de stad, perst de plaatselijke handelaars af en heeft
zelfs de vorige sheriff doodgeschoten. Virgil pint de sheriffster
op zijn vest, terwijl Everett zijn tweeloops in de aanslag houdt,
en samen gaan ze aan het werk om Appaloosa uit de wurggreep van
Bragg te redden. Heel heroïsch allemaal, totdat de jonge weduwe
Allison French (Renée Zellweger) op het toneel komt: Virgil valt
voor haar als een baksteen, maar erg betrouwbaar blijkt de dame
niet te zijn.

En zo zijn we vertrokken voor een vrij rechtlijnig
westernverhaal, dat duidelijk gemaakt is met een immens respect
voor de klassieke voorbeelden van het genre. Ed Harris probeert wel
een paar interessante nieuwe aspecten in ‘Appaloosa’ te
introduceren, maar hij doet absoluut niets radicaals om te breken
met de tradities die al bestaan sinds de vroegste dagen van de
Amerikaanse cinema. Clint Eastwood maakte van ‘Unforgiven’ een
sombere reactie op de klassieke western, een droevige doodswals.
Zelfs Kevin Costner, nochtans niet bepaald de grootste vernieuwer
uit filmland, bracht iets origineels naar het genre door in ‘Dances
With Wolves’ het standpunt van de indianen te kiezen (zij het dan
met nogal paternalistische resultaten). Maar dat alles lijkt Ed
Harris hier minder te interesseren: hij is gefascineerd door het
klassieke beeld van de poor lonesome cowboy, far away from
home,
die weinig of geen banden heeft en aan het einde van elk
avontuur dat hij beleeft, Lucky Luke-gewijs de zonsondergang
tegemoet rijdt. Harris deconstrueert het genre niet – hij leeft het
op een relatief eenvoudige wijze na, hoewel hij hier en daar toch
een paar kleine inhoudelijke puntjes probeert te maken.

Zo valt het op dat er al bij al niet veel actie in ‘Appaloosa’
zit – de showdowns zijn er uiteraard wel, maar tussenin
weten de makers hier een soort van comedy of manners op
poten te zetten. Een battle of the sexes, maar dan wel in
de vorm van een western. Virgil en Everett zijn al sinds
mensenheugnis elkaars beste vrienden, die leven volgens een erg
simpele code: goed is goed en fout is fout. De komst van Allison
French verandert dat echter allemaal: de twee mannen krijgen nu te
maken met een vrouw die veel geavanceerder – en listiger – is in
haar manier van denken, en ze weten niet hoe ze daar mee om moeten
gaan. Ed Harris hamert een aantal keer op het feit dat “Allison een
vrouw is die zich vastklampt aan eender wie die aan de winnende
hand is”. Wanneer Virgil en Everett er in slagen om Bragg achter
tralies te krijgen, is het op slag grote liefde tussen Allison en
Virgil. Totdat Bragg uit zijn cel ontsnapt – dàn staat ze
plotseling weer vol overtuiging aan zijn kant. ‘Appaloosa’ heeft
dan ook al de begrijpelijke kritiek gekregen dat het scenario
vrouwonvriendelijk zou zijn. Er zitten maar twee vrouwen in de hele
film: Allison, die met de wind meedraait en zich in het bed werpt
van gelijk welke man met de meeste macht, en Tilda, een
hoertje-met-een-gouden-hart waar Everett regelmatig over de vloer
komt. Tilda is dan misschien wel een sympathiek personage, maar de
film kijkt sowieso niet verder dan de-vrouw-als-intrigante of
de-vrouw-als-hoer. Zo vleiend is dat niet.

Begrijpelijke kritiek, maar misschien ook overbodig –
uiteindelijk komen de mannen er niet zo veel beter van af: ze zijn
allemaal kerels die meer begrijpen van hun geweer en hun paard dan
van een vrouw. Ze laten zich misleiden omdat ze niet geleerd hebben
om zo sluw te zijn als Allison, omdat hun morele code te
simplistisch en ouderwets is.

Dat thema zit er dus wel degelijk in, maar let’s face
it,
dat is ook maar een heel dun glanslaagje over een erg
eenvoudig verhaal, dat in eerste instantie lijkt te bestaan om de
mythe van het Oude Westen nog eens een poetsbeurt te geven. “Ben je
bang om te sterven?”, vraagt Ed Harris op een bepaald moment aan
iemand uit Braggs bende. “Ik hoop van niet, want jij bent de eerste
die er aan gaat.” En dat soort van sardonische one-liners (waar er
nog heel wat van zijn) geeft eigenlijk perfect de mentaliteit van
de film aan. De makers willen geen fantasieën over het Wilde Westen
doorprikken, ze willen er van profiteren. (En met heel hun
man-versus-vrouw gegeven toch een invalshoek vinden die nog geen
duizend keer eerder is gebruikt.)

Gedeeltelijk zijn ze daar succesvol in: ‘Appaloosa’ is
onderhoudend, met een paar sterke suspensescènes en drie goeie
mannelijke hoofdrollen. Harris zelf is indrukwekkend als Virgil,
een revolverheld die toch de hele film lang probeert om zijn
woordenschat uit te breiden door met zijn neus in boeken te zitten
die hij niet begrijpt. Hij speelt het nergens te stoer, maar
suggereert een man die wéét dat hij alle anderen de baas kan,
zonder dat hij daar de nadruk op hoeft te leggen. Mortensen is net
iets minder opmerkelijk, maar wel solide als Everett – duidelijk de
slimste van het duo, bij wie je continu de radertjes in z’n kop
voelt draaien. Jeremy Irons rondt het centrale trio af als
slechterik Bragg, die voortdurend van tussen z’n half dichtgeknepen
ogen tuurt en niet zozeer spreekt, als wel gromt. Ook weer een
westerntraditie die in ere gehouden wordt. Renée Zellweger is dan
weer weinig meer dan irritant als Allison – haar maniertjes komen
geaffecteerd en (vooral) ingestudeerd over, terwijl haar
pruilmondje onderhand zo’n ontzagwekkende proporties aanneemt dat
ze binnenkort eigenares zal zijn van een volwaardige snavel. Je
merkt bij Zellweger dat ze veel werk in haar rollen steekt – en
niet op een goede manier. Ze kan nooit gewoon op het scherm
aanwezig zijn, ze moet altijd tonen dat ze enorm haar best staat te
doen. Waarvan akte, maar omdat ze zo hard probéért, komt heel haar
vertolking enorm geforceerd over.

Ach ja, ze mogen proberen zoveel ze willen, maar het battle
of the sexes-
gegeven blijft toch maar een half uitgewerkte
subtekst die nooit écht intellectueel interessant wordt, terwijl
de rest van het verhaal simpelweg niet krachtig genoeg is om te
blijven plakken. We hebben deze cowboys al eens door deze prairie
zien sjokken, toen ze nog jonger en virieler waren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × twee =