Joanne Robertson :: The Lighter

Vrouwen en gitaren blijven het ook in 2008 goed doen, vooral als ze zich een beetje anders of vreemd gedragen. In het (recente) verleden kwamen daar kleine en vaak diverse pareltjes uit voort. Met The Lighter tracht de Britse Joanne Robertson hier aansluiting bij te vinden.

Robertson studeerde piano in haar jeugd maar leerde zichzelf gitaar spelen. Na een korte uitstap met de rockgroep I Love Lucy, besloot de voormalig kunststudente opnieuw solo te gaan en werd de basis voor The Lighter gelegd. In navolging van de vele weird folk-adepten kleurt ook Robertson buiten de lijntjes met niet voor de hand liggende melodielijnen, en vooral door een aparte frasering te kiezen. Maar het resultaat is niet echt geslaagd.

Het album start evenwel nog aardig met “Gardener”: de songstructuur is niet de meest voor de hand liggende en Robertsons stem heeft een klagerige, nasale ondertoon die niet zeurderig overkomt. Jammer genoeg is “Lit” al een pak minder geïnspireerd, Robertson klinkt als een krampachtige “Björk goes folk”-kloon die in de eerste plaats wil irriteren met gezochte gekkigheid. In “Silver” lijkt dan weer Joanna Newson haar voorbeeld te zijn, maar dit eendje snatert een pak minder geïnspireerd.

Ongelooflijk maar waar legt “Grasscat” het er nog dikker op; zelfs het gitaarspel klinkt enerverend zwak, waardoor het nummer erom smeekt met een nekschot afgemaakt te worden. Jammer genoeg biedt “Blow” weinig soelaas, al is het in tegenstelling tot “Stovepipe” een van de betere songs op de plaat. En zo kan het rijtje verder afgegaan worden op zoek naar een nummer dat er echt toe doet. Hier en daar valt een song te rapen die nog oké is (“Tap”, “Lipsun”, “Crakling” of “Fringe”) maar echt denderend wordt het nooit.

Er valt weinig positiefs te vertellen over The Lighter. Hier en daar schemert een goed idee door, maar het blijft allemaal te weinig uitgewerkt en paradoxaal genoeg te gezocht. Robertsons stem hangt ergens tussen Cat Power, Björk en Joanna Newson in maar lijkt bij elk van hen de zwakke punten gehaald te hebben in plaats van hun sterktes te combineren. Het gevolg is een aparte stem, en een frasering die nooit de potentie of belofte waarmaakt die ze herbergt.

De grens tussen irritant en inspiratieloos enerzijds en op het randje maar boeiend anderzijds is soms flinterdun. In zulke gevallen bepaalt de persoonlijkheid van de zanger of groep of er al dan niet kopjeonder gegaan zal worden. In het geval van Robertson gebeurt dat jammer genoeg wel. The Lighter verzuipt in een vermoeiende eentonigheid die enkel doorbroken kan worden door maar één nummer per keer te consumeren. Maar ook al slikt het op die manier makkelijker weg, echt lekker smaakt het nooit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 4 =