Zabriskie Point

Het kan verkeren, moet Michelangelo Antonioni hebben gedacht toen hij de reacties op zijn Amerikaanse debuut te horen kreeg. Zijn eerste Engelstalige film, het in Londen gedraaide Blow-Up, was zowel kritisch als commercieel een doorslaand succes geweest, en was op het Filmfestival van Cannes met de Gouden Palm gaan lopen. Metro Goldwyn Mayer, de studio die Blow-Up had verdeeld, achtte de tijd rijp om de Italiaanse regisseur een film in de Verenigde Staten en over de Verenigde Staten te laten maken, en in 1970 kwam uiteindelijk Zabriskie Point uit. Antonioni’s bespiegeling over Amerikaanse studentenprotesten was commercieel echter een gigantische flop, en werd vrijwel unaniem neergesabeld door de critici. In Europa was de tendens minder negatief dan aan de andere kant van de oceaan, maar het heeft nog lang geduurd vooraleer de film de erkenning heeft kunnen krijgen die hij verdiende. Hoewel dit zeker niet het beste hoofdstuk is uit Antonioni’s carrière, blijft Zabriskie Point meer dan veertig jaar na zijn release meer dan ooit overeind staan.

De plot, of wat daarvoor moet doorgaan, draait rond Mark (Mark Frechette) en Daria (Daria Halprin). Hij is een voormalige universiteitsstudent, die weinig moet weten van alle (pseudo-)revolutionaire protesten waarin zijn kamergenoot en diens vrienden betrokken zijn, omdat ze te veel met idealen en te weinig met actie bezig zijn – hij wil wel sterven voor de goede zaak, zegt hij, maar niet uit verveling. Zij is de secretaresse van een succesvol makelaar (Rod Taylor), van wie wordt geïnsinueerd dat zij de minnares is. Ze ontmoeten elkaar in de woestijn van Death Valley, California: hij is op de vlucht omdat hij wordt verdacht van de moord op een politieagent, zij is op weg naar een zakendeal in Phoenix, en samen ontvluchten ze heel even de richtingloze verveling van hun eigen leven.

Dat klinkt op zich als een behoorlijk typische Antonioni-film – zeker nu je de film ook kan bekijken in het licht van het vijf jaar jongere The Passenger – en een van de meest logische verklaringen voor de kritiek die Zabriskie Point te verduren kreeg, is waarschijnlijk dat hij niet als dusdanig gepromoot werd. De meeste mensen die naar de film gingen kijken, verwachtten zich aan een politiek bewogen manifest over de studentenprotesten die in de late jaren ’60 schering en inslag waren, maar in de plaats daarvan kregen ze een trage, grotendeels plotloze film waarin de motieven van de personages zelden duidelijk worden en van elke nobele vorm van idealisme gespeend lijken. Antoniennui blijkt niet voor iedereen weggelegd.

Nochtans is de opwaardering van de film in de decennia na zijn release grotendeels toe te schrijven aan de aanwezigheid van de typische Antonioni-thema’s – wat anders waarschijnlijk een ietwat gedateerd overblijfsel van de popcultuur van de jaren ’60 was geworden, wordt hier voorzien van een grotere context die de trends uit die periode moeiteloos overleeft. Wie naar Zabriskie Point kijkt, ziet dan wel duidelijk een film van z’n tijd, maar de prent heeft de tand des tijds wel zonder al te veel problemen kunnen doorstaan, doordat de thematiek van de film niet al te veel van z’n relevantie heeft verloren.

Het sterkste stuk van de film is dan ook de hele sequentie in de woestijn, nabij Zabriskie Point. Niet alleen komt de doelloosheid van de twee hoofdpersonages daar het sterkst naar voren – het gaat tenslotte om een woestijn – maar het is ook daar dat Antonioni zich ten volle kan uitleven met weidse landschapscomposities. De eerste en derde akte van de film spelen zich grotendeels af in Los Angeles, en het camerawerk wordt door die stedelijke omgeving wat ingeperkt, zo lijkt het wel. Tijdens de scènes in de woestijn moet die nerveuzere stijl echter weer plaatsmaken voor vintage Antonioni-cinema, en ’s mans isolerende composities worden eens te meer benadrukt door de widescreen-beeldverhouding van de film.

Komt daar nog bij dat er ook enkele opvallende montagesequenties in de film zitten, zoals de stream of consciousness van Daria aan het einde van de film en vooral de woestijn-orgie halverwege. Je moet het zien om te geloven: een seksscène tussen de twee hoofdpersonages wordt verbeeld in een montage van naakte, stoffige lichamen die met elkaar vrijen in de woestijn van Californië – het is eens wat anders dan de keukentafel. Het resultaat is erg bevreemdend, maar ook opvallend poëtisch, zeker voor Antonioni’s doen.

Eén van de veelgehoorde kritieken die Zabriskie Point nog werden aangewreven, ten slotte, was het niveau van de prestaties van Mark Frechette en Daria Halprin, en toegegeven, daar kunnen we wel een beetje inkomen. De personages in Antonioni’s films zijn nooit van het kaliber geweest waarmee het kruim van de Amerikaanse cinema gewoonlijk uitpakt (en dat bedoelen we niet als kritiek), dus het publiek uit de States zal het sowieso moeilijk hebben gevonden om voeling te krijgen met Mark en Daria, maar geen van beide acteurs is echt in staat om die kloof te dichten. Niet dat er effenaf slecht geacteerd wordt, maar je voelt toch dat Frechette en Halprin, die beiden weinig of geen acteerervaring hadden (en achteraf ook weer verdwenen in de vergetelheid waar ze vandaan kwamen), niet over de kwaliteiten beschikken om Zabriskie Point naar een hoger niveau te tillen. Halprin zag dat zelf trouwens als de voornaamste reden voor het floppen van de film, en liet zich ietwat gefrustreerd uit over de vaagheid van Antonioni’s acteeraanwijzingen.

Aan het einde van de rit blijft Zabriskie Point echter een ietwat onterecht vergeten film in het oeuvre van Michelangelo Antonioni. Toegegeven, tussen twee onvervalste toppers als het fantastische Blow-Up en het ondergewaardeerde The Passenger is het logisch dat de film in hun schaduw blijft staan, maar dat neemt niet weg dat ook Zabriskie Point het recht heeft om bijna een halve eeuw later nog steeds bekeken te worden. De soundtrack, met muziek van Pink Floyd, The Grateful Dead en Roy Orbison krijgt u er gratis bij.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + 13 =