Sun Kil Moon :: April

April, hoezo april? De nieuwe Sun Kil Moon klinkt naar gewoonte als de herfst in al zijn mistroostigheid. Ook op de nieuwe plaat dus geen overbodige franjes voor Mark Kozelek, wel elf intimistische werkstukken die ons onderdompelen in de bigger than lifesfeer die we al kenden van bij Red House Painters en die in Sun Kil Moon nog stelselmatig wordt uitgepuurd.

Is het alt. country, is het slowcore, of is het gewoon heel erg mooi? Kozeleks hoge en heldere stem herken je uit de duizend en ze leent zich perfect tot het soort muziek dat hij met zijn bands wil brengen. Een treurwilg onder een bleek zonnetje, een geluidloze rivier in een dor en onveranderlijk landschap: zo is het altijd geweest en zo is het op April meer dan ooit. Misschien zelfs nog iets meer: met een gemiddelde duur van zeven minuten zijn Kozelek-songs op dit album meer dan ooit sferen.

De plaat trekt zich op gang met het uitgesponnen “Lost Verses”. Bedachtzaam, een beetje sloom, met een zacht zingende en pingelende Kozelek die z’n woorden met de muziek laat wegglijden. Anders wordt het niet op April. De song ontplooit zich laag per laag, met in minuut vier een eerste keer het refrein, en na acht minuten warempel een elektrische gitaar om uitgeleide te doen. We hebben tijd en zijn meteen onder de indruk.

“The Light” blijft op die elektrische gitaar meanderen en krijgt zo een wat rauwer karakter mee. De song blijft evenwel redelijk op de vlakte met een rechtlijnige structuur waar slechts in een fingerpicking slotoffensief wat van wordt afgeweken. Ietsje te veel herhaling hier, waardoor het lied te lang wordt en aan spankracht inboet. Ook “Tonight The Sky” verliest aan frisheid door een elektrische gitaar die te lang blijft aanslepen. Toch blijven dit slechts minieme grijze vlekjes op een kraakwitte T-shirt.

Door hun forse duur is het moeilijk om bepaalde songs in hun volledigheid te vatten. “Tonight The Sky”, met ruim tien minuten de langste, stapelt de strofen op om slechts af en toe een innig mooi refrein prijs te geven. Kozelek heeft bijzonder veel te vertellen op April en hij bedient zich daarbij meer dan ooit van filmische beelden die het geluid van zijn muziek zo goed aanvullen. “I see you well and clear/ deep in the moonlight dear/ your radiant august eyes/ they are the suns that rise/ they are the light that guides/ they are these lost verses,” klinkt dat in “Lost Verses”. En wij al moeite hebben met een nietszeggende “I love you”.

Meer hoogtepunten volgen met de gastbijdrage van Will Oldham. Zo steunt hij Kozelek bijzonder mooi in de rug met zijn huilende zang in het refrein van “Like The River”; het kale, sinistere “Heron Blue” wordt door zijn toedoen nog onheilspellender dan het al is. “Don’t play those violins no more/ their melancholic overtone/ they echo of the floor and wall/ I can not bear to hear them.”
“Moorestown” is misschien wel het makkelijkste nummer van de plaat en daarom een song die als een toegangspoort kan fungeren. Kozeleks beschrijvingen zijn diepmelancholisch, met steeds de meest beschrijvende adjectieven. We voelen ons haast voyeurs van een ongewone emotionaliteit.

Gewikt en gewogen vormt April een bijzondere aanvulling op Kozeleks al niet misse cv. Het is bovenal een plaat geworden die zich fier onttrekt aan de maalstroom van reguliere indiereleases. April is meer dan een werkstuk, een tour de force, een poëziebundel, of kiest u zelf maar. Kozelek bewijst op z’n 42 bovendien dat Sun Kil Moon niet moet onderdoen voor zijn oudere werk bij Red House Painters, dat hij integendeel zijn meest uitgepuurde werk nog moest maken met de mooiste melodieën en de meest tekenende teksten. Een plaat die beelden schept om bij weg te dromen, met teksten om over te schrijven en melodieën om baby’s op in slaap te wiegen. Al willen we u wat dat laatste betreft vooral nergens toe verplichten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 1 =