Made Out Of Babies :: The Ruiner

Er is een goede beenhouwer aan ons verloren gegaan. Na het beluisteren van Trophy en Coward kwamen we al tot die conclusie, en met het derde album van dit kwartet is het weer van dat. Made Out Of Babies maakt moeilijke en lelijke muziek, maar met dolle furie die aanstekelijk werkt. Bloedlust, daar zijn geen Satanische boodschappen voor nodig.

Vooral het door Steve Albini opgenomen Coward was een kopstoot van jewelste, een ziedende muilpeer die de rock tot zo’n visceraal niveau wist te brengen dat de opwinding die eruit geput kon worden de schampere aandachtskreetjes van zo veel hedendaagse bands even op hun plaats zette. Het was een call-to-arms, een oproep om rock te voorzien van een nieuwe vitaliteit en emotionaliteit, inclusief de onbesproken kantjes, de smeerlapperij. Die boodschap viel grotendeels in dovemansoren (sommige mensen luisteren hele dagen naar Belle & Sebastian en blijven halsstarrig doen alsof hun neus bloedt), maar zij die moeite investeerden werden beloond en kregen meteen een nieuwe partner in hate.

MOOB bewees zijn wispelturigheid door de samenwerking met Steve Albini stop te zetten en heil te zoeken in het gezelschap van producer Andrew Schneider (die vorig jaar nog Visqueen van Unsane verzorgde) en door het veilige Neurot-label in te ruilen voor The End, niet alleen thuisbasis van ander moeilijk volk als Sleepytime Gorilla Museum en Voivod, maar ook The Gathering en Finse trollenroedel Lordi. Het getuigt van een perversiteit die de band prima past en mocht u twijfelen aan de intenties, we kunnen garanderen dat alles eigenlijk bij het oude gebleven is: MOOB maakt nog steeds heftige, ietwat cerebrale noiserock die tegelijkertijd persoonlijk en afstandelijk klinkt en met frontvrouw Julie Christmas beschikt over een unieke troef.

Als er een naslagwerk verschijnt over vrouwen in de rockwereld, dan verdient Christmas op basis van haar werk met Made Out Of Babies en Battle Of Mice (hunA Day Of Nights was nog onze #5 van 2006) alvast een prominente stek. Weinig van haar collega’s zijn er immers in geslaagd om de heren het nakijken te geven op hun terrein, dat van het lawaai, gebrul en muzikale extremisme. Haar teksten zijn doorgaans te cryptisch om een touw aan vast te knopen, maar er zijn meer dan voldoende verwijzingen naar geweld, misbruik en waanzin om ervan uit te gaan dat Christmas een intens geval is. En zingen? De zwoele sensualiteit heeft ze sinds Coward onder de knie, maar net zo vaak gaat het om geschifte chaos die zich uit via kinderachtig gekir (en hoor hoe ze een Björk doet tijdens opener “Cooker”), rauw geschreeuw en ronduit hysterisch gekeel. We vermoeden dat haar stembanden na een tournee iets hebben van op sterk water gezette walnoten.

Met Christmas beschikt de band over een kapitein aan het roer die een groot stuk van de aandacht opeist, maar de drie heren laten zich evenmin onbetuigd. Door de iets minder botte productie komt de strakheid en originaliteit van het gitaarwerk beter uit de verf en krijgt de ritmesectie een gestroomlijnde kracht mee die de muziek even sterk voortstuwt. “Cooker” laat de band horen op een bombastisch hoogtepunt, met verwrongen gitaren, op elkaar gestapelde zanglijnen en een schuimbekkende furie die haast zes minuten wordt aangehouden. Gelukkig beseft de band dat het geen nut heeft om dat parcours gedurende een heel album aan te houden. Met “Grimace” wordt conventioneler terrein betreden en het middenstuk dat er op volgt is de best gedoseerde en meest overtuigende Made Out Of Babies die we al hoorden.

“Invisible Ink”, dat met één been in de vroeg jaren negentig staat, toont de band op zijn makkelijkst, met afgemeten riffs, een duidelijke structuur en vooral een Christmas die zichzelf overtreft zonder volledig in het rood te gaan. Het bewaart de hardheid, maar combineert het met een nieuwe toegankelijkheid. Tien van deze songs zouden een hit opleveren. Tien van die songs is ook wat MOOB nooit zou maken. In plaats daarvan: “The Major”, met een hypnotiserende parlando van Christmas en een break die Neurosis zou bevallen, het beknopte “Buffalo”, dat een spelletje akoestisch vs. electrisch tot een explosief hoogtepunt weet te brengen, en albumhoogtepunt “Bunny Boots”, een perfect uitgevoerde afbraakoefening die toont dat contrastwerking soms veel straffere resultaten oplevert dan een voet die niet van het pedaal komt.

Daarna lijkt het even alsof de band z’n kruit verschoten heeft, al kan dat ook te maken hebben met de inspanning die gevergd wordt van de luisteraar (misschien zijn wij wel verwijfd?). Met hun hard/zacht-spelletjes en ongewone lengte zijn twee van de drie afsluiters zware kost (“There’s nothing they can do to her/that hasn’t been done before/but it’s sweet they try”, luidt het nog in “Stranger”). Het tussenliggende “Peew” is dan weer de band op z’n bruutst: uitzinnig, een uitnodiging tot geweld. Het mag duidelijk zijn: Made Out Of Babies is een betere band geworden, maar doet nog steeds niet aan toegevingen. The Ruiner is de derde bastaardzoon, de derde slag in het gezicht van de laffe gemakzucht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − 2 =