The Cinematic Orchestra :: Live At The Royal Albert Hall

De beperkingen van tijd, middelen en ruimte bij live-optredens eens ontstijgen, het stond al lang op het verlanglijstje van The Cinematic Orchestra. Met als locatie de machtige Londense Royal Albert Hall en de ruggensteun van tot veertig muzikanten, kregen de flonkerende nujazzparels van Jason Swinscoe en co vorig jaar de ultieme gelegenheid hun vele schitterende schakeringen ten volle te etaleren.

Live heeft de band altijd al het cinematografische orkest willen zijn zoals zijn naam belooft, maar alleen al logistiek en financieel is die intentie een schier onmogelijke opdracht. Daarenboven zijn zalen met de geschikte akoestiek, schaalgrootte en flexibiliteit voor een uit de kluiten gewassen orkest en dito materiaal niet dik gezaaid. De grandeur van een legioen violen moet bij The Cinematic Orchestra in feite van de samples komen, maar met zijn percussie, contrabas en zang, steevast van de bovenste plank, imponeert de groep live sowieso. Geen man overboord dus.

Live At The Royal Albert Hall is de apotheose van een slopend 2007 voor de band. In het voorjaar werd hun recentste en door de muziekpers terecht zeer warm onthaalde plaat Ma Fleur gereleaset, waarna de meest intense tour in de geschiedenis van de band van start ging — ook in België kon u ze vorig jaar tot vier keer toe aan het werk zien. Bij hun terugkeer in Londen begin november zou geen mens het hen kwalijk hebben genomen mochten ze ervoor geopteerd hebben het vermoeide lijf te rusten te leggen, maar niets daarvan.

Op de avond van 2 november 2007 fluit Swinscoe een nooit eerder geziene en fors uitgebreide line-up van The Cinematic Orchestra bij elkaar. De groep wordt geruggensteund door o.m. en maar liefst 24 jonge musici van The Heritage Orchestra, waardoor de epische en filmische kracht van de platen nu ook live als een machtige golf de toehoorders kan overspoelen. De statige en grootse setting van The Royal Albert Hall — die zijn prefix ’koninklijk’ alle eer aandoet — verleent de muziek van Swinscoe en co bovendien nog meer de grandeur die ze van nature al in zich heeft.

De aanzwellende dramatiek in "Breathe", met de krassen in de ziel trekkende stem van Heidi Vogel (die zich hier een waardige vervangster toont van Fontanella Bass, die oorspronkelijk de track inzong), bespeelt op die manier zo mogelijk nog meer de haartjes op de armen dan op Ma Fleur al het geval was. Ook het prijsbeest van dat album "To Build A Home" krijgt een uitvoering die niet licht zal worden vergeten. Zingt op Ma Fleur Patrick Watson deze song verre en ijle hoogtes in, dan is de zang en akoestische interpretatie van gitarist Grey Reverend een ingetogen terugkeer naar de begane grond en zowat de belichaming van de keel dichtknijpende melancholie.

Ook de juwelenkoffer van onze persoonlijke favoriet Every Day (2002) blijft niet ongeopend. "All That You Give" waaiert kamerbreed en statig open en rolt de rode loper uit voor "Flite", dat in deze uitvoering door de extra bijdrage van een batterij blazers heel wat meer body krijgt en de plaatversie zelfs naar de kroon steekt.

De schurende stem van Vogel blijkt ook in "Familiar Ground" de juiste compagnon de route om de breed uitgesponnen collagejazz bij de hand te nemen. Niettemin is de variatie in vocale assistentie met gastzangers en -zangeressen zoals Lou Rhodes in "Time And Space" alweer een uitstekende zet. Rhodes doet haar zalvende wiegelied van het sluitstuk van Ma Fleur nog eens los over en bezegelt daarmee wat een mijlpaalconcert voor Swinscoe is en vermoedelijk nog een tijd zal blijven.

Als sommige momenten eeuwig zouden mogen blijven duren, dan geldt dat voor sommige platen en live-ervaringen evenzeer. Gooi ons in dat rode pluche en zet de tijd stil op 2 november 2007, een ongelukkig mens zult u er ons niet van maken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 + 8 =