Il Divo




Paolo Sorrentino liet zich enkele jaren geleden internationaal
opmerken met zijn film ‘Le Conseguenze dell’Amore’, een
onderkoelde, bewust trage film, die grotendeels opgehangen werd aan
de emotieloos versteende tronie van Toni Servillo. Het verschil met
zijn jongste worp, ‘Il Divo’, kon nauwelijks groter zijn.
Sorrentino maakte er een levendige, ambitieuze, knetterende
politieke thriller van met pamflettaire allures, die zowel visueel
als auditief zindert van de inventiviteit. Waar ‘Amore’
afstandelijk was, is ‘Il Divo’ gepassioneerd. Waar ‘Amore’ op een
erg klassieke manier in beeld werd gebracht, is ‘Il Divo’
regelmatig erg flitsend. Waar ‘Amore’ soms tergend traag vooruit
ging, sjeest ‘Il Divo’ aan een sneltreinvaart naar het einde toe.
De enige constante tussen de twee films, is de stoïcijnse kop van
Toni Servillo als lijdend voorwerp van beide verhalen.

Servillo speelt Giullio Andreotti, één van de belangrijkste
Italiaanse politici van na de Tweede Wereldoorlog. Als leidend lid
van de Christendemocratische Partij was hij één van de machtigste
mannen van het land, die maar liefst zeven keer diende als
Minister-President, en ook verscheidene andere functies vervulde.
Naar de buitenwereld toe profileerde hij zichzelf als een eervol
man, maar achter de schermen onderhield hij hechte relaties met de
mafia, die hij gebruikte om zijn macht te verzekeren. Andreotti
wordt hier voorgesteld als de ultieme Macchiavellistische
politicus, voor wie het doel onder alle omstandigheden de middelen
heiligt. Aan het begin van de jaren negentig wordt hij eindelijk
ter verantwoordig geroepen door de overheid – er werden processen
tegen hem gestart voor zijn banden met de cosa nostra, zijn
passiviteit bij de ontvoering van Aldo Moro (een partijgenoot die
werd gekidnapt door de Rode Brigade maar die zware kritiek had
geuit op Andreotti, wat die laatste niet bepaald inspireerde tot
snelle actie na zijn ontvoering), en de moorden op onder andere een
kritische journalist en “de bankier van God”, Roberto Calvi. Al die
processen haalden echter maar weinig uit: Andreotti werd ofwel van
alle beschuldigingen vrijgesproken, ofwel waren de zaken waarvoor
hij terecht stond net op tijd verjaard. Hij maakt nog altijd deel
uit van de Italiaanse politieke scene.

Dat is een complexe materie, die voor kijkers buiten Italië
allicht moeilijk te vatten zal zijn. Sorrentino begint zijn film
met een tekst die uitlegt wat de Christen-Democraten waren (die
partij bestaat momenteel niet meer in Italië), wat de Rode Brigade
was en wat P2 is (Propaganda Due, een extreem-rechtse
vrijmetselaarsloge die vaak wordt omschreven als “de
schaduwregering”), maar zelfs die uitleg is niet voldoende om voor
de oningewijden alle plotwendingen duidelijk te maken.
Personagenamen, gezichten en relaties komen zo snel op ons
afgestormd, dat het nauwelijks mogelijk is om alles te verwerken.
Halverwege de film krijgen we een montage van gevangen genomen
maffiosi die aan de politie hun verhaal vertellen – een montage die
duidelijk bedoeld is om een aantal historische feiten én scènes in
de film meer context te geven, maar die ook weer ontzagwekkend snel
voorbijflitst. We krijgen de namen van mafiosi, politici, bankiers
en anderen razendsnel geïntroduceerd, maar wie nu precies wat heeft
gedaan en waarom wordt met al dat nooit duidelijk. Ik kijk er al
naar uit om ‘Il Divo’ een tweede keer te bekijken op dvd, zodat ik
die scènes een keer of drie, vier kan terugspoelen tot ik alles
begrepen heb. Wat de bioscoopervaring betreft, kan ik u enkel
aanraden om op voorhand al uw huiswerk te doen en vooral een
notaboekje mee te nemen.

Die complexiteit van het verhaal is enerzijds wel degelijk een
stoorzender, maar anderzijds ook irrelevant voor de kwaliteit van
de film. Waar het in essentie over gaat, is een corrupte politicus
die tot aan z’n nek in de georganiseerde misdaad zit en nu, na
zovele jaren, eindelijk in het nauw wordt gedreven. De details over
wie er werd vermoord, wie er de trekker overhaalde en waarom, zijn
daarbij uiteindelijk weinig meer dan aankleding. De details doen er
niet toe – het is de corruptie die telt. Het idee dat Italië jaren
lang (en misschien nog steeds) geregeerd wordt door mensen die in
naam van de macht ettelijke liters bloed aan hun handen laten
kleven.

Sorrentino verpakt dat alles in een opwindende, zintuiglijke
filmervaring. De muziek bestaat voornamelijk uit bestaande nummers,
die perfect getimed worden om de emotie van het moment te
versterken, en ook visueel laat de regisseur zich van z’n beste
kant zien. We krijgen snelle camerabewegingen, een hippe montage en
zelfs verschillende momenten die de werkelijkheid vrolijk
overstijgen. Denk maar aan een scène waarin Andreotti rechtstreeks
de camera toespreekt en zichzelf verantwoordt (iets dat hij in
werkelijkheid nooit deed). De onderkoelde facade van de politicus
breekt heel even, en we krijgen alle woede en frustratie te zien
die daar onder schuil gaat: “Ik heb slechte mensen gebruikt om iets
goeds te doen”, roept hij, ter verdediging van zijn connecties met
de maffia. Als hij het zegt… Sorrentino toont een enorme
cinematische flair in het combineren van bewust gestileerde shots,
scènes waarin Andreotti het publiek rechtstreeks toespreekt,
populaire muziek en flashy montage. In combinatie met de
politieke inhoud van de film, zorgt dat voor een sfeertje waarin
Oliver Stone in z’n beste dagen nooit veraf is.

De regisseur vermijdt ook een openlijke psychologische evaluatie
van zijn personage. We krijgen geen traumatiserende jeugdervaringen
of andere gemeenplaatsen zoals die in een Amerikaanse
biopic haast onvermijdelijk zouden zijn. Sorrentino houdt
het mysterie van Andreotti in leven, maar maakt wel een
leitmotif van de verwijtende brieven die Aldo Mori schreef
vanuit zijn cel. De suggestie wordt gemaakt dat Andreotti heel goed
wist dat alles wat Mori over hem schreef de waarheid was, en dat
dit hem opzadelde met genoeg schuldgevoelens om eindelijk, voor de
eerste keer, aan zichzelf te twijfelen.

In een complex verhaal is het Toni Servillo die voor de
constante moet zorgen, en met zijn enigmatische vertolking weet hij
toch de kijker vast te grijpen en niet los te laten tot het einde
van de film. Hij gaat schuil onder een dikke laag make-up, beweegt
zich voort als een bultenaar (let op die continu opgetrokken
schouders), maar straalt toch een soort van moeiteloze dreiging
uit: dit is een man die niets hoeft te doen om gevreesd te worden,
hij hoeft zich niet speciaal te gedragen – zijn status is
voldoende. Servillo’s lichaamstaal is onberispelijk, de hele film
lang, en vormt zo één van de voornaamste redenen om te gaan
kijken.

‘Il Divo’ kan een film zijn die afschrikt, omdat het onderwerp
complex is en de regisseur niet bepaald van plan is om zijn
historische context van naadje tot draadje te zitten uitleggen.
Maar wie dat soort van overwegingen achterwege kan laten en zich
simpelweg kan overgeven aan de essentiële inhoud van de prent
(macht corrumpeert), krijgt er een swingend, opwindend spektakel
voor terug.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × drie =