The Birds

De beste thrillers en horrorfilms zijn vaak degene die inspelen
op onze basisangsten – angst voor het donker, voor benauwde
ruimtes, voor bepaalde dieren, en vooral ook voor het verlies van
controle. Zowat elke spannende film die ooit gemaakt is, speelt in
op dat thema, of de makers het nu bewust doen of niet: uiteindelijk
gaat het altijd over personages die de normale orde in hun leven
kwijt spelen. Mensen die, door wat voor omstandigheden dan ook, de
controle over hun bestaan verliezen. Wat normaal was, is plots
chaos geworden. Hitchcock ging naarmate zijn carrière vorderde
steeds bewuster met dat thema om, totdat het in zijn meest pure
vorm tot uiting kwam in ‘The Birds’. Vogels vallen plotseling
massaal mensen aan, en niemand weet waarom. Er wordt ook nooit een
verklaring voor gegeven. Het is gewoon totale willekeur van de
natuur, waar niemand zich tegen kan wapenen. De chaos, het verlies
van controle van de personages, is dan ook compleet: tegen
willekeurig geweld, zonder rede of reden, kun je je immers niet
beschermen. Met een snode nazi kun je eventueel nog redeneren en
Norman Bates had op z’n minst een moedercomplex dat z’n daden
verklaarde. Maar ‘The Birds’ was anders – het was een verhaal over
blinde terreur door de natuur zelf (het is misschien de moeite om
te vermelden dat M. Night Shyamalan dat idee rechtstreeks overnam
voor zijn recente film ‘The Happening’, hoewel hij er nog een zedig
ecologisch boodschapje aan niette).

Tippi Hedren speelt Melanie Daniels, een society lady
die leeft van het geld van haar vader, een krantenmagnaat, en
probeert om onder zijn schaduw uit te raken. Op een dag maakt ze
kennis met Mitch Brenner (Rod Taylor), een gladde advocaat die
meteen haar interesse wekt. Gedreven door nieuwsgierigheid en
wellicht ook door gezonde bronstigheid, besluit Melanie om hem
achterna te reizen naar het huisje van zijn moeder (Jessica Tandy)
in Bodega Bay, een dorpje op zo’n 200 kilometer van San Francisco.
Daar flirten ze vrolijk verder, maar wat een prille romance had
kunnen worden, wordt al gauw iets anders wanneer de vogels in
Bodega Bay om onverklaarbare reden mensen beginnen aan te vallen.
Aanvankelijk zijn die aanvallen kort en kleinschalig, maar
gaandeweg troepen er steeds meer vogels samen en worden de gevolgen
dramatischer.

Omdat de agressie van de vogels nooit verklaard wordt in de
film, bestaat er een neiging om ‘The Birds’ op één van deze twee
manieren te bekijken: veel mensen beschouwen de film als een
zuivere oefening in suspense, die om geen enkele andere reden
gemaakt werd dan om mensen op het puntje van hun stoel te krijgen.
Inhoudelijk dichten ze de prent daarbij geen enkele extra waarde
toe, een verhaal dat zo plat is als het scherm waarop het wordt
geprojecteerd. Anderzijds is er een hele groep die juist de
ambiguïteit van de plot aangrijpt om er eender welke interpretatie
op te projecteren die ze zelf willen: omdat Hitchcock niet
expliciet zegt waarom de vogels aanvallen, kunnen degenen die dat
willen er met een gerust hart hun lievelingsmetafoor op plakken. De
vogels vertegenwoordigen de overheid, ze vertegenwoordigen God, ze
vertegenwoordigen een aanval op blind kapitalisme of menselijke
zelfgenoegzaamheid – you name it, they’ve got it. Daarbij
bestaat dan wel weer een sterk gevaar voor overdrijving: Hitchcock
was geen metaforische of symbolische filmmaker, en wat voor inhoud
er in zijn films zit, valt dan ook meestal rechtstreeks te linken
aan een specifieke scène in de prent.

Gedeeltelijk denk ik dat Hitchcock zijn publiek wilde doen
proeven van de terreur van ongemotiveerd, pre-intellectueel geweld
– geweld dat op geen enkele manier voor rede vatbaar is. En verder
buit de regisseur zijn crisissituatie natuurlijk uit om de relaties
tussen de personages onder druk te zetten. Toeval of niet, maar
rond deze periode voerde Hitchcock regelmatig getroebleerde
relaties op tussen ouders en hun kinderen. Norman Bates en zijn
moeder in ‘Psycho’, Tippi Hedren en haar moeder in ‘Marnie’ en, op
een veel luchtiger manier, zou je zelfs de moeder van Cary Grant in
‘North By Northwest’ kunnen meetellen. Hier gebeurt iets
gelijkaardigs, met Jessica Tandy als dominante moeder die haar zoon
liever aan geen enkele vrouw kwijtspeelt, zeker niet aan een
lellebel (heerlijk woord, dat) uit de grote stad. Het effect van de
vogelaanvallen op die relatie is dat tegen het einde, de zoon zich
aan zijn moeder heeft bewezen als man, en dat Tippi Hedren als
mogelijke schoondochter-in-spe aanvaard wordt door de moeder. Samen
een crisis meemaken schept duidelijk dus toch een band. Die
driehoeksrelatie tussen Melanie, Mitch en zijn moeder wordt de hele
film lang op subtiele en minder subtiele manieren benadrukt. Het
resultaat is dat het eerste uur van ‘The Birds’ soms traag vooruit
lijkt te gaan, maar dat al die relaties in het tweede uur wel volop
renderen tijdens de suspensescènes.

En die scènes mogen er zijn. Hitchcock regisseerde hier een paar
van zijn meest iconische momenten, inclusief één waarin Tippi
Hedren vast komt te zitten in een telefooncel terwijl de vogels
regelrecht tegen het glas crashen, en natuurlijk de aanval op de
schoolkinderen. Die laatste scène mag in elk filmgeschiedenisboek
gezet worden als ultiem voorbeeld van Hitchcocks beheersing van
zijn medium. Hij geeft ons een tergend trage set-up, waarin Hedren
buiten de lokale lagere school een sigaretje rookt terwijl ze op
één van de leerkrachten wacht. Op de soundtrack horen we de
kinderen binnen een repetitief liedje zingen, dat allengs een
zenuwslopend effect krijgt. Dan ziet Hedren dat het klimrek en de
andere toestellen in de speelplaats afgeladen vol zitten met
kraaien. Ze verwittigt binnen de leerkracht, die haar leerlingen
aanmaant rustig naar buiten te gaan. En dan, eens alle kinderen op
straat zijn en het hele publiek op het puntje van z’n stoel zit,
barst de aanval los. Hitchcocks timing (hij laat de kijker haast
ondraaglijk lang wachten) en zijn gebruik van geluid in deze scène
(het liedje) zijn effenaf perfect.

Het helpt sowieso dat ‘The Birds’ geen muziekscore heeft. Waar
zijn films doorgaans voorzien werden van erg nadrukkelijke Bernard
Herrmann-partituren die de trommels en trompetten geen seconde rust
gunden, horen we hier helemaal niets behalve natuurlijke geluiden.
Op die manier kan de regisseur de spanning opvoeren, simpelweg met
het geluid van flapperende vleugels en tappende pootjes. De finale
is daar een prachtig voorbeeld van: de hoofdpersonages verschansen
zich in het huis van Mitch en zijn moeder, waar ze alle ramen en
deuren dichtspijkeren om de vogels buiten te houden. Eens de aanval
begint, horen we meer dan we zien – we zien enkele individuele
vogels, maar we horen er duizenden, en die illusie werkt
wonderwel.

De visuele effecten mogen er nochtans ook zijn – naar huidige
normen is dit natuurlijk verouderd, maar ‘The Birds’ is gelukkig
ook geen geval genre ‘King Kong’, waarvan de effecten zodanig
achterhaald zijn dat de originele intentie van de film (mensen
schrik aanjagen) uit pure noodzaak werd verlegd naar: mensen doen
lachen. De effecten waren destijds ongezien, en blijven overtuigend
genoeg om ook vandaag het sérieux van de film geen kwaad
te doen.

Tippi Hedren was een ontdekking als Melanie. Voordien werkte ze
als fotomodel en had ze in een reclamefilmpje gezeten, dat was
alles. Voor haar debuut kreeg ze meteen een hoofdrol in een
Hitchcockfilm cadeau, en ze bewees ook direct dat ze die aandacht
waard was met een erg enigmatische vertolking, die steeds
suggereert dat er meer aan de hand is met Melanie dan ze aan de
mensen laat zien. Rod Taylor, op zijn beurt, is een stevige
all-American male lead, die het niet gewend was om naar
inhoudelijke dieptes te moeten gaan zoeken in zijn personage en dat
dan ook hier gewoon niet doet. Hij speelt het adequaat, maar
oppervlakkig. Jessica Tandy steelt echter (een beetje zoals
verwacht) de show met een medelevende vertolking van een eenzame
moeder die zichzelf een bitch heeft zien worden, of ze nu wou of
niet.

‘The Birds’ blijft één van Hitchcocks meesterwerken – een
doodeenvoudig verhaaltje dat inspeelt op zowat elke menselijke
primaire angst, een knappe psychologische subtext en in de hoofdrol
één van de regisseur z’n meest onderschatte blondjes. Wat wilt een
mens nog meer?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + 6 =