Torn Curtain

Na de kritische en commerciële flop die ‘Marnie’ was in 1964,
probeerde Alfred Hitchcock te bewijzen dat hij echt nog wel bij de
tijd was als filmmaker door zich eens te meer naar de actualiteit
wenden voor inspiratie. In de jaren veertig had hij een aantal
ultra-patriottische propagandafilms gedraaid over de Tweede
Wereldoorlog (‘Foreign Correspondent’, ‘Saboteur’), met (voor hem)
uitstekende resultaten: de films waren hits en lieten zich verkopen
als thrillers over het hier en nu, actueler dan actueel. Nu, meer
dan twintig jaar later, was de Koude Oorlog in volle gang en
probeerde hij iets gelijkaardigs te doen: een thriller maken die
inspeelde op de westerse paranoia omtrent het Oostblok. Hij slaagde
gedeeltelijk in zijn opzet: met Paul Newman en Julie Andrews
(allebei hotter than hot op dat moment) in de hoofdrollen
en een onderwerp waar zowat de hele wereld van wakker lag, werd
‘Torn Curtain’ de kaskraker die Hitchcock nodig had om zijn
carrière een nieuwe boost te geven. De critici keerden
zich echter nogmaals van hem af: de regisseur werd bekritiseerd als
ouderwets, een oude aap die nog steeds dezelfde smoelen trok
terwijl de rest van de dierentuin al lang andere trucjes had
geleerd. Achteraf bekeken, en gezien in de context van een oeuvre
dat inderdaad jarenlang dezelfde stijl aanhield, is ‘Torn Curtain’
inderdaad lang niet Hitchcocks beste werk, maar wel een
onderhoudende thriller met enkele segmenten die er met kop en
schouders bovenuit steken.

Paul Newman speelt professor Michael Armstrong, een
wetenschapper die samen met zijn vriendin Sarah (Julie Andrews)
naar Kopenhagen reist om er een conventie bij te wonen. Tot Sarah’s
verbazing maakt Michael echter van die gelegenheid gebruik om op
een vliegtuig te springen en over te lopen naar Oost-Berlijn.
Michael had immers gewerkt aan een project rond nucleaire wapens,
dat door de Amerikaanse overheid was stilgelegd. Uit wrok loopt hij
nu over naar de andere kant van het ijzeren gordijn, met Sarah (dik
tegen haar zin) in zijn kielzog, om zijn werk af te maken. Al snel
blijkt echter dat niets is wat het lijkt: Michael is eigenlijk een
dubbelspion voor de Amerikanen, die pretendeert over te lopen om
cruciale informatie uit een Russische wetenschapper te krijgen.

Het gebruik van de Koude Oorlog als onderwerp was misschien een
manier van Hitchcock om publiek te lokken met een scenario dat
inspeelde op de actualiteit, maar als regisseur was hij nog steeds
een gewoontedier, dat zijn vak had geleerd in een vroeger tijdperk
en nu steeds nadrukkelijk opbotste tegen een nieuwe stijl van
filmmaken waar hij niets mee te maken had. ‘Torn Curtain’ was
Hitchcocks vijftigste film, gemaakt toen de man 67 jaar oud was en
al 43 jaar in het vak zat. Toen critici van ‘Torn Curtain’ zeiden
dat het een ouderwetse film was, hadden ze dus niet alleen gelijk,
maar zelfs onvermijdelijk gelijk. Terwijl er een jonge garde
opstond die personages belangrijker vond dan plot, bleef Hitchcock
iemand voor wie de personages enkel middelen waren om de plot in
werking te zetten. Als die personages interessant waren op
zichzelf, was dat mooi meegenomen, maar het was niet zijn eerste
prioriteit (behalve, misschien, in ‘Vertigo’). Terwijl jongere
regisseurs volop voor realisme gingen met uitgebreid gebruik van
echte locaties, verkoos Hitchcock het comfort van een studio, met
als gevolg dat achtergronden en sets er vaak opvallend fake uitzien
(iets dat je nog aanvaardt in zijn films uit de jaren vijftig omdat
dat toen de normaalste zaak ter wereld was). Terwijl de jonge garde
steeds meer naturalisme in de dialogen introduceerde, met
personages die door elkaar praatten en zelfs gevloek, bleef
Hitchock formele dialogen gebruiken waarin de acteurs in mooie
volzinnen spraken en wachtten tot het hun beurt was. Kortom:
terwijl de jonge garde volop werkte om de filmgrammatica
vernieuwen, paste Hitchcock nog steeds zijn oude (indien niet
verouderde) stijl toe. Het valt makkelijk te begrijpen waarom
mensen hem dat kwalijk maken, maar de tussenliggende jaren en het
feit dat we ‘Torn Curtain’ nu meer kunnen zien als onderdeel van
een oeuvre, zorgt ervoor dat we, wat dat betreft, iets
toegeeflijker kunnen zijn.

Vooral omdat ‘Torn Curtain’ tijdens het eerste anderhalf uur
best wel een goed geconstrueerde thriller is. De personages zijn
niet echt diepgaand uitgewerkt, maar interessant genoeg om de
aandacht vast te houden, en de plot wordt aan een aardig tempo
ontwikkeld, zonder ooit z’n geloofwaardigheid te verliezen (oké, je
moet in een Hitchcockfilm altijd een paar onwaarschijnlijkheden
door de vingers zien, maar tot daar aan toe). Met Gromek (Wolfgang
Kieling), een ruige bodyguard die is ingehuurd om Paul Newman in de
gaten te houden na zijn aankomst in Oost-Berlijn, heeft Hitchcock
zelfs één van zijn betere schurken te pakken: een ranzig smeerlapje
die geen twee woorden kan zeggen zonder dat het als een dreigement
klinkt, en met zijn Duits accent (allicht bewust) herinneringen
oproept aan de nazi’s uit Hollywoodfilms. Een lange scène in een
boerderij, waarin Newman met hem moet afrekenen, is verreweg de
beste uit de film, en kan zonder moeite naast de beste momenten uit
Hitchcocks carrière gaan staan.

Het probleem is alleen dat ‘Torn Curtain’ nooit die scène weet
te overtreffen. Tegen de tijd dat ze gedaan is, is de film
nauwelijks halverwege en al de rest komt dan ook over als een soort
van anticlimax. We krijgen geen nieuwe slechterik met dezelfde
dreiging of evenveel panache als Gromek, en hoewel er nog aantal
sterke suspensescène volgen, kan niets het gevecht tussen hem en
Newman evenaren. Tijdens de derde akte verandert het verhaal in
principe in een lange achtervolgingssequens, waarin Newman en
Andrews proberen om veilig terug naar het westen te raken. Een
busrit die ze daarvoor ondernemen, georganiseerd door een
pro-westerse ondergrondse organisatie, is goed geconcipieerd en
bevat een aantal spannende momenten, maar wordt te lang
uitgetrokken, zodat hij zijn doel voorbijschiet. Enfin: ‘Torn
Curtain’ is een film die zijn hoogtepunt veel te vroeg bereikt, en
daarna een aantal keer probeert om opnieuw hetzelfde niveau te
bereiken, zonder er in te slagen.

Paul Newman had naar verluidt een moeilijke relatie met
Hitchcock op de set, ook als gevolg van de veranderende tijden.
Newman was een method acteur, die aanzienlijke inbreng
verwachtte in het scenario en continu op zoek was naar zijn
motivatie. Hitchcock was een technisch regisseur, die vooral van
zijn acteurs verlangde dat ze luisterden en niet lastig deden.
Volgens een populaire legende zei hij ooit tegen een acteur: ‘Je
motivatie in deze scène? Je wordt toch betaald, of niet?’ Geen
wonder dus dat die twee met elkaar botsten, maar Newman weet wel
een knappe intensiteit in zijn rol te leggen – hij is een
leading man, in de ware zin van het woord, iemand met
voldoende charisma om zelfs in een middelmatige film de kijker vast
te grijpen en mee te slepen. Dit in tegenstelling tot Julie
Andrews, die net ‘Mary Poppins’ en ‘The Sound of Music’ had
gemaakt, en dringend van haar imago als zingende kinderjuf af wilde
door mee te spelen in een ernstige thriller. Helaas heeft ze niet
de geloofwaardigheid om haar rol aannemelijk te maken. Andrews kon
zingen en sympathiek wezen als de beste, maar dramatische kracht in
een rol leggen was nog iets anders. Haar vertolking hier is
oppervlakkig en suggereert nergens dat Sarah misschien een eigen
willetje of zelfs maar een geestesleven heeft, buiten het achterna
lopen van haar man.

‘Torn Curtain’ is een misser die hier en daar aantoont wat hij
had kunnen zijn onder andere omstandigheden. Je merkt dat er talent
achter schuilgaat, en alleen al het gevecht met Gromek maakt de
prent de moeite van het bekijken waard, maar wat je hier wel op een
pijnlijke manier gewaar wordt, is dat je zit te kijken naar een
grootmeester op zijn retour.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + achttien =