The Cinematic Orchestra :: Ma Fleur

Het is vaak aangenaam plooien naar de wetmatigheden van de film. ’Onbereikbaar’ en ’onmogelijk’ zijn noties die er meer niet dan wel bestaan, en Vrouwe Fortuna komt er meer op visite dan in ons leven van alledag. Maar hoe aanlokkelijk de wereld die op het witte doek wordt geëvoceerd ook lijkt, het blijft een artificieel universum waarin men niet meer is dan een toeschouwer die dan ook veelal bij de hand wordt genomen.

Muziek geeft de verbeelding heel wat meer speelruimte, en al helemaal als ze verstoken blijft van woorden. The Cinematic Orchestra, de groep rond ex-Ninja Tune-werknemer Jason Swinscoe, is de hofleverancier bij uitstek van een soundtrack bij overpeinzingen en verhalen die zich voor het geestesoog ontrollen. Het filmische karakter van de breed uitgesponnen en vaak louter instrumentale collagejazz in widescreen en technicolor heeft ons al meer dan eens doen ontsnappen aan de beperkingen van tijd en ruimte.

The Cinematic Orchestra evolueert op elk van zijn platen: van de spielerei met elektronische samples op Motion (1999) naar nu jazz in haar meest aantrekkelijke blootje op het ronduit schitterende Every Day (2002) tot de vrij georchestreerde jazz op de filmscore bij Dziga Vertovs Man With A Movie Camera (2003). De afgelopen jaren werkte Swinscoe in stilte aan zijn nieuwste project, waarvan niemand wist welke kaart deze keer zou worden getrokken. Na een rijpingsproces van vier jaar blijkt de groep op het nieuwe Ma Fleur verrassend genoeg een stap richting meer klassieke songstructuren te hebben gezet.

De openingstrack "To Build A Home" legt de lat meteen onwaarschijnlijk hoog. Dit is Rome zien en dan sterven, een brok pure emotie die appelleert aan allerlei oergevoelens. Meer dan wat spaarzame zachte pianotoetsen, zuchtjes strijkers en de dijk van een stem van de nu nog relatief onbekende, maar intussen door platenfirma’s druk gesolliciteerde Canadese zanger Patrick Watson, zijn niet nodig om te imponeren: grandioos. Het nummer drukt het verlangen uit naar een cocon, alleen voor jou en mij; we laten de grote boze wereld achter ons. Herkenbaarheid troef: al lijkt een onbewoond eiland soms het hoogste goed, diep vanbinnen willen we allemaal wel die plaats en die ene die "shelter from the storm" biedt.

De nummers die Watson inkleurt met zijn ietwat hese, aan Antony (& The Johnsons) verwante stem, resulteren in kippenvel. "That Home", de coda bij "To Build A Home" en "Into You" zijn voorbij voor je het beseft, maar de mijmeringen blijven kleven als waren het venijnige haartjes van de processierups. Het nieuwe vocale paradepaardje stuwt de plaat overigens op meerdere vlakken omhoog: in de liner notes wordt Watson vermeld als coauteur van en pianist in bijna de helft van de songs. Maar Watson draagt het album niet alleen: de vocale assistentie van Lou Rhodes in "Music Box" en haar zalvende wiegelied in "Time And Space" doen niet onder in melancholische schoonheid.

Nog is het feest niet voorbij. Zo mogelijk nog meer in de wolken zijn we met de terugkeer van soullegende Fontanella Bass ("Rescue Me"), die in "Breathe" haar weergaloze bijdrage aan Every Day nog eens losjes overdoet. Haar net niet krakende stem in combinatie met de aanzwellende dramatiek zijn van het soort dat tranen aan stenen doet ontlokken. Daarnaast schuiven de vijf instrumentale nummers voorbij als een fascinerend en veranderlijk wolkendek waar nu en dan de zon doorheen priemt. Beklijven en bijblijven doen ze allemaal.

Heel wat woorden om uiteindelijk tot één conclusie te komen: prachtplaat. En hoewel we nu al weten dat het elimineren bij de vleet wordt: voer voor de hoogste regionen van het eindejaarslijstje.

The Cinematic Orchestra staat op 11 juli op het Blue Note Records Festival en speelt op 12 juli op Dour.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 − zes =