Shearwater :: Rook

Het gaat goed met Shearwater. Zo goed zelfs dat frontman Jonathan Meiburg ontslag moest nemen bij Okkervil River om zich volledig op zijn eigen band te concentreren. Het nieuwe Rook is de eerste plaat voor het grote indielabel Matador en straks mag de band ook mee als voorprogramma van Coldplay.

Met dat opstappen uit Okkervil River komt een eind aan de innige verstrengeling tussen twee van de strafste Amerikaanse bands van het moment. Het succes van beide acts maakte het voor respectieve frontmannen Meier en Will Sheff onmogelijk om nog tijd uit te trekken om in elkaars groepjes te spelen. Ook artistiek lijken ze een andere kant op te gaan. Tegenover het erg catchy The Stage Names van Sheff plaatst Meiburg het erg ingetogen Rook.

Het zal dus even slikken zijn voor de Coldplayfans die vroeg afkomen om het grote gebaar en de holle pathos van Chris Martin van een heerlijk dichte eerste rij te kunnen meemaken. Op Rook kiest Shearwater resoluut voor het understatement en laat het de exuberantie van voorganger Palo Santo ver achter zich. Het maakt dat de plaat geen gemakkelijke dobber is: slechts langzaam toont zich de schoonheid van de minutieus in elkaar gezette nummers die twijfelen tussen country, folk en rock.

Zelfs als opener "On The Death Of The Waters" een noise-uitbarsting kent, gebeurt dat nog met een precisie die tot op de seconde telt en klinkt die bovendien absoluut niet vuil. Waar het Shearwater om gaat is een bijna cleane benadering van zijn rijke americana. Zo wordt de onderhuidse spanning in "Leviathan, Bound" nooit tot een kookpunt gebracht, maar wordt het vuur enkele seconden ervoor afgezet; met een laatste afkoelend zanglijntje wordt het gevaar afgewend.

Ook Meiburg houdt zich in: slechts één keer horen we de alle kanten uitschietende zang van Palo Santo. Dat gebeurt in het heerlijk felle "Century Eyes" dat Rook halverwege uit een dreigende lethargie schudt met een galmend refrein. Het is nodig, want bij momenten klinkt Rook bijna té netjes, té beleefd en gaat daardoor ook een tikje vervelen. Dat maakt dat een song als "I Was A Cloud" wat gezapig aantokkelt zonder de zweem van emotie die het pakkend zou kunnen maken. Soms mág het ietsje meer zijn.

Toch is er ook heel wat moois te ontdekken op Rook. Het dramatische "The Snow Leopard" bijvoorbeeld, of het op een gezellige banjo drijvende "Rooks". De heldere productie van Meiburg zorgt er overigens voor dat de vele instrumenten — van vibrafoon over lapsteel tot blazers — die het geluid bepalen elk hun plaats krijgen in de mix. De zingende zaag van "South Col" krijgt zo ook alle ruimte om een spookachtige sfeer te scheppen.

Afsluiter "The Hunter’s Star" is nog even bloedmooi, maar dan is het gedaan: met zijn nog geen veertig minuten is Rook kort genoeg om voorbij te zijn voor de verveling toeslaat. In der Beschränkung zeigt sich der Meister, en nu Meiburg toch voor zachtjesaan ging, kon dat er ook nog wel bij. Rook is een mooi plaatje, maar het had niet veel langer moeten duren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 + twintig =