The Snapper







Roddy Doyle is tijdens de voorbije twee decennia min of meer
uitgegroeid tot de ultieme Ierse volksschrijver. Met zijn eerste
romans, de zogenaamde Barrytown Trilogy die bestaat uit ‘The
Commitments’, ‘The Snapper’ en ‘The Van’, toonde hij zich
ogenblikkelijk een auteur met een groot inzicht in het leven, de
mentaliteit en het taalgebruik van de arbeidersklasse in het
noorden van Dublin (Barrytown is een fictieve wijk in de Northside,
waar alle drie de romans zich afspelen). Nadien volgde zo mogelijk
nog beter werk, waaronder ‘Paddy Clarke Ha Ha Ha’ en ‘The Woman Who
Walked Into Doors’ – allemaal boeken die zich onderscheidden door
hun meelevende, milde, humoristische maar nooit neerbuigende blik
op hun personages. Doyle werd min of meer een nieuwe James Joyce,
maar dan met heel wat minder pretentie – net als zijn bekendste
Ierse literaire voorvader vertelde hij verhalen over doodgewone
mensen die stommiteiten uithaalden, werkten, vloekten, scheten en
vreeën, maar dan wel in een taal die even volks was als de
personages, en waarvoor je geen drie universitaire diploma’s nodig
had om het te kunnen volgen. Verfilmingen van zijn werk bleven niet
lang uit: in 1991 maakte Alan Parker ‘The Commitments’, wat zo’n
onverhoopt succes bleek te zijn dat twee jaar later ‘The Snapper’
volgde, ditmaal geregisseerd door Stephen Frears (die in 1996 ook
nog ‘The Van’ zou maken).

Het verhaal draait rond de twintigjarige Sharon Curley, die
samen met haar ouders en een vijftal broers en zussen in een veel
te kleine arbeiderswoning in Barrytown woont. Op een dag heeft ze
een onverwachte mededeling voor haar vader en moeder: ze is zwanger
en wil niet zeggen wie de vader is. Haar eigen oudeheer, de
opvliegende maar goedbedoelende Dessie (een schitterende Colm
Meany), is ongeveer vijf minuten lang ongelooflijk gechoqueerd, om
vervolgens met zijn dochter een pint te gaan drinken. De tamtam van
de buurt doet echter al snel zijn werk: er wordt onder de buren, in
de pubs en in de supermarkten druk gespeculeerd over wie de vader
van de ongeboren spruit is, en dat legt na verloop van tijd een
serieuze druk op het gezin Curley.

Als plot stelt dat niet zoveel voor – Roddy Doyle en Stephen
Frears geven ons een milieuschets, waarin de zwangerschap van
Sharon weinig meer is dan een excuus om een lange, scherpe blik te
bieden op het gezin Curley en de wijk waarin ze wonen. Grote
dramatische confrontaties blijven uit en we krijgen ook geen plotse
wendingen in de intrige, omdat al die dingen, die we nochtans
gewend zijn uit de (vooral Amerikaanse) cinema, niet ter zake doen.
Waar het echt over gaat, is de levensstijl dat een gezin er op
nahoudt als ze met een man of tien in een klein huisje moeten
wonen, waar je nooit een seconde alleen bent en er altijd het
lawaai van jennende kinderen in de lucht hangt. Waar het
plaatselijke café een cultureel en sociaal centrum is – iedereen
treft er elkaar, iedereen kent er elkaar, want waar zou je anders
naartoe moeten? En waar iedereen, anno 1993, nog steeds is blijven
hangen in de late jaren tachtig (jeansvestjes en gigantische
kapsels ahoi!). Doyle en Frears kennen dit soort mensen – zeker
Doyle, die zelf in dat milieu is opgegroeid – en ze geven over de
loop van het verhaal een treffende maar milde schets van hun leven.
En dat is de enige intentie die de filmmakers hebben (het is dan
ook meer dan genoeg) – om dat te bereiken, is het voldoende om een
uitgangspunt, een basissituatie te hebben, die als rode draad voor
de handeling kan dienen.

‘The Snapper’ draait in principe rond het hele gezin Curley,
maar concentreert zich toch sterk op de relatie tussen vader Dessie
en zijn dochter Sharon, die er één lijkt te zijn van tough
love.
Dessie profileert zichzelf als de archetypische ruwe
bolster met een blanke pit, die zijn kinderen graag ziet en voor
hen vecht als het nodig, maar hen ook regelmatig een trap onder hun
kont geeft. Het valt op hoe evenwaardig ouders en kinderen zich
tegen elkaar opstellen: ze gaan samen naar de pub om er een
Guinness achterover te slaan, ze roken samen, vloeken samen en
wanneer de volgende ochtend één van zijn kinderen kokhalzend naar
de wc loopt om zijn kater van de vorige nacht er uit te kotsen,
reageert Dessie laconiek: “Da’s blijkbaar een zwaar avondje
geweest”. In de doorsnee Amerikaanse film zouden zowel ouders als
kinderen binnen de kortste keren bij een gezinstherapeut zitten,
mocht er zoiets gebeuren. Naarmate de film vordert, legt Dessie
zijn mannelijke reserves opzij en laat hij zichzelf toe om
emotioneel betrokken te raken bij de zwangerschap van zijn dochter
– wat ze ook heeft uitgestoken en onder wat voor omstandigheden de
baby dan ook verwekt werd, ze blijft zijn dochter. Hij haalt een
boekje in huis en vraagt vervolgens, met vertederende
onbeholpenheid, aan Sharon of ze geen last heeft van krampen.
Sharon zegt van niet, en let dan op de manier waarop Colm Meany
zijn reactie speelt. Hij is op dat moment een vader die probeert om
zich in te leven in de wereld van zijn dochter en heeft gefaald –
hij wou haar toch zó graag advies geven over haar krampen, en nu
blijkt ze die niet te hebben. Hij slikt zijn teleurstelling, zegt
“oké dan” en druipt af. Op dat moment is hij waarschijnlijk de
meest liefdevolle vader die een dochter zich kan wensen.

En het is van dat soort kleine, menselijke observaties dat de
hele film aan elkaar hangt. ‘The Snapper’ wordt als komedie
geklasseerd, maar geloof vooral niet dat het een traditionele
lachfilm is die vol zit met one-liners of specifiek komische
situaties. De humor die er in zit is, om het maar even hoogdravend
te zeggen, de humor van het leven. We krijgen geen klassieke set-up
en punchline van een grap, maar gewoon geestige reacties op
geloofwaardige situaties zoals mensen die elke dag meemaken. ‘The
Snapper’ is een tranche de vie, gemaakt door mensen die
zich realiseren dat het leven misschien veel miserie bevat, maar
die ook wijs genoeg zijn om te weten dat de meeste mensen zich er
echt wel doorheen werken – met onder andere hun gevoel voor humor
als wapen.

Colm Meany en Tina Kellegher leveren een schitterende
chemistry als vader en dochter – mensen die het niet
gewend zijn om te zeggen wat ze echt voelen, en die al helemaal
geen affectie kunnen uitspreken. Hun liefde voor elkaar komt er op
een onhandige manier uit, alsof ze van alles tegen elkaar zouden
willen zeggen, maar de woordenschat niet hebben om het te doen.
Meany en Kellegher spelen die gevoelens perfect. De nadruk die er
op hun relatie wordt gelegd, gaat wel gedeeltelijk ten koste van de
andere personages, die er minder sterk uitkomen – vooral de moeder
van Sharon weet nooit echt een stempel op het verhaal te
drukken.

‘The Snapper’ is en blijft echter een warme, herkenbare komedie die
lijkt te weten hoe mensen zich echt gedragen en wat ze echt voelen
– ook al zeggen ze soms iets anders. Veel te weinig gezien en veel
te moeilijk te vinden, is deze toch de moeite waard om op te
sporen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + 15 =