Dido :: Safe Trip Home

Het is alweer een eeuwigheid geleden dat we nog eens aan Dido
gedacht hebben. Grootgebracht door de samenwerking met Eminem en de
regelmatige features bij Faithless, werd ze rond de eeuwwisseling
in no time tot de groten van de business gerekend, maar na vijf
jaar stilte liggen haar twee platen ondertussen stof te vergaren in
een hoekje van de cd-collectie. Want hoewel haar stem als een
katoenballetje je oren streelt en ze kon uitpakken met twee
briljante lead singles (‘Here With Me’ en ‘White Flag’, voor wie ze
even vergeten was), bleef de rest van bijhorende albums teveel op
de vlakte om op eeuwigheidswaarde te kunnen rekenen.

Door tientallen vertragingen leek de uiteindelijke release van
‘Safe Trip Home’ minder ophef te maken dan verwacht. Op een
memorabele single moesten we deze keer ook niet rekenen: ‘Don’t
Believe In Love’ passeert aardig en zit dankzij het spaarzame
gebruik van strijkers en een pluizig laagje electronica niet slecht
in elkaar, maar heeft een prefabrefreintje dat faalt een indruk na
te laten. Moet de wereld dan eigenlijk nog de adem inhouden omdat
deze madam haar derde vrucht afgeworpen heeft?

Tegen onze eigen verwachtingen in antwoorden wij hier graag
volmondig ‘ja’ op. Dido lijkt er zelf niet langer naar te streven
om een superster te worden en pende daarom een plaat neer die niet
wanhopig zoekt naar ophefmakende singles. Een naakte simpliciteit
siert ‘Safe Trip Home’ en geeft haar frêle stem meer karakter dan
ooit tevoren. In het door spaarzame piano-aanslagen ondersteunde
‘Look No Further’ geeft Dido zelf toe niet meer te streven naar
grootsheid en laat zo warm bloed door de aderen van haar compositie
gutsen. In de prachtige gitaarballade ‘The Day Before The Day’
klinkt ze fragieler dan ooit terwijl ze haar naakte hart op tafel
gooit (“I’ve lived my life without regret until today”).
Het magistrale toppunt van deze broosheid is ‘Burnin’ Love’, dat
met een bittere lading toch een onvoorstelbare knusheid uitstraalt.
De vocale bijdrage van Citizen Cope is hierbij beperkt, maar
cruciaal aangezien ze aan het einde de knagende eenzaamheid
doorbreekt en de dialoog opnieuw aanwakkert.

De ballades, die deze plaat overheersen en ook máken, zijn getooid
met een ontwapenende eerlijkheid en ondanks het lange
productieproces gelukkig niet overgeproducet. De afsluiter
‘Northern Skies’ had gemakkelijk kunnen verzanden in een
semi-dancetrack à la ‘Sand In My Shoes’, maar blijft subtiel en
boeit toch negen minuten lang. Enkel de Brian Eno-samenwerking
‘Grafton Street’ had beter gedijd zonder het Keltische
fluitintermezzo dat als het uitgelezen kerstcadeau voor Michael
Flatley kan dienen. De rest van het weemoedige nummer klinkt echter
dermate prachtig, dat je die pijnlijke minuut er zonder morren toch
bijneemt.

Tussendoor last Dido nog wat easy listening pop in om geen
volledige soesplaat te maken. Deze nummers behoren niet tot de
sterkste van het album, maar passeren toch ook vlotjes, alweer
dankzij de charmante eenvoud ervan. In ‘Never Want To Say It’s
Love’ neemt Dido genoegen met haar heden (“Seeing my friends
with their lives moved on, while I’m gently drifting”
),
hetwelk de muziek ook op pretentieloze wijze uitstraalt. ‘Let’s Do
The Things We Normally Do’ is een nummer dat an sich al duizenden
malen opgenomen is, maar hierdoor ook een tijdloos karakter krijgt.

Op ‘Safe Trip Home’ staat geen wereldhit. Het is hierdoor echter
geen plaat die opgebouwd lijkt rond één nummer, maar eentje waarop
bijna elke track op zijn gemak staat te stralen. Enkele minuten
voor de finish zingt Dido “For once there was beauty here for
me”
. Die schoonheid heeft ze ons bij deze voor het eerst écht
laten horen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − 2 =