Babylon A.D.







‘Life’s a bitch and then you die,
met die generische levensfilosofie probeert brombeer Vin Diesel
voice-overgewijs zijn actiecarrière uit het slop te sleuren. De
boom van een vent die een paar jaar geleden nog bestempeld werd als
‘the next Ahnuld’ heeft zijn oldskool trademarks nog eens
opgeblonken om de terugkeer te vieren: zijn diepe baritonstem zorgt
net niet voor barsten in de muren, terwijl zijn schouders nog
altijd breed genoeg om er de ring van Brussel, Antwerpen en
Kortrijk op te leggen. Maar hoe potent de Dieselpower ook mag
draaien, veel maakt het niet uit wanneer de mastadont met
pretoogjes zijn ding moet doen in een film die op voorhand al
verloren was. Het postapocalyptische ‘Babylon A.D.’, gebaseerd op
‘Babylon Babies’ van Maurice G. Dantec, is een rommelige B-versie
van het superieure ‘Children of Men’ en draagt duidelijk de
littekens van een moelijk productieproces. Goedkoop ogende
actiescènes werden gemonteerd als adhd-videoclips, een schizofrene
toon laat de acteurs verdwaasd zoeken naar een houvast en naar het
einde toe worden zelfs volledige filmspoelen overgeslagen om er
toch maar een compleet onbevredigend einde aan te plakken. Het
ergste van al? Regisseur Mathieu Kassovitz, die ons in een vorig
leven van ons gat blies met ‘La Haine’, lijkt zijn titel van ‘ de
nieuwe Scorsese’ voorgoed te hebben ingeruild voor die van ‘de
nieuwe Luc Besson’. Grote ouch.

De niet zo verre, maar toch ook niet zo dichte toekomst. De
natuurlijke bronnen zijn uitgeput, overal woeden er burgeroorlogen
en steden zijn getransformeerd in massale vluchtelingenkampen. Vin
‘mercy is for the weak!’ Diesel speelt Toorup, een
korzelige huurling die zich gedeisd en stoer houdt in een half
vernield Oost-Europa. Hij wordt opgezocht door een zekere Gorsky
(Gérard Depardieu met de neus van Nicole Kidman uit ‘The Hours’),
die hem inhuurt om een mysterieuze fraulein (Mélanie Thierry met
het enfant sauvage-smoeltje van Milla Jovovich uit ‘The Fifth
Element’ ) over de oost-westgrens en naar New York te brengen.
Toorup aanvaardt de klus, maar bewaart zijn koppige imago door
eerst een handvol harde oneliners aan de nepneus van Gorsky te
hangen. Geholpen door zuster Rebecca (Michelle Yeoh ), trekt Toorup
met het Arische wicht door de gevaarlijke post-USSR-gebieden die
zich vooral laten kenmerken door druilerig weer, louche smoelwerken
en op techno-en metalgeluiden georganiseerde kooigevechten. Maar
wanneer de gewetenloze Toorup de ware toedracht achter zijn
opdracht ontdekt, moet hij een keuze maken die wel eens – heel
misschien – het lot van de wereld kan veranderen. ‘t Zal je maar
gebeuren…

Kassovitz mag ‘Babylon A.D.’ dan wel ‘zwaar kut’ vinden omdat de
studio de controle overnam na budgetmiserie en andere productie- en
locatie-ergernissen, maar eigenlijk begint deze postapocalyptische
mishmash behoorlijk stevig. De asfaltkauwende voice-over
van Diesel suggereert een dreigend sfeertje, de op pulserende
hiphopbeats voortgedreven begingeneriek doen zelfs heel even denken
aan de rauwe banlieuscènes uit ‘La Haine’ en de gritty
stilering werkt als een soort eurotrashversie van een John
Carpenter-film. Ok, het is allemaal een regelrechte rip-off van
Cuarons ‘Children of Men’, maar het heeft wel iets, ook al
ontbreekt elk sociaal-relevant kader dat eigen is aan volwaardige
dystopische visie. Een legerhelicopter die de auto van Toorup over
de grens slingert met een bulderend sovjetkoortje op de klankband.
Toorup die tijdens het slurpen van een wijntje aangevallen wordt op
zijn onderduikadres. Een smokkelduikboot die oprijst uit een
eindeloze ijsvlakte, terwijl vluchtelingen zich hulpeloos
vastklampen aan het metalen beest. Allemaal coole beelden en
stijlvol in beeld gezette scènes, die duidelijk in elkaar werden
geflanst toen alles nog peis en vree was op de getroebleerde
set.

Een klein uurtje houdt Kassovitz dat vol. Vanaf dan wordt
‘Babylon A.D.’ een rommelig hak-op-de-tak-filmpje waarin de actie
steeds chaotischer overkomt, de computereffecten alsmaar fletsere
money shots opleveren en de nonsensicale plot steeds
onnozeler wordt en grotere gaten achterlaat. Een actiescène in een
industrial getint oostblokdiscotheekje lijkt wel
weggelopen uit een film van Paul W. Anderson, de achtervolging met
de jetski’s is even een poging om de James Bond (of moet dat ‘xXx’
zijn?) uit te hangen en wanneer de held en zijn dames eindelijk
arriveren in een orgie van lichtreclames die New York van de
toekomst moet voorstellen, kan je alleen maar respect opbrengen
voor het visueel veel sterkere ‘Blade Runner’. Maar het wordt pas
echt huilen met de pet op wanneer de overacterende Charlotte
Rampling – wat doet zo’n actrice in dit soort film? – opdraaft als
de leider van één of andere religieuze sekte en er een kwak
mythologie (iets met de Messias, artificiële intelligentie en een
commercieel uitgebuit mirakel, I shit you not) over het
boeltje wordt gesmeerd. Op dat moment zit ‘Babylon A.D.’ op een
punt dat je bijna heimwee krijgt naar het gekrijs van Chris Tucker
uit die alsmaar verwanter wordende futuristische sci-fiprent van
die andere Franse regisseur die steeds grotere crap begon te
draaien.

‘Babylon A.D.’ start als een opgefokte versie van ‘Children of
Men’, maar laat de moody attitude al snel vallen voor
futuristische stompzinnigheid die gevaarlijk hard op ‘The Fifth
Element’ begint te lijken. Een vermoeide en gestoppelde Vin Diesel
doet wat hij kan – diep grommen en intimiderend in of naast de
camera loeren – maar voor de rest is dit een derivatieve
genrehutsepot die eerder thuishoort op de laagste rekken van de
videoboer dan op het grote scherm.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 3 =