Frenzy

De late jaren zestig waren een moeilijke periode voor Hitchcock,
waarin de ouder wordende master of suspense zichzelf
voorbij gestreefd zag worden door een nieuwe generatie jonge
filmmakers, die zienderogen de filmgrammatica herschreven die hij
zelf mee had helpen uitvinden. Op nauwelijks tien jaar tijd luidden
de jonge leeuwen van de Franse nouvelle vague (Godard,
Melville, Truffaut) en de Amerikaanse auteurs (Coppola, Scorsese,
De Palma, Spielberg) een nieuw tijdperk in dat weinig te maken had
met de formele genrecinema waar Hitchcock zijn handelsmerk van had
gemaakt. De Palma was een Hitchcockadept, die vaak openlijk
refereerde aan (of zelfs jatte van) zijn idool, maar hij voegde
daar een moderne mentaliteit, een zwierige camera en uitbundige
hoeveelheden seks en geweld aan toe. Ondertussen experimenteerden
andere regisseurs met montagestijlen (ooit een jump cut gezien in
een Hitchcockfilm?) en met de notie dat een film misschien niet
noodzakelijk een verhaal hoefde te vertellen – toch zeker niet één
waarin begin, midden en einde elkaar logisch opvolgden. Enfin,
Hitchcock bevond zich in een snel veranderend milieu waar hij zich
moeilijk aan kon aanpassen. Zijn beste poging om dat toch te doen,
was ‘Frenzy’, de film waarvoor hij voor het eerst in twintig jaar
terugkeerde naar Groot-Brittannië. Grafisch geweld, blote borsten
en opvallend zelfbewuste camerabewegingen geven aan dat Hitchcock –
een jaar nadat Kubrick met ‘A Clockwork Orange’ de halve wereld
choqueerde – mee op de moderne kar probeerde te springen. En
passant
werd ‘Frenzy’ ook nog eens de film waarin Hitch (nog
meer dan in ‘Vertigo’ of ‘The Birds’) openlijk al zijn
psychoseksuele demonen kon loslaten.

Het verhaal draait rond Richard Blaney (Jon Finch), een barman
met een slechte dag: hij verliest zijn job, heeft geen rooie duit
op zak en moet toezien hoe zijn ex-vrouw Brenda (Barbara
Leigh-Hunt) een succesvol huwelijksbureau runt (want die had je nog
in de tijden voor Rendez-Vous). Zijn echte problemen beginnen pas
wanneer Brenda wordt vermoord door de “necktie strangler”, een
maniak die er een gewoonte van maakt vrouwen te verkrachten en
vervolgens te wurgen met zijn das. Door een typisch Hitchockiaans
misverstand wordt Blaney aanzien voor de moordenaar, en moet hij
dus op de vlucht voor de politie. De film maakt er nooit een geheim
van wie de echte dader is: Bob Rusk (Barry Foster), een
ogenschijnlijk sympathieke kennis van Blaney. Blijft er de vraag
hoeveel doden er nog zullen vallen voordat de politie dat door
heeft.

‘Frenzy’ is met voorsprong Hitchcocks meest gewelddadige film,
en slaagde er anno 1972 zelfs in om controverse uit te lokken –
niet zozeer omwille van wat er getoond werd, als wel omwille van
het groezelige sfeertje dat de regisseur er rond wist te weven. De
verkrachting van en moord op Brenda is daar het beste voorbeeld
van: Hitchcock rekt die scène haast ondraaglijk lang uit, en
construeert het geweld met korte close-ups: een hand die Brenda’s
bloes opentrekt, een borst die zichtbaar wordt, Brenda’s verkrampte
gezicht, het bezwete gezicht van Rusk die zichzelf naar een orgasme
dwingt, spartelende voeten… Door het gebrek aan overzichtsshots
krijgt het geweld in die scène een extra intimiteit, die haast
ranzig aanvoelt. Critici van toen hebben Hitchcock dat soms kwalijk
genomen en de scène blijft zelfs nu nog oncomfortabel om naar te
kijken. We zijn erger geweld gewend geraakt tijdens de laatste 35
jaar, maar toch voelen we er nog steeds de impact van. Nochtans –
is er een meer verantwoorde manier denkbaar om met dit soort
seksueel geweld om te gaan dan juist door het zo ranzig voor te
stellen als het is? Wie ooit Sam Peckinpahs ‘Straw Dogs’ heeft
gezien, met een beruchte, controversiële verkrachtingsscène, zal
trouwens merken dat er opvallende gelijkenissen bestaan.

Hitchcock tekent een somber portret van de samenleving in
‘Frenzy’, met goedbedoelende mensen die geen schijn van kans maken
in de maatschappij en grof geweld in de straten, waar de
goegemeente geen andere reactie op kan verzinnen dan cynische
grapjes te maken in de pub (“Een moord af en toe is goed voor het
toerisme”, horen we aan het begin van de film zeggen). En toch
bevat de film zijn eigen vorm van pikzwarte humor. De bekendste
suspensescène in ‘Frenzy’ is er één waarin Rusk een lijk dumpt in
een vrachtwagen vol aardappels. Achteraf realiseert hij zich dat
zijn slachtoffer nog een pin van hem in haar handen had, en moet
hij die gaan terughalen. Terwijl hij daarmee bezig is, begint de
vrachtwagen uiteraard te rijden. Wat dan volgt, is een eigenaardige
mix tussen slapstick en pure gruwel, waarin Rusk zo’n vijf minuten
lang zit te klooien met een lijk om het bewijsmateriaal te
verwijderen. Hij valt regelmatig om met de bewegingen van de
vrachtwagen, krijgt de voet van het lijk in zijn gezicht (lacheu!),
om uiteindelijk haar door rigor mortis verstijfde vingers te moeten
breken zodat hij zijn pin kan terugnemen. Hitchcock schakelt zo
snel over van wrange humor naar gortdroge horror, dat je als
publiek nauwelijks weet hoe je moet reageren. Ook al niet omdat de
regisseur duidelijk speelt met de sympathie van de kijker – we
willen dat Rusk die pin terugvindt, omdat anders de film
al gedaan is. Op dat moment worden we aan de kant van de moordenaar
gedwongen. Hitch haalde diezelfde truc al uit in ‘Strangers on a
Train’, toen de moordenaar een aansteker uit een rioolgat probeerde
te halen, en hij werkt hier net zo goed.

Degenen die Hitchcock graag een vrouwenhater noemen, vinden in
‘Frenzy’ alvast genoeg koren voor op hun molen. Buiten het voor de
hand liggende (de verkrachtings- en moordscènes), zijn er ook nog
kleinere scènes en nevenpersonages: we zien in het huwelijksbureau
hoe een dominante vrouw meteen haar toekomstige echtgenoot
reduceert tot huishoudelijk slaafje, de secretaresse van Brenda is
een muizige, frigide seut en één van de politieagenten die belast
is met de zaak rond de “necktie killer” moet lijdzaam de fascinatie
van zijn vrouw met de Franse keuken ondergaan, wat inhoudt dat de
sukkelaar al in weken niet meer fatsoenlijk heeft gegeten. Vrouwen
zijn in ‘Frenzy’ ofwel slachtoffers, ofwel komisch bedoelde
lastpakken – wat niet noodzakelijk een bewijs is van misogynie,
maar wel van de clichés waar de regisseur zich graag van
bediende.

Stilistisch probeert Hitchcock een paar nieuwe trucs uit,
waardoor ‘Frenzy’ het werk lijkt van een veel jongere filmmaker: er
is een beroemd shot waarin we Rusk volgen terwijl hij samen met een
nieuw slachtoffer de trap oploopt naar zijn flat. Vervolgens gaat
de camera achterwaarts de trap weer af en de voordeur uit, tot aan
de overkant van de straat. We weten precies wat er op dat moment in
die flat gebeurt, maar worden als publiek tot hulpeloze bijstanders
gedegradeerd. De regisseur speelt ook met geluid: zo horen we
tijdens een sleutelscène in een rechtszaal maar flarden van wat er
gezegd wordt, naargelang de deur open en dicht zwaait. Dat soort
spielereien waren typisch voor de jongere garde van de
jaren zeventig, en dat Hitchcock ze toch gebruikt (en met succes)
toont aan hoezeer hij zich nog wilde bewijzen in een tijd die niet
meer de zijne was.

‘Frenzy’ is ondertussen enigszins gedateerd, met kostuums en
kapsels die weggelopen lijken uit een documentaire over Nicole en
Hugo tijdens hun hoogdagen, en een deel van de shock value
is haast vanzelfsprekend verloren gegaan, maar ‘Frenzy’ werkt wel
nog als thriller. Hitchcock probeerde mee te spelen met een jonger
team, dat hem tot dan toe dreigde los te lopen. En verdomd, hij
scoorde nog een doelpunt ook.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × vijf =