Body of Lies




Toen de Amerikanen in 2003 Irak binnenvielen, namen ze niet
alleen hun tanks en wapens mee, maar na een korte tussentijd ook
hun camera’s. Tijdens de eerste twee jaar van de oorlog hield de
filmindustrie zich nog even rustig, maar vanaf 2005 was er
plotseling geen onderwerp hotter dan uitgerekend de
problemen in het Midden-Oosten. Soms leverde dat uitstekende cinema
op (‘Syriana’ is
een meesterwerk, draai of keer het), maar veel vaker zaten we
opgescheept met halfwassen als ‘The Kingdom’ en
‘In the Valley of
Elah’
; films die ondanks hun veelal goede bedoelingen maar
weinig te vertellen hadden en al zeker geen fascinerende manieren
vonden om dat te doen. ‘Body of Lies’, de nieuwe van überregisseur
Ridley Scott, valt jammer genoeg in die laatste categorie. De
makers geven zichzelf een air alsof ze ongelooflijk diepzinnige
dingen te melden hebben, maar leveren uiteindelijk een film af die
maar net ietsje geloofwaardiger is dan de gemiddelde James
Bond.

Leonardo DiCaprio speelt Roger Ferris, een CIA-agent die al
enkele jaren door het Midden-Oosten trekt in zijn jacht op een
terroristische organisatie geleid door fundamentalist Al-Saleem
(een overduidelijke Bin Laden-stand in). Terwijl Ferris vloeiend
Arabisch spreekt, een groezelig baardje heeft laten groeien en aan
de hand van het accent van een verpleegster ogenblikkelijk kan
zeggen dat ze van Iran afkomstig is, moet hij tegen zijn zin orders
aannemen van Ed Hoffman (Russell Crowe). Hoffman is een
archetypische neoconservatieve bureauplant, die zijn kinderen naar
school brengt en het ontbijt staat klaar te maken, terwijl hij over
de telefoon orders geeft om mensen te laten vermoorden aan de
andere kant van de wereld. Hun gezamenlijke zoektocht naar
Al-Saleem leidt tot steeds minder overtuigende operaties, die
beginnen bij een terrorist die het niet ziet zitten om zichzelf op
te blazen en dan maar informant wordt, om te eindigen bij een
bizarre infiltratiemissie vol getover op computers en deus ex
machina’s.

De agenda van Scott en scenarist William Monahan (die ook al
‘Kingdom of
Heaven’
en ‘The
Departed’
pende) is duidelijk – en dat mag ook wel, want er
wordt meer dan twee uur lang genadeloos op gehamerd, opdat iedereen
het toch maar begrepen zou hebben: de oorlog tegen het terreur
wordt geleid door bureaucraten zonder voeling met de dagelijkse
werkelijkheid en zonder enig moreel besef dat de moeite van het
vermelden waard is. De agenten in het veld zelf, die veel beter
weten wat er moet gebeuren, hebben naar hen te luisteren. En dat,
beste kijkbuiskinderen, is waarom de wereld zo’n puinhoop is.
Daarom en omdat er natuurlijk boze mannen in witte gewaden
rondlopen die bommen doen ontploffen. Ondanks de gecompliceerde
plot, die ervoor zorgt dat de personages dik twee uur lang over en
weer kunnen hollen alsof ze effectief ergens naartoe gaan en druk
over hun gsm lopen te praten alsof die internationale gesprekken
niet ontiegelijk veel geld kosten, is de wereldvisie van ‘Body of
Lies’ erg simplistisch – terreur is niet plezierig, maar je moet
ook oppassen hoe je die terreur bestrijdt. Right on!

Dat thema – voor wat het waard is – wordt verpakt in een plot
die onderhoudend is, maar veel te vaak van focus verschuift. ‘Body
of Lies’ valt uiteen in een viertal segmenten: 1) een terrorist
krijgt de opdracht een zelfmoordaanslag uit te voeren, vindt dat
niet zo’n goed idee en besluit om over te lopen; 2) DiCaprio moet
een huis in Jordanië in de gaten houden waar leden van de groep
rond Al-Saleem samenkomen; 3) DiCaprio stampt een fictieve
terreurorganisatie uit de grond om Al-Saleem uit zijn kot te
lokken; 4) DiCaprio’s lief wordt ontvoerd. Er is wel degelijk een
rode draad doorheen dat alles – tenslotte gaat het steeds om
pogingen van DiCaprio en zijn chef Russell Crowe om Al-Saleem te
pakken – maar niettemin krijg je het gevoel dat ‘Body of Lies’ zo
om het half uur begint met een nieuw mini-verhaaltje. Het gevolg is
dat de prent veel langer gaat aanvoelen dan hij eigenlijk is, omdat
de plot met horten en stoten verloopt. Elk segment is ook net iets
verder gezocht dan het vorige – de liefdesgeschiedenis tussen
DiCaprio en zijn verpleegstertje is er aan de haren bij gesleurd en
de pogingen om een geheel uit eigen duim gezogen terroristische
groep tot leven te roepen voelen aan als een afgewezen plotlijn uit
‘Ocean’s 11’.

De personages dreigen nooit erg diep uitgewerkt te worden.
DiCaprio wordt gedefinieerd door het feit dat hij in scheiding ligt
van zijn vrouw (die hij blijkbaar al twee jaar niet meer heeft
gezien), en door zijn moreel besef (Arabieren zijn tenslotte ook
maar mensen). In het geval van Russell Crowe, lijken Scott en
Monahan stapelverliefd te zijn geworden op hun concept om hem te
tonen terwijl hij met banale dagelijkse dingen bezig is. Hij geeft
DiCaprio het bevel om een Iraakse informant domweg te laten
stikken, terwijl hij zijn zoontje naar de wc begeleidt. Hij dropt
z’n kinderen af op school of aan de voetbaltraining terwijl hij
smerige trucs bedisselt om de veiligheidsdienst van Jordanië te
slim af te zijn. Dat is vast allemaal erg ironisch bedoeld, maar
het gaat na een tijdje simpelweg op een gimmick lijken.
Gebruik zo’n contrast één keer, en het is goed gevonden. Gebruik
het twee keer, en dat is nog oké. Maar daarna begin je het idee te
krijgen dat de regisseur en schrijver je als een debiel aan het
behandelen zijn: we snàppen het echt wel. De acteerprestaties zijn
navenant: DiCaprio is oké als Ferris, hoewel zijn “kijk eens naar
mijn intens priemende blik”-acteerstijl na ‘Blood Diamond’ en
‘The Departed’
al wel wat aan kracht heeft moeten inboeten. Misschien moet hij
gewoon eens een komedie draaien om te bewijzen dat hij ook
ontspannen kan acteren. Crowe kanaliseert zijn personage Jeffrey
Wigand uit ‘The
Insider’
met een rol die in opzet goed zit, maar zich door de
beperkingen in het scenario nooit kan ontwikkelen. Crowe acteert
misschien ietwat eentonig, maar ik heb eerder de neiging om de
schuld daarvoor bij het script te leggen, dat hem grotendeels tot
die ene toon beperkt.

Visueel is alles uiteraard in orde – daarvoor is het een film
van Ridley Scott – hoewel het project ook in dat opzicht eigenheid
mist. We krijgen voor de hand liggende kleurenschakeringen (bruin
en geel voor de scènes in het Midden-Oosten, blauw en grijs voor
die in de VS) en de gebruikelijke hyperactieve montage tijdens de
actiescènes. Goed gedaan, daar niet van, maar het verschil met het
werk van andere regisseurs is nauwelijks voelbaar. Het voelt niet
aan als een film van Ridley Scott – eerder als één van zijn broer
Tony, uit de tijd, ergens begin jaren negentig, toen die nog niet
helemaal was doorgetrapt met zijn adhd-cinema (nog ‘Domino’,
iemand?), maar films maakte als ‘Crimson Tide’ en ‘Enemy of the
State’.

‘Body of Lies’ zal vast wel goed bedoeld zijn – we moeten elkaar
leren begrijpen, nondeju! – maar weegt inhoudelijk en uiteindelijk
ook vormelijk veel te licht om de ambities van de makers te
realiseren. Dan toch maar ‘Syriana’ nog eens
bekijken. Misschien dat we hem deze keer wél helemaal snappen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + 10 =