Monza :: Attica!

Een nieuwe Monza; dat was al even geleden. Een personeelswissel of twee verder, lijkt de hemel opgeklaard en mag het opnieuw scheuren voor Stijn Meuris. En zo werd Attica! de forse derde van Monza.

"Alleen al als talentscout verdient Meuris een plaatsje in het boek der Vlaamse Rockgeschiedenis", pikken we even een uitspraak van de eminente Belpopkenner Jan Delvaux. En by Jove, wat heeft hij gelijk: Mario Goossens, David Poltrock (beiden Hooverphonic), Piet De Pessemier (Krakow),… allen begonnen ze min of meer hun carrière bij Noordkaap of Monza. Maar dat draaide soms in het nadeel van Meuris zelf uit: zoveel getalenteerde individuen moeten natuurlijk ook een groep vormen, en al te vaak leek het bij Monza alsof de verschillende deeltjes hun baksteen in het muzikale gebouw iets te opzichtig inkleurden: hier een té vette gitaarlick, daar een tempowisseling te veel,… Wat we willen zeggen: de sóng, die hoeksteen van de samenleving, schoot er soms wat bij in. Van God los en Grand kenden zo hun momenten, maar konden als geheel nooit volledig boeien: altijd was er net iets te hard gezocht, en juist niet gevonden.

Op Attica! lijkt Meuris met de hulp van alweer wat nieuwe muzikanten eindelijk dichter bij het juiste evenwicht. Het helpt ook dat de richting "harder en feller" bleek. Zonder tierlantijntjes en te veel krullen is Monza meer in form. De nieuwe muzikanten beperken zich tot een minimale groove als in het wel erg naar T.C. Matic zwemende "Wie danst er nog?" en dat doen ze uitstekend: zo is Monza op zijn best.

Opener "De dag is helder" verkiest de breedbeeldaanpak, maar heeft ook een erg sympathiek gierende gitaar van doen die voor de nodige fond zocht. De sfeer is gezet: het is mooi weer, Meuris heeft een nieuw lief en de sfeer zit goed met de nieuwe manschappen. De blik mag dus al eens op de wereld worden gericht, richting het wantrouwen voor den vreemde in het titelnummer— nog zo’n kort aangemeten, strakke rocksong —, of de hoop van een asielzoeker op een beter leven. In "Engeland" bijvoorbeeld.

Maar er wordt dus gerockt. Door een stevig ritme voortgejakkerd als het kan, als in "Tanken in Luxemburg" en "De schuld van de Deejay". Nummers waarin de kersverse gitarist Bruno Fevery kan uitblinken met enkele fijne riffs en Meuris het nog eens op een lekker ouderwets schreeuwen kan zetten. "Lobby" is de brug te ver; een iets te overdacht onderwerp en een te gratuit gebruld refrein.

In "Conquistadores" — het broertje van "Als ik ’s nachts door Veerle rij" — is Meuris de kilometervreter nog eens aan het woord. Er wordt ’s nachts naar huis gereden en genoten van de stilte en de rust van een slapend land. De wetenschap en zijn onophoudelijke queeste naar waarheid komt dan al eens — Stijn en de sterren aan toe — naar boven. Het resultaat is afsluiter "Bijna niets" waarin de merkwaardige Gregory Frateur van Dez Mona een bijdrage doet waarvan we nog niet helemaal weten of ze wel nodig is. Maar daar komen we ooit wel uit.

Een paar nummers te veel telt deze Attica! wel. De meester vergat zich te tonen in de beperking en dus ontsiert een wat nietszeggend "Als ze swingt" (alweer die T.C. Maticfeel) en een wat generisch "Solaris" de tracklist een beetje. Ook "Naar het bal" mist dat je ne sais quoi; dit is Monza die een Monza doet. Dat is echter enkel het laatste derde van Attica! en de eerste twee derden vertellen een ander verhaal. Monza is in zijn plooi gevallen en we hopen dat Meuris zijn band deze keer bijeen kan houden. Met wat geluk is Monza deze keer écht een groep.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × een =