”Show me what you got” :: SPOT 2008 en het showcase-fenomeen

Een keer per jaar wordt Arhus in Denemarken het mekka van de muziekindustrie. Dan stelt het kruim van de Deense muziekscene zichzelf aan de wereld voor, in de hoop dat die wereld hen daarna welwillend eens bij hen thuis zal uitnodigen. Goddeau vervoegde ons Vaderlandse persgild en deelde in het SPOT-gevoel: “Ik voel me een Japanner die Europa in één dag probeert te zien.

Met zijn verdeelde markten is Europa een harde dobber om te kraken voor de artiest die niet de kracht en de macht van het getal van de Angelsaksische markt en pers achter zich heeft. Land per land dient veroverd, en elk daarvan heeft zijn eigen publiek met zijn eigen voorkeuren. Om het allemaal wat gemakkelijker te maken schiep God het showcase-festival: een kermis van netwerkdiners, recepties en vooral véél optredens voor een publiek dat grotendeels bestaat uit journalisten en industriemensen.

Elke zichzelf respecterende markt heeft er wel één: Frankrijk heeft MIDEM, Duitsland Popkomm en in Nederland kun je elke januari naar Eurosonic/Noorderslag. Eén van de grootste en bekendste is echter het Deense SPOTfestival waar elk jaar het kruim van de Deense muziek zichzelf aan de internationale pers voorstelt. En met resultaat: het is hier dat Rolling Stone-journalist David Frcke The Raveonettes ontdekte en een jaar later Under Byen. Zijn lovende commentaar betekende voor de groepen de start voor een succesvolle internationale carrière.

Denemarken is dan ook één van de landen die zijn zaakjes op dat vlak het beste voor elkaar heeft, zo getuigt dat succes ook: er is niet alleen overheidsorganisatie ROSA die jonge Deense bands helpt met het opzetten van buitenlandse optredens, er is ook MXD (Music Export Danmark) dat zich bezig houdt met de promotie van Deense groepen in de rest van Europa. Zij zorgen er ook elk jaar voor dat tal van buitenlandse media de weg naar dat SPOT vinden.

Veldwerk

Voor buitenlandse artiesten is de Scandinavische markt ook best interessant, en dus haalt SPOT voor haar openingsavond een aantal internationale gasten in huis. Nederlandse en Belgische acts als DAAU, Voicst en The Tellers dingen in Arhus naar de gunst van het jonge Deense publiek. In de mooie grote zaal van het imposante Musik Huset geeft An Pierlé present met een sterk en energiek concert.

“Eigenlijk doen we dit soort festivals niet vaak”, zegt Pierlé, “maar we willen met onze volgende plaat ook in Scandinavië voet aan de grond proberen te krijgen. Dit is veldwerk: mensen leren kennen die ons eventueel willen helpen. Zo hebben we altijd gewerkt: land per land iets proberen opbouwen: zo hebben we het laatste jaar veel in Duitsland gespeeld. Al zijn de optredens niet gemakkelijk: op dergelijke festivals zit je altijd met een publiek dat komt en weer gaat zodat je moeilijk hun aandacht weet vast te houden.”

Gunnar K. Madsen, festivaldirecteur, was in elk geval onder indruk van Pierlés optreden. “Ze is een echte artieste, zoals je er in de mainstream veel te weinig meer ziet”, klinkt het overtuigd. “Ik heb er al spijt van dat ik haar wat te laat heb geprogrammeerd zodat een deel van het publiek tijdens haar optreden vertrok.”

Toch gelooft Madsen dat Pierlé met haar muziek iets kan bereiken in Denemarken. “Haar muziek is poëtisch en krachtig, er moet zeker een Deens publiek voor haar zijn. Maar daar heb je naast een dosis geluk ook de juiste contacten voor nodig; dus ik hoop dat er wat volk aanwezig was in het publiek die haar willen helpen met distributie en promotie van haar plaat.”

Ook voor de Nederlandse Lucky Fonz III was spelen op SPOT een aangename ervaring. “Tot vanmiddag wist ik eigenlijk niet dat ik hier voor een grote hoop pers- en industriemensen ging spelen. Maakt ook niet uit; ik pas mijn set daar niet aan aan, een onbekend publiek ging het sowieso zijn. Dat maakt het wat moeilijker, maar ik gedij wel goed in zo’n uitdagende situaties. Nadien kreeg ik overigens best wel leuke reacties: een aantal mensen hebben me al hun kaartje toegestopt en willen me naar Kopenhagen of zelfs Spanje halen.”

Gericht investeren

Op een perslunch ontmoeten we Flemming Borby van het Deense Divine Records die toch bedenkingen heeft bij het showcase gegeven. “Uiteindelijk besteed je heel veel geld om een overdosis groepjes te laten spelen waarvan je hoopt dat er toch een pààr worden opgepikt. Mij lijkt het veel interessanter om gericht te investeren in een paar acts die potentie hebben. Zo doet ook de Franse overheid het: ik werk veel in Duitsland en daar zag ik ooit hoe voor één act een grote aanwezigheidscampagne in een grote muziekketen hadden betaald. Dat soort investeringen heeft veel meer zin dan Deense groepjes naar een Danish Music Night op Popkomm halen; meestal zie je die groepjes daarna nooit meer in Duitsland optreden.”

Het zou anders moeten, en Borby haalt het voorbeeld van Murder aan. “Zij mochten in Duitsland afgelopen lente het voorprogramma doen van Tindersticks; een gouden combinatie maar hun label daar had wel het geld niet om die aanwezigheid aan te vullen met een goeie promocampagne. Kijk, voor zulke dingen zou de Deense overheid beter geld uittrekken. Dan heb je dat geld veel beter besteed.”

”Onzin”, vindt Christian Hald-Buhl die met The Rocking Factory de promotie van Deense muziek verzorgt in Brussel. “Je kunt als overheid niet al je geld in één band of een paar bands steken. Dat is niet de bedoeling. Niet alleen rijst de vraag wie zou bepalen welke bands in aanmerking komen — je krijgt ongetwijfeld politieke spelletjes — het gaat ook in de tegen de geest van het beleid: je moet niet bepaalde bands steunen, maar een platform creëren waarop veel bands kansen krijgen.”

Presenteerblaadje

”Eigenlijk is zo’n showcasefestival net zo goed een zegen als een vloek”, vat labelbaas Christophe Elskens van Noisesome het SPOT-gevoel samen. “Het blijft een geweldige manier om heel veel groepen te leren kennen. Maar je mag er dan wel dingen ontdekken, net zo goed mis je geweldige groepen omdat je net ergens anders zit. Ik voel me soms als een Japanner die Europa in één week probeert te zien: je hebt nooit het geheel mee.”

Voor AB-programmator Kurt Overbergh is SPOT een ideaal moment om snel veel groepen te kunnen uittesten. “Er zijn enorm veel Deense bands, en dan is het handig dat iemand je alles op een presenteerblaadje aanreikt. Bovendien is er al een grote selectie gebeurd, dus je gaat er van uit dat wat er staat ook wel iets kan zijn. Het fijne aan SPOT is dat het ook een erg open-minded festival is waar je alle genres kunt tegenkomen, van folk tot metal”

De tegenvraag die kan opgeworpen worden is natuurlijk: “moeten er wel elk jaar pakweg vijf nieuwe Deense bands ‘ontdekt’ worden? Kan goeie muziek zichzelf niet presenteren zonder onder de vlag van een nationaal ‘merk’ te moeten varen?” Overbergh vindt het een wat foute vraag, maar kan er in komen. “Zonder deze trip zouden we in oktober inderdaad waarschijnlijk geen SPOT on Denmark-avond met Deense groepen organiseren. Maar dat idee dat je dan ook iets ‘terug moet doen’ vind ik ook niet verkeerd. Bovendien ben ik het idee om eens niet-Amerikaanse of Britse groepen een duwtje te geven wel genegen. En het zijn natuurlijk ook gewoon goeie groepen.”

Tijd dus dat er een Belgisch showcasefestival komt waarop Belgische bands zichzelf aanprijzen? “Geen idee. Ondanks een goeie Tim Van Hamel en een fantastische nieuwe dEUS-plaat is er niet echt iets hot aan Belgische muziek voor dit moment. Maar kijk: volgend jaar zal Eurosonic wel focussen op Belgische bands, dat vind ik bijna interessanter: als men in het buitenland zoiets doet, dan leeft er in de perceptie blijkbaar wel iets rond muziek van bij ons. Met de AB proberen wij lokale acts op een andere manier te helpen: door hen op de Domino-cd die elk jaar bij The Wire zit op gelijke hoogte met internationale namen te presenteren, of door zoveel mogelijk voorprogramma’s aan Belgische acts te geven.”

”Wat de Denen een half jaar geleden zeiden op een studiedag in de AB is echter ook waar”, besluit de programmator: “de scheiding tussen Vlaamse en Waalse muziek helpt niet. Maar organisaties als Muziekcentrum Vlaanderen, AB of gelijkaardige Waalse initiatieven worden door de gemeenschappen betaald, en moeten zich dus als ‘Vlaams’ of ‘Waals’ profileren en niet als Belgisch. Dat werkt niet: zo halveer je nog voor je begint al de scene die je wilt promoten.”

Een uitgebreide fotoreportage van SPOT 2008 vindt u op Wannabes.be

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 1 =