The Trouble With Harry

Er wordt niet zo vaak geschreven over de humor in de
films van Hitchcock – waarschijnlijk omdat ze meestal verborgen
ging onder een dikke laag suspense die onze aandacht afleidde en
ons er zelfs van wist te overtuigen dat alles wat we zagen ernstig
bedoeld was. Niet zo, natuurlijk. Een film als ‘Rebecca’ is
hilarisch grappig, met personages die bewust over de top gaan en
dialogen die zo theatraal zijn dat ze bijna in het rijk van de
parodie terechtkomen. Maar als goede Engelsman hield Hitchcock een
stiff upper lip en er waren maar weinig mensen die de
humor echt doorhadden. In ‘The Trouble With Harry’ liet Hitchcock
zijn grappige kant voor het eerst volop naar boven komen in een
sardonische zwarte komedie die doelbewust verschillende taboes
omver haalde (lachen met lijken, lachen met het kerngezin, lachen
met seks, olé olé). Het gevolg: in de VS kwam er geen hond naar
kijken en het duurde jaren voordat de prent geherwaardeerd werd als
een onderschat pareltje uit het oeuvre van de master of
suspense.

Het verhaal draait rond Harry. Harry is dood. Aan het begin van
de film zien we zijn lijk liggen in een park in Vermont, waar het
wordt ontdekt door Albert Wiles (Edmund Gwenn), een oude kapitein
op rust die in het park aan het jagen was. Wiles is er van
overtuigd dat hij Harry per ongeluk heeft neergeschoten en besluit
het lijk te begraven. Voor hij daarin slaagt, wordt hij echter
gezien door de oude vrijster Ivy Gravely (Mildred Natwick). Verre
van gechoqueerd te zijn door Wiles te zien zeulen met een lijk,
vraagt ze de kapitein op de thee. Ook andere mensen lijken er niet
echt wakker van de liggen dat Harry het tijdelijke voor het eeuwige
heeft ingewisseld. Zijn weduwe (Shirley MacLaine in haar debuutrol)
is tevreden zo lang hij maar weer niet tot leven komt en
plaatselijk kunstenaar Sam Marlowe (John Forsythe) vindt het hele
scenario best wel fascinerend en hannest dan ook de hele film lang
vrolijk met het lijk mee.

Wat waarschijnlijk meteen verklaart waarom ‘The Trouble With
Harry’ aanvankelijk niet populair was in de VS. Hitchcock heeft een
erg droog, morbide gevoel voor humor: verschillende personages
denken dat ze verantwoordelijk zijn voor de dood van Harry (niet
dat ze er spijt van zouden hebben), met als gevolg dat zijn lichaam
begraven wordt, weer opgegraven en zo voort. Niemand van de cast
stelt zich vragen bij wat ze aan het doen zijn, maar behandelen het
lijk simpelweg als een probleem dat uit de weg geruimd moet worden,
zo praktisch en rationeel mogelijk. Denk maar aan een vroege scène,
waarin Miss Gravely de kapitein ontdekt terwijl hij het lijk
verplaatst. “What seems to be the problem?,” vraagt ze,
terwijl ze doodgemoedereerd over het lichaam heenstapt om de
kapitein verliefd in de ogen te kijken. Later krijgen we heerlijke
one-liners zoals: “Thank you for burying my body,” en:
“Hij ziet er dood exact hetzelfde uit als levend… maar dan
horizontaal.”

In het Amerika van de jaren vijftig was dat soort humor
risquée tot op het schandelijke af. Lachen met de dood,
oneerbiedig zijn tegenover de overledenen, dat deed je gewoon niet.
De jaren vijftig waren de tijd van de onschuld in de VS, waarin het
gezin de hoeksteen van de samenleving was en het hele leven binnen
de structuur van de gangbare moraliteit diende te passen. Om maar
iets te noemen: van de filmkeuring van toen was het niet toegestaan
om een man en vrouw te tonen die samen in bed lagen, ook niet als
ze getrouwd waren. Eén van beide partners moest een voet op de
grond houden. En in een milieu waarin dat soort regels van kracht
waren, bracht Hitchcock dan een zwarte komedie waarin continu met
een lijk wordt gesjouwd en niets met respect wordt behandeld – de
dood niet, maar ook de normale seksuele mores.

‘The Trouble With Harry’ zit immers vol met seksuele suggestie –
de regisseur speelt hier een spelletje met de filmcensors om te
weten te komen hoe ver hij kan gaan. Sam Marlowe papt aan met
Jennifer (MacLaine) nog voor haar man goed en wel koud is, maar zij
lijkt daar niet bepaald bezwaren tegen te hebben. Tegen het einde
van de film heeft Marlowe één grote wens: een dubbel bed. “Ja,”
zegt Jennifer, “dat lijkt me heel praktisch.” Veel grappiger is
echter een discussie die Marlowe heeft met kapitein Wiles over oude
vrijster Gravely: “Je beseft toch dat je waarschijnlijk de eerste
bent die ‘over haar drempel treedt’?” “Ach ja,” reageert Wiles, “ze
is goed geconserveerd, en ooit moet je conserven openen.” In ‘The
Trouble With Harry’ neemt Hitchcock de grote onderwerpen die mensen
normaal gezien bloedserieus opnemen – seks, de dood, relaties – en
hij ridiculiseert ze. In Engeland en Europa kon die aanpak op
bijval rekenen, in de VS veel minder.

Niet dat ‘The Trouble Wth Harry’ een perfecte film is. De
openingsscènes lijken wat al te geforceerd, met Edmund Gwenn die
door het park in zichzelf loopt te praten om het publiek de nodige
achtergrondinformatie mee te geven: “Goh, ik ben al een hele dag
aan het jagen en ik hoop dat ik een konijntje vind,” zie je zo’n
man dan op z’n eentje zeggen. Bovendien is het absoluut
noodzakelijk om de film in z’n tijdskader te zien – je moet
beseffen hoe weinig er mogelijk was binnen de grenzen van de
filmcensuur, om te begrijpen waar Hitchcock allemaal mee weg raakt.
Naar de normen van 2008 bevat ‘The Trouble With Harry’ natuurlijk
helemaal niets schokkends of schandaligs (of je moest echt al een
heel erge pilaarbijter zijn), maar voor 1955 was dit op het randje.
De ideale film veroudert natuurlijk niet op die manier, maar zo
lang je je kunt inleven in het tijdvak waar hij uit komt, werkt
‘The Trouble With Harry’ wonderwel.

Technisch gezien toont de regisseur hier een grote neiging naar
het theatrale. Hij filmt in Technicolor, een toen gangbaar
kleurenprocédé waarbij felle primaire kleuren voortdurend sterk uit
naar voren komen. Het verhaal speelt zich af tegen de achtergrond
van Vermont in de herfst, en geen blaadje of het is agressief goud-
of roodgekleurd, geen sprietje gras of het is lichtjes
radioactief-groen. Je merkt voortdurend dat de acteurs op een
geconstrueerde set staan, maar dat was waarschijnlijk ook
Hitchcocks bedoeling – alles hier is in meer of mindere gestileerd,
hij creëert zijn eigen wereldje waarin de regels van leven, liefde
en dood voor komische doeleinden verwrongen worden. Het lijkt op de
werkelijkheid, maar dat is het niet.

‘The Trouble With Harry’ vereist dus wel een zekere
bereidwilligheid van de kijker om zich over bepaalde dingen heen te
zetten – het is een oude film, hij is zeker niet altijd even
naturalistisch en bepaalde dingen die destijds scandaleus waren,
zijn nu een beetje oubollig. Maar, niet onbelangrijk voor een
komedie, hij is wel nog steeds zeer grappig, met een oneerbiedig
toontje dat tegenwoordig wellicht nog beter zal aanslaan dan
destijds.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − twee =