SJ Esau :: Small Vessel

Zo het woord rammelrock of knutselpop nog niet uitgevonden was, dan zou men het lemma onmiddellijk reserveren voor SJ Esau, het pseudoniem van Samuel Wisternoff. Op Small Vessel tast de Brit namelijk opnieuw het concept van kaduke muziek af, waarbij in hokjes denken uit den boze is.

SJ Esau is zeker niet de eerste noch de enige die van verschillende walletjes eet en meerdere muziekgenres in een album of song incorporeert en net zo min heeft hij het warm water, huisvlijt genaamd, uitgevonden. Het is zelfs heel twijfelachtig te noemen dat hij de eerste is die in de beslotenheid en het comfort van het eigen huis een album in elkaar knutselt dat amateuristisch en eclectisch tezelfdertijd klinkt. Maar de aandoenlijkheid en warmte die zijn platen daarbij afgeven, is wel uitzonderlijk.

Warm. Als er één woord is dat Small Vessel omschrijft dan is het dat wel. Wars van alle probeersels, grappen en stijlen blijft die huiselijke warmte naar voor komen. SJ Esau lijkt geen ander doel te hebben dan een intieme sfeer met zijn luisteraar te creëren, alsof hij in dezelfde kamer staat en daar zijn ideetjes uitprobeert. Welke ideeën dat zijn, doet er minder toe, rammelen ("Ruddy Spark", "Bubblehead") of rocken ("Threw A Wobby") is van geen tel zolang de huiselijkheid er maar in weerklinkt.

Uiteraard bestaat het gevaar dat bij zoveel knusheid Phil Bosmans arm in arm met Luc Versteylen aangehost komt, maar ook die val weet SJ Esau handig te ontwijken. Op geen enkel moment dreigt het gevaar op wolligheid of klefheid, daarvoor is Small Vessel immers te speels en te humoristisch. De eenvoudigheid en milde vrolijkheid is een handige vermomming waaronder knappe en goed doordachte songs schuilen.

Meer nog dan op Wrong Faced Cat Feed Collapse wil SJ Esau de luisteraar het gevoel geven dat het allemaal niet zo moeilijk is, hier moeten luisteraars niet krampachtig overtuigd worden. Of zoals hij zelf spottend zingt in "Human, Annoyed": "I don’t know why I’m saying stuff. A syllable a day’s enough. I’m writing something down just to make a mark.(…) The instruction manual simply says ’Avoid’ And I am a human, annoyed."

Het zou vreemd moeten aanvoelen om een recensie lang over een plaat te schrijven en wat die oproept zonder ook maar één moment over de muziek zelf in concrete termen te spreken, maar Small Vessel laat zich niet in de courante muziektermen vangen. Het keurslijf van genrebenamingen en stijlomschrijvingen doet de songs oneer aan want het draagt er niets toe bij. Opmerken dat "The Small Percent" klinkt als avanthop op valium en gastvocalen heeft Charlotte Nichols, die ook op "Under Certain Things" (Efterklang maar dan met een scheut garagerock erbij) en "Bastard Eyes" (bastaardenfolkpop) zingt, draagt niets bij tot de beleving van de song.

Wat echt telt, is dat Small Vessel een verrassend coherent album is dat nooit onder een bepaalde limiet gaat en vooral gebaat is bij een volledige luisterbeurt. De nummers op de plaat zijn als een Siamese meerling met elkaar verbonden en vullen elkaar aan. Het is een onzichtbare lijn die doorheen de plaat loopt en alles samenhoudt. Zo behoren de korte smaakmakertjes ("Small Vessel", "Slate",…) — die vaak de essentie van een volwaardige song in zich dragen — net zo goed tot de plaat als de "volwaardige nummers".

SJ Esau blijft een vreemd speeltje voor Samuel Wisternoff. Zijn overduidelijke talenten als songschrijver verbergt hij bijna doelbewust achter, op het eerste gehoor, onnozele liedjes. Tezelfdertijd echter weten zijn nummers de juiste snaren te raken zonder kleur te moeten bekennen. Small Vessel is niet het soort plaat dat snel binnen de juiste lijstjes zal opduiken. Het is een goede vriend die er op het juiste moment is, maar nooit voor het voetlicht zal treden. Het is het soort vriend die gekoesterd moet worden en dat geldt evenzeer voor deze plaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 4 =