Katyn




Halverwege ‘Katyn’ werd ik plots herinnerd aan een citaat uit
een andere film die ik enkele dagen eerder had gezien, de niet erg
memorabele thriller ‘Transsiberian’: “Als je in Amerika de
geschiedenis wilt kennen, dan lees je een boek. Als je dat in
Rusland wilt doen, dan neem je een spade en je begint te graven.”
Een uitgecalculeerd cynisch zinnetje, maar niet helemaal onwaar.
Onder de aarde van elk repressief regime liggen nu eenmaal
duizenden grote en kleine onrechtvaardigheden begraven. ‘Katyn’,
geregisseerd door de legendarische Poolse regisseur Andrzej Wajda,
gaat over één van de grootste en minst gekende daarvan.

Gezien de mythevorming rond de gevechten tussen Rusland en
Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog is het makkelijk om te
vergeten dat de twee naties aanvankelijk bondgenoten waren. Toen in
1939 de blitzkrieg in Europa begon, zat Polen dan ook
geklemd tussen de Duitsers die van het westen kwamen en de Russen
uit het oosten. Na een strijd die nauwelijks twee weken duurde, gaf
het land zich over, om vervolgens één van de wreedste schouwtonelen
van de hele oorlog te worden. De Poolse soldaten werden
krijgsgevangen genomen en vervolgens onder de hoede van ofwel de
nazi’s, ofwel de Russen gebracht. In het begin van 1940 werden
bijna 15.000 Poolse officieren met een kogel door het hoofd
afgemaakt in het bos nabij Katyn en begraven in een massagraf. Na
de oorlog, onder een communistische overheid die zich ten alle
koste wilde distantiëren van het fascisme, werd de schuld voor de
massamoord afgeschoven op de Duitsers. De geschiedenis werd
herschreven, met extreme gevolgen voor iedereen die aan de
officiële versie durfde te twijfelen, terwijl onder de grond de
waarheid verborgen bleef.

De vader van Andrzej Wajda was één van de 15.000 doden van Katyn
en nu pas, nu de regisseur zelf al in de tachtig is en jarenlang
films heeft gemaakt onder hetzelfde systeem dat zijn vader
vermoordde, is hij klaar om het onderwerp rechtstreeks in beeld te
brengen. Het resultaat is een film die alle woede bevat die je
onder de omstandigheden kunt verwachten, maar ook een erg
traditioneel, wat al te gepolijst drama, dat in zijn
karakteriseringen en dialogen vaak naar het pompeuze neigt.

Aan de structuur van zijn film zal het alvast niet gelegen
hebben: Wajda maakt een erg interessante keuze door het hele drama
te volgen door de ogen van de mensen die achterblijven: de vrouwen
en kinderen die hun mannen, broers en vaders naar een
gevangenenkamp zien vertrekken, in de veronderstelling dat ze op
zijn minst beschermd worden door de Conventie van Genève. Thuis
ondernemen de vrouwen wat ze kunnen om hun mannen te bezoeken of
zelfs vrij te krijgen, uiteraard zonder resultaat. Wajda toont ons
aanvankelijk de slachtpartij in Katyn niet, maar maakt een
tijdssprong, eerst naar de latere jaren veertig en daarna naar de
vroege jaren vijftig. Iedereen weet wat er is gebeurd en wie er
verantwoordelijk was, maar de Russische overheid houdt zich aan
haar officiële verklaring: de Duitsers hebben het gedaan. Pogingen
om de waarheid bekend te maken, of zelfs maar gesprekken waarin die
ter sprake komt, worden bestraft. Het is pas tijdens de laatste 15
minuten van zijn film dat Wajda zijn structuur (bewust, natuurlijk)
doorbreekt. Hij verlaat het standpunt van de vrouwen, om, in een
laatste sequens die de sterkste van de hele prent blijkt te zijn,
de methodische, genadeloze slachtpartij van Katyn te tonen. Het is
een sequens die in zijn nuchterheid en zijn gebrek aan sentiment
zich kan meten met de meest memorabele scènes van Roman Polanski’s
‘The Pianist’.

Dat zit dus wel goed: Wajda heeft een relevant verhaal te
vertellen, over de invloed van een onrechtvaardige overheid over de
levens van haar onderdanen, en over de relativiteit van elke vorm
van geschiedschrijving, en hij verpakt die ideeën in een drama dat
zorgvuldig is opgebouwd om je achter te laten met een mokerslag.
Het probleem is alleen dat Wajda, misschien niet onlogisch gezien
zijn gevorderde leeftijd, ook een zeer traditionele filmmaker is –
wat je vooral merkt in zijn benadering van de personages en hun
motivaties. Zo krijgen we aan het begin van de film, vlak na de
inval van de Duitsers en Russen, een scène waarin een gevangen
genomen Poolse officier bezoek krijgt van zijn vrouw, nog voor hij
wordt afgevoerd naar een kamp. Zijn eega heeft schijnbaar absoluut
geen enkele moeite om naar haar man toe te lopen, ze kunnen op het
gemakje een babbel doen en elkaar omhelzen, zonder dat er ook maar
één Rus aan denkt om hen tegen te houden. Maar wanneer zij hem –
niet geheel onlogisch – voorstelt om er stilletjes van onder te
muizen en heel dat krijgsgevangenengedoe gewoon voor het gemak even
over te slaan, reageert hij haast verontwaardigd: “Ik kan mijn
kameraden en mijn land toch niet in de steek laten!” Misschien dat
die scène in Polen ontvangen werd op applaus omwille van zijn moed,
maar zelf verloor ik op dat moment alle geloof in dat personage.
(Vanuit de Patton-mentaliteit dat niemand een oorlog wint door voor
zijn land te sterven, maar door de andere partij voor zijn
land te laten sterven.)

Dat soort van gezwollen, bombastische scènes zijn er nog –
scènes die zich qua melodramatiek kunnen meten met eender wat dat
er uit Hollywood al is voortgebracht over WO II. Denk maar aan het
moment waarop een ietwat fatalistische soldaat in het
gevangenenkamp tot de orde wordt geroepen: “We blijven officieren
en moeten onze plicht doen!” Of één, veel later in de film, waarin
een oud-strijder die zowat al zijn kameraden is verloren in Katyn,
zich theatraal bezuipt in een café (in de lang gevestigde traditie
van zoveel getraumatiseerde zatlappen in zoveel films, die moediger
en meer welbespraakt worden met hun promillage). Dat zijn allemaal
clichés uit de Amerikaanse middle brow big budget-cinema,
waar een filmmaker van Wajda’s formaat eigenlijk boven zou moeten
staan.

De regisseur bezondigt zich daarenboven ook aan mooifilmerij –
‘Katyn’ is prachtig in beeld gebracht, met fotogeniek optrekkende
mist, een rijk kleurenpalet en een tot in de puntjes verzorgde
mise-en-scène. Er ligt geen blaadje op de grond of het is daar
duidelijk zorgvuldig neergelegd voor optimaal effect. Prachtig
gedaan, maar het resultaat is dat de film te afgelikt overkomt, te
proper. Dit is de oorlog in living colour, netjes
symmetrisch vastgelegd in uitgekiende shots. Een
glossiness die de prent pas tijdens z’n (oprecht
indrukwekkende) finale durft los te laten, maar die de hele rest
van de tijd lichtjes ongepast lijkt.

‘Katyn’ heeft een boeiend onderwerp, is degelijk onderbouwd en
heeft ook wel zo z’n sterke momenten, maar smaakt te veel naar
Hollywood om echt te kunnen overtuigen. Wajda heeft zijn spade
genomen en is beginnen graven, maar is onderweg schijnbaar te zeer
onder indruk gekomen van de schoonheid van de aarde die hij
weggroef.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 + 4 =